5.9 C
Amsterdam

Turkse rechter veroordeelt levend verbranden Koerdisch gezin niet

Lees meer

De Turkse rechter ziet in de Vartinis-zaak, waarin een Koerdisch gezin van negen omkwam toen het dorp in de regio Mus werd platgebrand in 1993, geen misdaad tegen de menselijkheid. Hierdoor is vervolging van de daders niet mogelijk.

Er zou volgens de rechter ‘geen bewijs’ zijn voor politieke, raciale of religieuze vijandigheid. Dat blijkt uit een gedetailleerd rapport van de rechtbank, die de zaak vorig jaar ‘verjaard’ verklaarde. Zo meldt de Turkse nieuwssite Duvar.

Het dorp werd toentertijd met behulp van staatsgezinde Koerdische dorpswachters, die bewapend worden door de Turkse staat in de strijd tegen de Koerdische PKK, in de as gelegd nadat een Turkse soldaat een dag eerder was omgekomen.

Meer dan 3500 Koerdische dorpen zijn in diezelfde periode door de Turkse regering platgebrand en ‘ontvolkt’. De Koerdische bevolking werd en masse verdacht van het verlenen van onderdak aan PKK-strijders. De PKK staat op de terreurlijst van Turkije, de VS en de EU.

In de jaren negentig van de vorige eeuw, maar ook na het mislukken van het vredesproces met de PKK in 2015, werden paramilitaire groeperingen zoals Jitem en staatsgezinde Koerdische dorpswachters ingezet in deze strijd. Daarbij vielen duizenden Koerdische burgerslachtoffers en velen worden sindsdien vermist.

De advocaten van de enige Koerdische overlevende van het gezin van negen, Aysel Ögüt, willen nog steeds de commandant van de dorpswachters Bülent Karoglu voor ‘genocide’ vervolgen en eisen de heropening van de zaak.

- Advertentie -