Eindelijk is er licht aan het eind van de tunnel. Eind vorige maand presenteerden drie coalitiepartijen (D66, CDA en VVD) hun coalitieakkoord en inmiddels zijn ook de poppetjes rond. Na de verkiezingen luidde de kop van mijn hoofdredactioneel: ‘De redelijkheid wint, maar onredelijkheid is niet verdwenen’. Bicultureel en nuchter Nederland was even opgelucht: de PVV was niet langer de grootste en werd bovendien uitgesloten door D66 en CDA. Ook de VVD van Yesilgöz, die Wilders salonfähig had gemaakt, had verloren.
Maar wie het akkoord nu leest, ziet dat de berg een muis heeft gebaard. In mijn omgeving hoor ik veel teleurstelling onder biculturele Nederlanders binnen D66 en CDA over hun partijtop. Van de toon van de positieve agenda van Jetten en Bontenbal is weinig over. Het akkoord is niet verbindend en zet moslims opnieuw in een verdacht hoekje.
Veel moslim- en biculturele Nederlanders stemden op D66 omdat Rob Jetten zich tijdens de verkiezingscampagne nadrukkelijk uitsprak tegen het normaliseren van haat en uitsluiting. In debatten met Wilders sprak hij over ‘haatprediken’ en hield hij Dilan Yesilgöz verantwoordelijk voor het feit dat zij daar onvoldoende grenzen aan stelde. Wie zwijgt legitimeert, was Jettens boodschap.
Ook Henri Bontenbal zei in mijn interview met hem dat ‘moslims volwaardig onderdeel zijn van onze samenleving’. Juist daarom wringt het dat deze helderheid in het uiteindelijke coalitieakkoord verdampt: moslims worden niet expliciet genoemd, moslimdiscriminatie wordt niet benoemd en de schade van jarenlange stigmatisering blijft onbesproken. Dat is opmerkelijk, omdat kabinetten-Rutte III, IV en zelfs kabinet-Schoof I moslimdiscriminatie wél benoemden in hun regeerakkoorden.
De toon is fatsoenlijker, maar de morele grens die Jetten in debatten trok, is in het akkoord nauwelijks terug te vinden. Moslims worden in het akkoord vooral als dader benaderd (jihadisme, haatimams, niqabdraagsters). Het sneller beboeten van overtreding van het verbod op gezichtsbedekkende kleding is pure symboolpolitiek en in wezen strijdig met artikel 1. Stigmatiserend en polariserend. In het akkoord ontbreekt elke erkenning dat moslims zelf óók doelwit zijn van extremisme, racisme en geweld. Dat is opnieuw een klap in het gezicht van moslims.
Het lijkt erop dat zelfs partijen als D66 en CDA moeite hebben om moslimdiscriminatie expliciet te benoemen
Was het voor D66 werkelijk zo moeilijk om als grootste partij te eisen dat één korte, inclusieve zin werd opgenomen: dat alle vormen van discriminatie – racisme, antisemitisme én moslimdiscriminatie – hard worden bestreden? Racisme en antisemitisme worden wel expliciet genoemd, wat goed is, maar het lijkt erop dat zelfs partijen als D66 en CDA moeite hebben om moslimdiscriminatie expliciet te benoemen. Mijn advies aan het kabinet: discrimineer niet bij de aanpak van discriminatie.
Op het gebied van asiel en migratie laat het nieuwe kabinet de asielnoodmaatregelen van Faber over aan de Eerste Kamer, mogelijk in de hoop dat ze daar stranden. Toch is het onbegrijpelijk dat deze wetten van het meest rechtse kabinet in tijden niet direct worden ingetrokken. De gevolgen zijn ingrijpend en onmenselijk, met als schrijnend voorbeeld dat gezinshereniging pas na drie jaar verblijf mogelijk wordt. Tegelijkertijd is er een duidelijke koerswijziging: de asielketen krijgt eindelijk structurele steun. IND, COA en VluchtelingenWerk worden versterkt, de spreidingswet blijft van kracht, noodopvang wordt afgebouwd en er komt meer geld voor stabiele opvang. Anders dan voorheen wordt geïnvesteerd totdat de instroom daadwerkelijk daalt.
Het kabinet blijft inzetten op migratiedeals. Positief is dat de Oeganda-deal voorlopig van tafel is, wat wijst op aandacht voor mensenrechten. Of effectieve en rechtvaardige deals mogelijk zijn, blijft onzeker: grip op migratie is volgens experts een illusie en irreguliere migratie zal blijven bestaan, terwijl het kabinet kiest voor een harde lijn.
Op het gebied van de rechtsstaat wil de coalitie belangrijke stappen zetten, wat ik zeer positief vind. Politiek moet zich niet bemoeien met de rechtspraak. Er komt een ‘stevig schot’ tussen rechtspraak en politiek: de benoeming van leden van de Raad voor de Rechtspraak wordt onafhankelijk van de minister en de rechtspraak krijgt een aparte begroting. In 2002 werd de rechterlijke organisatie juist ondergeschikt gemaakt aan de minister, wat riskant was voor de onafhankelijkheid, aldus hoogleraar Jonathan Soeharno in NRC. Dit is een zeer belangrijke ontwikkeling, zeker gezien de ontwikkelingen in de VS en Hongarije.
Verder wil de coalitie de kiesdrempel onderzoeken. Nederland is een van de weinige landen waar relatief weinig excessen plaatsvinden, juist omdat het parlement laagdrempelig is en vrijwel alle geluiden vertegenwoordigd zijn – van links tot rechts en ook minderhedenpartijen. In plaats van dat mensen hun recht elders zoeken, kunnen zij hun stem laten horen in de Tweede Kamer. Dat is soms ongemakkelijk, maar dat is democratie. Daarom vind ik een hogere kiesdrempel inherent antidemocratisch, en het is goed dat dit voorstel gisteren in de Tweede Kamer is weggestemd.
Op 18 maart zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Ik ben zeer benieuwd of de vele biculturele Nederlanders die niet op GroenLinks-PvdA stemden, opnieuw voor D66 kiezen. We gaan het samen zien.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

