14.3 C
Amsterdam

Praat niet over, maar met Afghanen én met de Taliban

Tineke Bennema
Journalist en historicus. Woonde lange tijd op de Westelijke Jordaanoever.

Lees meer

In haar boek Shadow City: A woman walks Kabul (2019) beschrijft journaliste Taran Khan, melancholisch en met trots tegelijk, de vele lagen geschiedenis van de stad, die buitenlandse mogendheden keer op keer totaal vernietigden.


Het leger van Alexander de Grote, de Arabische veroveraars en de Mongolen maakten korte metten met wat we nu Afghanistan noemen, en zijn vele etniciteiten en religies. Het land kende lange tijd een koningshuis, maar het Britse imperium hongerde in de negentiende eeuw naar nog meer gebieden om te veroveren en liet zijn begerige blik vallen op Afghanistan, met een geopolitiek gevecht tegen Rusland om het groot wild – the Big Game – tot gevolg.

De Britten vernietigden Kabul tot tweemaal toe en zetten een Brits gezinde koning en despoot op de troon, zij het met liberale ideeën. Te liberaal voor de landgenoten, toen diens kleinzoon, koning Amanullah, toestond dat zijn gemalin Soraya op foto’s verscheen waar haar blote armen op te bewonderen vielen. Het modernisme leidde tot rebellie en wederom destructie. Maar het land herstelde zich, rukte zich in 1919 los uit de Britse invloedssfeer en bleef tot de laatste koning Zahir Sjah onafhankelijk. Totdat de communistische partij de verkiezingen won en in 1979 de Sovjets hen niet geheel onbaatzuchtig kwamen helpen. Daarop bewapende het Westen de moedjahedien.

Wereldrijken hebben in tegenstelling tot de Afghanen een kort geheugen. Toen de geallieerden in 2001 de Taliban versloegen, werden er weer lagen geschiedenis toegevoegd in Kabul. In 2002 hielden de Britten een dank- en herdenkingsdienst op de begraafplaats van Kabul en zongen God save the Queen. Staand op de plaats waar eerder gevallen Engelse soldaten uit de negentiende eeuw waren begraven, sprak de kapelaan: ‘Onze Vader, wij zijn soldaten om vrijheid en de vrede te beschermen: deze natie zou hiervan weinig gekend hebben als wij er niet waren geweest.’

Nog steeds klinkt de echo van die woorden en het gedachtengoed uit 2002, maar ook uit de negentiende eeuw door. De Taliban is als de Hydra van Lerna, de monsterlijke slang uit de Griekse mythologie. Dood je Talibanstrijders, dan zullen ze zich vermeerderen. Het Westen wilde dat niet begrijpen en zaaide met bombardementen op Afghaanse dorpen dood en verderf. Het hield bovendien een corrupt regime in het zadel dat bij de bevolking geen steun genoot.


Weinig zie ik in de media over het leed aan de andere kant: volgens het Amerikaanse Watson Brown Institute zijn er sinds 2009 – de cijfers daarvoor zijn onbekend – 47.000 Afghaanse burgers omgekomen. Tel daarbij de naar schatting 66.000 gedode Afghaanse troepen en politieagenten op. De gewonden. De miljoenen vluchtelingen. En dat de oorlog een verwoestende uitwerking had op het dagelijks leven, met meer armoede, ondervoeding, gebrekkig sanitair en slechte gezondheidszorg tot gevolg. Die ellende treft alle Afghanen, ook vrouwen die onder die omstandigheden hun gezin moeten runnen. Alleen is het makkelijker om te spreken van vrouwenonderdrukking door de Taliban, dan de eigen fouten onder ogen te zien.

Het is even wat superioriteitsgevoelens wegslikken, maar de geschiedenis zou tot een rationeler en nederiger westerse positie moeten leiden

De westerse bondgenoten zitten in de rouwfase. Ze vragen zich voortdurend af of hún offer nut heeft gehad, als ouders die een kind verloren hebben. Want laten we eerlijk zijn: deze oorlog had geen enkele zin, dankzij het ontbreken van zowel een entree- als exit-strategie. Alleen doet het pijn dat toe te geven. De westerse trots is gekrenkt.

Vergeten zijn Afghaanse vluchtelingen die geen asiel kregen in Nederland. Vergeten zijn Afghaanse vluchtelingen die aan de Bulgaarse grens honden op zich afgestuurd kregen.

De geschiedenis van Afghanistan kenmerkt zich door gewelddadige cycli die in gang worden gezet door wereldrijken. Alsof we niets hebben geleerd van de geschiedenis, pleiten sommigen weer voor ingrijpen. Terwijl we de Afghanen moeten vragen welke toekomst ze willen voor hun land. Praat met hen. En ja, ook met de Taliban. Als Nederland plotseling echt zo begaan is met het lot van de Afghanen, dan kan het de alternatieve weg van diplomatie bepleiten en een gesprek met alle partijen. Ontwikkelingssteun bieden gekoppeld aan mensenrechtengaranties, bijvoorbeeld.

De Amerikanen maakten de Taliban al salonfähig met onderhandelingen. Het is even wat superioriteitsgevoelens wegslikken, maar de geschiedenis zou tot een rationeler en nederiger westerse positie moeten leiden. Al was het alleen maar omdat het zo vaak achterlijk genoemde Afghanistan, met een geschiedenis die verder teruggaat dan de onze, er wel mooi in slaagde de Britse, Russische en Amerikaanse grootmachten eruit te werken.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -