Mijn voornemen was om hier niet meer over te schrijven. Over de verhouding tussen moslims en Joden in ons land. Genoeg is genoeg. Nog een keer ‘dialoog’, nog een keer ‘polarisatie’, nog een keer die ‘wederzijdse beeldvorming’? Zijn dat geen sleetse woorden die hun beste tijd inmiddels hebben gehad? Moet onze aandacht niet ook eens uitgaan naar andere zaken in ons fraaie Nederland?
Dat was mijn voornemen. Maar nog geen korte tijd nadat ik dacht dit besluit te kunnen nemen, werd ik onaangenaam getroffen door twee artikelen in onze pers. Publicaties waarvan ik meteen wist dat ik er niet aan voorbij mocht gaan.
Het eerste ging over een bijzonder moment in de geschiedenis van Said & Lody. U weet wel: de van oorsprong Marokkaanse Amsterdammer Said Bensellam en de schrijver van deze column, de Joodse Lody van de Kamp, die al jaren met elkaar optrekken.
Said & Lody proberen inmiddels vijftien jaar iets te betekenen voor de onderlinge verhouding tussen moslims en Joden in ons land. Dit ondanks de confrontaties tussen beide groepen in andere delen van de wereld. Dit ondanks de schijnbaar onoplosbare conflicten in en rond Israël, Palestina en Gaza.
De gemeente Amsterdam, en dan met name stadsdeel West, samen met het bekende WOW Hostel midden in die wijk, vonden dat er stilgestaan moest worden bij dit vijftienjarig jubileum.
Het resultaat was een drukbezochte, inspirerende bijeenkomst, waar bestuurders en politici nog eens duidelijk maakten hoe belangrijk het is dat juist vanuit de gemeenschappen zelf — die vaak ideologisch mijlenver uit elkaar lijken te liggen — het gesprek wordt gevoerd. Dat is van groot belang voor het behoud van het samenleven.
Moslims en Joden moeten nu actief aan de slag om de schade in hun onderlinge verhoudingen proactief te repareren
Enkele dagen later las ik commentaar op ons werk: ‘Wat deze twee mensen hebben weten te bereiken is indrukwekkend. Het gesprek aangaan, elkaar ontmoeten, van mening mogen verschillen. Maar…’ En dan volgt een grote maar. ‘Of er op veel plaatsen in ons land Saids en Lody’s te vinden zijn, weet ik niet. De meeste Saids zijn opgevoed met een onbespreekbare, diepgewortelde haat tegen de Lody’s; antisemitisme en antizionisme zijn hun met de paplepel ingegoten.’
In vredesnaam, hoe komt deze schrijver daarbij? Is zo’n stelling niet juist het driedubbel onderstrepen van die valse beeldvorming waar joden en moslims in ons land samen onder lijden? Beeldvorming die de onderlinge animositeit aanwakkert. Iets wat de afgelopen jaren, ondanks inspanningen van meerdere initiatieven zoals dat van Said & Lody, alleen maar erger is geworden.
Na het lezen hiervan was ik boos. Maar na die boosheid kwam iets anders naar boven. Juist het publiceren van dit soort quasi-wijsheden is reden om met dubbele energie door te gaan en afscheid te nemen van animositeit. Onze onderlinge verhoudingen hebben de afgelopen jaren, mede onder druk van wat er gebeurt in dat strookje aan de Middellandse Zee, veel schade opgelopen. Door dit soort stellingen is het tijd voor een nieuw woord. In mijn hoofd is dat woord ‘reparatie’.
Niet langer proberen de vrede te bewaren of een vreedzame gezamenlijke co-existentie in stand te houden. Nee, moslims en Joden moeten nu actief aan de slag om de schade in hun onderlinge verhoudingen proactief te repareren. Weg met de beeldvorming van haat en aversie. Aan de slag met herstel.
Hoe doen we dat?
Ik las nog een artikel. De algemeen directeur van het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam — het Joods Museum, het Holocaust Museum, de Portugese Synagoge en de Hollandsche Schouwburg — dr. Emile Schrijver, klaagt in de Telegraaf over dalende bezoekersaantallen. Mensen blijven weg. Dat heeft alles te maken met gevoelens van onveiligheid in en rond Joodse instellingen.
Naast die onveiligheid spreekt Emile Schrijver ook over de neiging om Israël uit te sluiten binnen de creatieve sector. Bijna automatisch worden ook Joden mee gecanceld. Gevolg: mensen gaan niet meer naar een Joods museum of een synagoge.
Bijna automatisch worden ook Joden mee gecanceld
Als deze ontwikkeling doorzet, zullen we als gemeenschappen nog minder kennis van elkaar hebben dan nu al het geval is. We leven dan steeds meer als vreemden naast elkaar in plaats van met elkaar. Dat vormt opnieuw een vruchtbare bodem voor beeldvorming, met alle negatieve gevolgen van dien.
Het is tijd om te repareren. Om te herstellen wat de afgelopen jaren aan fatsoenlijke wederzijdse verhoudingen is gesneuveld onder druk van internationaal geweld. Het is tijd om elkaars instellingen te blijven bezoeken. Om kennis op te doen van elkaars geschiedenis, cultuur, religie en erfgoed. Zo kunnen we repareren.
Beste islamitische en Joodse landgenoten, gaan we repareren?
Dan kan ik hopelijk de volgende keer weer over andere onderwerpen schrijven.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

