‘Myanmar heeft doelbewust geprobeerd de Rohingya, een moslimminderheid, te vernietigen met verschrikkelijk geweld.’
Dat zei de Gambiaanse minister van Justitie, Dawda Jallow, bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ). Het is een nieuwe genocidezaak die de rechters van het ICJ voorgelegd krijgen, zo bericht het Franse persbureau AFP.
‘Het gaat hier niet om een esoterische kwestie van internationaal recht. Het gaat om echte mensen, echte verhalen en een echte bevolkingsgroep: de Rohingya van Myanmar. Zij zijn het doelwit van vernietiging’, zei Jallow tegen de rechters van het Internationaal Gerechtshof.
Gambia zet de zwaarst mogelijke aanklacht in waarmee een land geconfronteerd kan worden: de schending van het genocideverdrag uit 1948. Dit verdrag is sindsdien desondanks talloze malen geschonden, onder andere door de Rode Khmer in Cambodja en Israël recent met de genocide in Gaza.
Honderdduizenden Rohingya-moslims sloegen in 2017 op de vlucht voor het Myanmarese leger en extremistische boeddhistische milities. In Bangladesh getuigden zij al over bloedstollende episodes van massaverkrachtingen en moordpartijen, meldt AFP. ‘Zelfs kinderen werden levend verbrand’, vertelt mensenrechtenadvocaat Paul Reichler, die Gambia vertegenwoordigt.
Ongeveer 1,2 miljoen Rohingya leven nu in mensonterende vluchtelingenkampen in Cox’s Bazar in Bangladesh, niet ver van de grens met Myanmar.


