15.7 C
Amsterdam

Een ode aan mijn Afghaanse mensen

Sahar Noor
Schrijver. Manager inclusie & diversiteit bij BNNVARA.

Lees meer

Gedesillusioneerd kijk ik toe hoe mijn mensen weer een hoop ellende te wachten staat. De ontwikkelingen in Afghanistan beïnvloeden ook mijn leven hier in Nederland. Ik voel hun pijn, hun verdriet, hun wanhoop en hun onzekerheid. Ik voel de ontzieling, de machteloosheid. Het zijn mijn mensen. Deze mensen lijken op mij en ik op hen.


Ze spreken mijn moedertaal. We hebben dezelfde wortels. Door onze aderen stroomt hetzelfde Aziatische bloed. Afghanistan is bovendien mijn geboortegrond. Een geboortegrond die nu een wiegendood ondergaat.

Ook ik had daar kunnen zijn. Maar ik was hier. Ik ben hier en veilig. Al 27 jaar lang.

Als ik naar de beelden kijk, dan bekruipt mij ook een gevoel van onbehagen om hoe politiek incompetent en wanorderijk mijn geboorteland anno 2021 is – of beter gezegd: nog altijd is. Ellende, wanhoop en eeuwige instabiliteit. De pers in Nederland spreekt over ‘chaos’. Maar dat dekt de lading niet. Er is sprake van chaos wanneer wij in Nederland massaal hamsteren op wc-papier omdat we in de lockdown gaan. Dat was chaos. Nee, dit is iets anders.

Dit is de wanhoop nabij zijn. Het is overleven. En desnoods sterven. Niemand had de Afghanen gevraagd of ze bereid waren hun mensen- en kinderrechten op te offeren in ruil voor veiligheid. Als dat laatste tenminste nog waar blijkt.


Mijn mensen zijn keer op keer de grote verliezers. Ze verliezen en blijven verliezen

Het gaat mij niet om de Taliban. Het gaat mij niet om de Europese en/of Amerikaanse mogendheden, of zij er wel of niet een belang bij hebben, of zij zich wel of niet hadden moeten mengen, of zij daar wel of niet twintig jaar hadden moeten zitten. Het gaat mij niet om China en zijn commerciële belangen, Rusland of de broedplaats van terrorisme in Pakistan. Al die geopolitieke complexiteit kan mij gestolen worden. Eeuwige politieke analyses hebben ons niets gebracht. De geschiedenis blijft gevangen in een vicieuze cirkel. Zaten wij twintig jaar geleden immers niet op precies hetzelfde punt?

Nee, het gaat mij om mijn mensen. Zij zijn keer op keer de grote verliezers. Ze verliezen en blijven verliezen. Hun bestaansrecht, hun menselijkheid, hun waardigheid en hun trots wordt van hen afgepakt bij iedere politieke omwenteling. Ze gaan door de zoveelste worsteling tussen lijden en dood. Tussen opgeven en de moed bij elkaar rapen om met vrees voor eigen leven het land te ontvluchten, desnoods zich uit wanhoop vast te klampen aan vliegtuigwielen om halverwege dood uit de lucht vallen, terwijl wij hier nog strakker de poorten dichttrekken.

Hoe triest en mensonterend is dit? Beseffen wij dit eigenlijk wel? Horen wij de schreeuw van de Afghanen en hun onvermogen om uit deze eeuwige cocon van misère te komen? Hebben wij eigenlijk wel door wat dit met hun eigenwaarde doet?

Ik hoor ze. Ik erken hun pijn, maar ik zie tegelijkertijd ook hun moed en strijdlust. Dit is mijn uiting van lof aan mijn mensen.

Weliswaar ben ik machteloos, sta ik aan de zijlijn, ben ik geprivilegieerd, veilig en comfortabel. Maar ik sta naast jullie en ik sta achter jullie. Jullie zijn niet verloren, jullie staan er niet alleen voor. Dit is onze gezamenlijke strijd voor menselijkheid.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -