In het artikel We worden lastiggevallen door Pahlavi-aanhangers, zeggen deze Iraanse Nederlanders ontbreekt de politieke context waarin deze personen zelf actief zijn, schrijft Aryan Abbasi.
De in het artikel genoemde personen waren aanwezig bij de demonstratie in Den Haag op 16 januari, die naar buiten toe werd gepresenteerd als een pro-Palestina-protest. Tegelijkertijd waren daar symbolen, vlaggen en uitingen zichtbaar die direct verbonden zijn aan de Islamitische Republiek. Binnen de Iraanse gemeenschap werd deze bijeenkomst daarom niet gezien als een neutrale solidariteitsactie, maar als een manifestatie waarin steun aan het Iraanse regime een duidelijke rol speelde.
Voor veel Iraniërs is dat geen onschuldige achtergrond. De Islamitische Republiek is een repressief regime dat structureel geweld gebruikt tegen de eigen bevolking en verantwoordelijk wordt gehouden voor het doden van tienduizenden mensen. Er is sprake geweest van een massamoord, grenzend aan genocide, waarbij meer dan 40.000 mensen binnen twee dagen zijn vermoord door het islamitische regime. Dat is een werkelijkheid waar veel families dagelijks mee te maken hebben. Wanneer iemand zich zichtbaar associeert met uitingen of netwerken die dit regime ondersteunen of legitimeren, roept dat begrijpelijk sterke emoties op.
Wij zijn tegen onderdrukking, of die nu komt van Hamas, Hezbollah of andere machtsstructuren
Ook wordt in het artikel de indruk gewekt dat sympathisanten van Shahzadeh Reza Pahlavi automatisch anti-Palestina zouden zijn. Dat is niet juist. Wij zijn niet tegen Palestina en niet tegen een volk. Wij zijn tegen onderdrukking, of die nu komt van Hamas, Hezbollah of andere machtsstructuren. Veel mensen binnen onze kring hebben zich juist ingezet voor onschuldige burgers in Gaza en Palestina. Solidariteit met burgers die lijden staat los van steun aan een regime in Iran.
Binnen de Iraanse gemeenschap bestaan daarnaast zorgen over het feit dat sommige van deze zogenoemde ‘slachtoffers’, die zich zichtbaar associëren met het Iraanse regime, werkzaam zijn bij grote Nederlandse bedrijven met toegang tot gevoelige data en technologie. Wanneer personen in dergelijke functies openlijk steun betuigen aan een regime dat internationaal onder sancties staat en verantwoordelijk wordt gehouden voor ernstige mensenrechtenschendingen, roept dat begrijpelijk vragen op over integriteit en mogelijke risico’s. Dit raakt niet alleen de veiligheid van Iraniërs in Nederland, maar ook bredere maatschappelijke belangen en de veiligheid binnen Nederland.
Het melden van deze zorgen bij bevoegde instanties gebeurt vanuit de overtuiging dat veiligheid en transparantie gewaarborgd moeten blijven. Wanneer bedrijven daarop intern onderzoek doen en eventueel maatregelen nemen, laat dat zien dat dergelijke signalen serieus worden genomen.
Al met al vraagt journalistiek om volledige context, zeker bij een onderwerp dat binnen de Iraanse gemeenschap zo gevoelig ligt. Zonder die context voelt het alsof de pijn van duizenden slachtoffers wordt genegeerd, terwijl degenen die zich met het regime associëren enkel als benadeelden worden neergezet. Een eerlijk en evenwichtig beeld vraagt om beide kanten van het verhaal.
Lees ook:
‘Koppel aanhangers van de sjah niet aan intimidatie’
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

