Ter gelegenheid van de Dag van de Vermisten: verdwenen in Turkije

Süleyman Yildirim
Süleyman Yildirim
Vluchteling. Advocaat gespecialiseerd in mensenrechten. Vrijwilliger bij Lahey Law Center.

Lees meer

Gisteren was het de Internationale Dag van de Vermisten, de dag waarop wereldwijd mensen herdacht worden die zijn verdwenen door oorlog, conflicten of rampen. Advocaat Süleyman Yildirim, zelf in 2017 van Turkije naar Nederland gevlucht, schreef dit stuk over de verdwijningen die plaatsvinden in zijn land van herkomst:


Er bestaat geen ergere vorm van terreur dan een staat die zelf beslist wat ‘terroristische’ activiteiten zijn en wie een ‘terrorist’ is. Wanneer een staat terrorisme definieert volgens politieke criteria in plaats van de wettelijke, leidt dit tot vreselijk staatsterrorisme.

Over de hele wereld vindt staatsterrorisme plaats. Ook in Turkije, waar een strijd gaande is over de definitie van ‘terrorisme’ die is gegeven door de Turkse regering. In deze strijd lichten openbare functionarissen mensen uit hun bed en zorgen ze ervoor dat die verdwijnen. Mensen die in het buitenland wonen worden ontvoerd en teruggebracht naar Turkije.

Dit staatsterrorisme, dat we in de jaren veertig in nazi-Duitsland zagen, is sinds de jaren negentig in Turkije te zien. Deze misdaad tegen de menselijkheid, die sinds de jaren 2000 in de vergetelheid raakte, werd sinds 2016 weer een actueel probleem in Turkije.

Deze methode was in nazi-Duitsland gericht tegen tegenstanders van het systeem, Joden en andere minderheden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden met het ‘Nacht und Nebel’-decreet verzetsmensen in Frankrijk, België en Nederland ‘s nachts gearresteerd en naar Duitsland gebracht, waar ze door speciale rechtbanken tot de doodstraf of tot gevangenisstraf werden veroordeeld. Deze methode werd in de jaren zestig en zeventig ook in tal van Latijns-Amerikaanse landen toegepast als destructieve manier van staatsterrorisme.

In Turkije werd het fenomeen staatsterrorisme zichtbaar na de militaire coup van 12 september 1980. Het bereikte een hoogtepunt in de jaren negentig, toen de noodtoestand zijn sporen achterliet, en het wordt sinds 2016 systematisch toegepast na de mislukte coup tegen Erdogan, waarvan sommigen beweren dat dat het een in scène gezette staatsgreep was.


Volgens een onderzoekscommissie, die in het leven is geroepen door de Turkse Medische Vereniging, zijn er ‘van Hakkari tot Tunceli duizenden niet-geïdentificeerde lijken begraven in honderden massagraven in een groot gebied’.

Dit is een zeer traumatische tijd, waarin geen begrafenissen kunnen plaatsvinden van overledenen wiens lichamen niet aan de familie zijn teruggegeven. Verdwenen mensen hebben geen graf en families kunnen geen informatie krijgen over de toestand van hun familieleden. Er zijn moeders, de ‘Zaterdagmoeders’ genaamd, die sinds 1995 eisen dat de ‘botten’ van hun familieleden worden gevonden. De zoektocht van deze families, die al 25 jaar op zoek waren naar de ‘botten’ van hun familieleden, is verboden door de AKP-regering.

We moeten bewustwording creëren over de misdaad van gedwongen verdwijningen

Turkije heeft ‘het Internationaal Verdrag van de Verenigde Naties voor de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning’ nog niet ondertekend. Turkije moet nu partij kiezen. Het moet deze gevallen van verdwijning onderzoeken, de families het recht geven om afscheid te nemen van hun familieleden en – nog belangrijker – actie ondernemen, om ervoor te zorgen dat dit verdriet zich niet zal herhalen. Maar helaas werkt Turkije blijkbaar niet mee aan het voorkomen van gevallen van ‘gedwongen verdwijning’. Het land gaat systematisch door met het plegen van deze misdaad tegen de menselijkheid.

Zo werden onlangs 24 mensen die banden hadden met de Gülenbeweging op klaarlichte dag ontvoerd. Pas na maanden verschenen ze op het politiebureau. Hoewel ze officieel verklaarden niet te zijn ontvoerd, maar op eigen initiatief naar het politiebureau te zijn gekomen, vertelden vijf van hen later hoe ze werden ontvoerd en aan wat voor soort martelingen ze werden blootgesteld. Bovendien zeiden ze dat ze ook in de gevangenis nog steeds werden bedreigd door hun ontvoerders. Er is echter nog geen effectief onderzoek gedaan om de verantwoordelijken te vinden en hen te bestraffen.

Het is onvermijdelijk dat de daders van deze misdrijven vroeg of laat ter verantwoording worden geroepen in Turkije, in een ander land of voor internationale rechtbanken of instanties. We moeten bewustwording creëren over de misdaad van gedwongen verdwijningen. We moeten mensen en organisaties ondersteunen die zich inzetten om deze misdrijven te voorkomen, we moeten de daders opsporen en bestraffen en mogen niet zwijgen. Deze morele plicht en humanitaire verantwoordelijkheid gaat niet alleen Turkije aan, maar de hele wereld.

De arme familie van de ontvoerde Yusuf Bilge Tunc (foto) hoopt ook weer met hem in contact te komen. Al meer dan 395 dagen is de verblijfsplaats van Tunc onbekend, evenals zijn gezondheidstoestand…

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -