7.2 C
Amsterdam

Duizenden doden in Iran, maar het is onzeker of het regime valt

Majorie van Leijen
Majorie van Leijen
Journalist en Midden-Oostendeskundige

Lees meer

Wat begon met honderden doden door het harde optreden van de Iraanse veiligheidsdiensten, kan inmiddels een massaslachting worden genoemd. Sinds het begin van de opstand eind december zijn in Iran duizenden mensen gedood. Kunnen deze protesten het regime ten val brengen?

Cijfers zijn moeilijk te verifiëren en tellingen kunnen van elkaar verschillen, als gevolg van de internetblokkade en een gebrek aan bronnen van binnenuit. Toch zijn er cijfers in omloop. De Amerikaanse groep Human Rights Activists News Agency spreekt op 14 januari over 2.571 doden. De Iraanse mensenorganisatie IHRNGO meldt op diezelfde dag 3.428 doden sinds 28 december.

De aantallen zijn nauwelijks te bevatten en kwamen hard aan na dagen van radiostilte. Waar het vorige week nog om 500 doden ging, rapporteerden media dinsdag meer dan 2.000 doden, wat even later werd bevestigd door het Iraanse regime zelf. Het regime schiet met scherp op demonstranten, die volgens ooggetuigen vreedzaam demonstreren.

De Iraanse diaspora is nauwelijks in staat te verifiëren of familieleden in Iran veilig zijn. Af en toe een appje of een kort bericht en dan weer dagen niets, vertelt menig Iraniër in Nederland. Ondertussen zitten zij aan hun telefoon gekluisterd om af en toe een bericht of sociale-mediapost op te vangen en te horen hoe het gaat.

Op de achttiende dag zijn er geen meldingen van nieuwe straatprotesten. Dit kan betekenen dat er ernstige communicatiebeperkingen zijn, of dat de protesten in intensiteit afnemen, schrijft IHRNGO op woensdag. Een blik op de geschiedenis toont dat Iraniërs zich niet zomaar uit het veld laten slaan. In 2022 leidde de dood van Mahsa Amini tot maandenlange protesten. Ook in 2019, 2017 en 2009 hielden opstanden het land in hun greep. Iraniërs zijn gehard en ervaren, maar hun inspanningen leidden nog nooit tot de verandering waarop zij hoopten.

Waarom nu wel?

Of die kans er nu wel in zit, is een veelbesproken vraag. Analisten stellen dat de huidige opstand in veel opzichten anders is dan in voorgaande jaren. Het regime is verzwakt, net als zijn bondgenoten. Bovendien neemt de druk van buitenaf toe.

Een opstand vanuit het volk mag dan nog zo groot zijn, een machtswisseling is vaak het gevolg van gedeserteerde ambtenaren of legereenheden binnen het regime, stellen analisten. In de militaire confrontatie met de Verenigde Staten en Israël in juni 2025 werden enkele belangrijke kopstukken van de Revolutionaire Garde gedood. Dit waren vertrouwelingen van de opperste geestelijk leider Khamenei. Zijn positie is daardoor verzwakt, stellen analisten.

Er is altijd een tweedeling geweest tussen de hardliners en de meer pragmatische politici binnen het Iraanse regime. Zij verschillen vooral van mening over het buitenlandbeleid van Iran, zoals de onderhandelingen over het kernprogramma of het erkennen van Israël. Het systeem zelf betwisten zij echter niet. In tijden van interne crisis vormen zij doorgaans een front om het systeem te verdedigen.

Nu is dat anders, schrijft Hamidreza Azizi op Iran Analytica. Hoewel er geen duidelijke signalen zijn dat politici zich afkeren van het regime, is het gebruikelijke front ook niet zichtbaar. Sterker nog, de factiestrijd binnen het systeem gaat gewoon door. Dit zou kunnen duiden op een meer gefragmenteerd politiek landschap dan ooit tevoren, betoogt de Iran-deskundige.

De meest hoopvolle ontwikkeling is de positie die president Masoud Pezeshkian inneemt. Deze week zei hij dat er geluisterd moet worden naar de eisen van Iraniërs over hun erbarmelijke economische situatie. Het zijn kleine haarscheurtjes die betekenisloos lijken, maar voor sommigen zijn het hoopvolle signalen.

Externe druk

Explicieter is de externe druk die Iran momenteel ervaart. In het geopolitieke spel zijn de kaarten opnieuw geschud. Jarenlang wist Iran vijanden af te schrikken door bondgenootschappen, met groeperingen als Hezbollah in Libanon, de Houthi’s in Jemen en het Syrische regime van Bashar al-Assad. Deze bondgenoten vormden een levensverzekering voor Iran. Zo zou Israël bijvoorbeeld niet zomaar een aanval uitvoeren op Iran, vanwege de dreiging van Hezbollah in de achtertuin.

Maar deze bondgenoten zijn de afgelopen jaren verzwakt. Hezbollah heeft fors geleden onder de oorlog met Israël in 2024 en ook de Houthi’s liggen onder vuur sinds zij een bedreiging vormden voor de scheepvaart in de Rode Zee. Het nieuwe Syrische regime heeft duidelijk andere prioriteiten en onderhandelt met Israël over vrede. Hierdoor is Iran geopolitiek geïsoleerd geraakt en kwetsbaarder geworden voor aanvallen van buitenaf.

Trump

Dat Israël en de Verenigde Staten een aanval op Iran niet schuwen, bleek vorig jaar zomer tijdens de twaalfdaagse oorlog. Ook nu dreigt de Amerikaanse president Donald Trump met een aanval om het grote aantal doden bij de demonstraties te vergelden. Deze dreiging heeft impact, vooral nu hij in Venezuela heeft laten zien dat de Verenigde Staten bereid zijn tot actie.

Toch is het lastig te voorspellen of de Verenigde Staten daadwerkelijk Iran zullen aanvallen. Zoals we Trump kennen, zijn zijn bewoordingen vaag. Hij waarschuwt het regime dat een aanval er kan komen, maar misschien ook weer niet. Bovendien is het de vraag of een enkele aanval van betekenis zal zijn. Voor een regimewisseling is een uitgebreide operatie nodig, stellen analisten. Trump heeft eerder laten weten daar geen zin in te hebben.

Reza Pahlavi

Dan is er ook nog Reza Pahlavi, de zoon van de laatste sjah van het Pahlavi-regime, dat vóór de Iraanse Revolutie van 1979 aan de macht was. Hij leeft in ballingschap in de Verenigde Staten en wil terugkeren naar Iran om de revolutie te leiden. Hij riep het volk op om op bepaalde tijden de straat op te gaan en liet weten dat er in eigen land een referendum moet komen, waarin Iraniërs zelf beslissen welke bestuursvorm zij willen. Ook roept hij huidige ambtenaren en soldaten op te deserteren.

Veel analisten zien hierin een teken van hoop. Er zou een politiek leider zijn opgestaan die Iraniërs verenigt. Een gedeeld narratief is belangrijk om een revolutie tot stand te brengen. Toch is de vraag hoe breed dit narratief wordt gedragen. Critici wijzen op het repressieve karakter van het Pahlavi-regime. De laatste sjah stond bekend als een dictator; zijn veiligheidsdiensten werden gevreesd en critici werden opgepakt. De Iraanse Revolutie kwam voort uit onvrede met dit regime. Ook nu is niet iedereen blij met de voortrekkersrol van Pahlavi, schrijft bijvoorbeeld Mehrzad Youssefi van de jongerenpartij van GroenLinks-PvdA op opiniewebsite Joop.

Hoe groot de invloed van Pahlavi daadwerkelijk is, valt bovendien lastig te verifiëren. Door de internetblokkade kan het Iraanse volk nauwelijks instructies van Pahlavi ontvangen, merkt Eline Derakhshan op in Vrij Nederland. Evenmin is het mogelijk een accuraat beeld te krijgen van zijn populariteit. Het zou goed kunnen dat berichtgeving over zijn populariteit een eigen leven is gaan leiden, betoogt de journaliste.

Toch zijn er geen andere namen bekend van potentiële leiders, vlaggendragers of oppositieleden in ballingschap. Waar sommigen kritisch zijn over de rol van Pahlavi, wijzen anderen op de wanhoop onder Iraniërs na 46 jaar streng islamitisch bewind. In die wanhoop is elke mogelijke bevrijder een held.

- Advertentie -