18.1 C
Amsterdam

Ollongren: etnisch profileren mag alleen ‘in uiterste gevallen’

Lees meer

In haar Kamerbrief schrijft minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) dat etnisch profileren alleen in ‘uiterste gevallen’ toegestaan is. Dit zegt ze in reactie op een aangenomen Denk-motie uit januari over etnisch profileren.


Etnisch profileren kan enkel als ‘als voldaan is aan een zware toets van rechtvaardigheid’. Ze beroept zich op een mensenrechtelijk toetsingskader dat het College voor de Rechten van de Mens twee weken geleden publiceerde. De basis voor dit kader vormen de non-discriminatiebepalingen uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en jurisprudentie hierover.


Ollongren accepteert dat de politie risicoprofielen maakt, maar schrijft ook dat deze profielen het risico van discriminatie met zich meebrengen. Etnisch profileren mag niet als het risicoprofiel zich op slechts één bepaalde afkomst of nationaliteit richt, als ras het enige doorslaggevende selectiecriterium is of als sprake is van een direct onderscheid op grond van ras.

Etnisch profileren ligt de laatste tijd weer onder vuur vanwege een uitspraak van een Haagse rechtbank in september, dat etniciteit bij grenscontroles als één van de selectiecriteria mag blijven bestaan. De minister schrijft dat ze de discussies en zorgen van de maatschappij over de rechterlijke uitspraak in de zaak heeft gevolgd. Maar ze concludeert ook dat uit het toetsingskader van het College van de Rechten van de Mens geen geheel verbod voortvloeit.

‘Er kunnen immers zwaarwegende belangen zijn om toch afkomstgerelateerde selectiecriteria te gebruiken mits deze voldoen aan de juridische kaders en omkleed zijn met de noodzakelijk waarborgen.’ Ollongren benadrukt dat dit gaat om ‘uitzonderlijke gevallen’ en dat dit niet norm is.

- Advertentie -