De pro-Europese regering van Roemenië is gevallen na een succesvolle motie van wantrouwen in het parlement. Het waren vooral de indieners van de motie die voor een verrassing zorgden.
De minderheidsregering van premier Ilie Bolojan verloor steun door een opvallende alliantie van sociaaldemocraten (PSD) en de radicaal-rechtse partij AUR. Een ruime meerderheid van de parlementariërs stemde vóór de motie, waarmee het kabinet na nog geen jaar ten val kwam.
De politieke crisis zat er al langer aan te komen. De PSD had zich eerder teruggetrokken uit de coalitie na onenigheid over bezuinigingsmaatregelen en economische hervormingen van Bolojan. Die maatregelen waren bedoeld om het grote begrotingstekort terug te dringen en Europese fondsen veilig te stellen, maar stuitten op veel verzet, ook binnen de coalitie.
Opvallend is de samenwerking tussen de sociaaldemocraten en uiterst rechts, die ideologisch ver uit elkaar liggen. Analisten zien dit als een teken van groeiende politieke fragmentatie en de opkomst van radicaal-rechtse krachten in Roemenië. De partij AUR staat momenteel hoog in de peilingen en profiteert van de onvrede over het regeringsbeleid.
President Nicușor Dan staat nu voor de taak een nieuwe regering te vormen. Hoewel nieuwe verkiezingen voorlopig onwaarschijnlijk zijn, worden moeilijke onderhandelingen verwacht. Intussen zorgt de val van het kabinet voor onzekerheid over de politieke koers van het land en de relatie met de Europese Unie.


