‘De dodelijke escalatie tussen de Koerdische SDF en het Syrische leger in Aleppo was bedoeld om het Turks-Koerdische proces te saboteren’, zegt de Turkse president Erdogan in reactie op de ontwikkelingen in buurland Syrië. Opvallend genoeg is dat ook precies de lezing van de Koerdische PKK, die op de terreurlijst staat in Turkije, de VS en de EU, en met wie de Turkse staat sinds vorig jaar een wankel vredesproces voert.
Een Syrische mensenrechtenorganisatie berichtte dinsdag dat er 45 burgers en 60 soldaten zijn omgekomen in de gevechten, meldde nieuwszender Al Jazeera.
Het komt vaker voor dat dezelfde feiten tot verschillende interpretaties leiden bij verschillende spelers. Maar in dit geval wijst juist die gedeelde interpretatie van wat er in Aleppo is gebeurd op een fundamenteel verschil van inzicht over hoe het vredesproces verder zou moeten verlopen.
Turkije hamert namelijk al vanaf het begin van het nieuwste vredesproces met de Koerden op een ‘Turkije zonder terreur’. De PKK en alle verwante groeperingen moeten zich ontwapenen. In ruil daarvoor zouden de Koerden meer rechten krijgen, maar wat die precies inhouden blijft onduidelijk.
De PKK daarentegen wil het vredesproces eerst daadwerkelijk zien functioneren voordat zij er echt in kan geloven. Bovendien vinden de Syrische Koerden dat Turkije geen rol van betekenis zou moeten spelen in Rojava, het autonome Koerdische gebied in Noordoost-Syrië, ook wel West-Koerdistan genoemd.
Dat Turkije het nieuwe Syrische regime steunt in zijn offensief tegen de Koerden in Aleppo, en mogelijk ook in Rojava, ziet de PKK als sabotage van het vredesproces. Erdogan en zijn pro-Turkse Syrische bondgenoten willen dat de Koerdische SDF de wapens neerlegt en uiteindelijk opgaat in het Syrische leger.
Dat proces lijkt na het bloedvergieten in Aleppo mislukt. De extreemrechtse bondgenoot van Erdogan, Devlet Bahceli (MHP), leider van de Grijze Wolven, noemde de leider van de Koerdische SDF Mazloum Abdi gisteren nog een ‘proxy van het zionisme’ en daarmee geen waardige gesprekspartner.


