Trump is op ramkoers

Foto: PBS. Jim Mattis.

Met het ontslag van Rex Tillerson als minister van Buitenlandse Zaken en Herbert McMaster als Nationale Veiligheidsadviseur plaatst de Amerikaanse president Donald Trump zich voor grote diplomatieke problemen. De afgelopen jaren is het budget en de bemensing van het State Department aanzienlijk verlaagd. Het gebrek aan ervaren diplomaten en de zwakke positie van Tillerson zorgden al voor een sterk minder zichtbaar en invloedrijk ministerie. Vele diplomaten verlieten voortijdig het pand om elders hun heil te zoeken. Hoewel Tillerson geen sterke minister was, gold hij wel als één van de weinigen die het met Trump oneens durfde te zijn over de aanpak van de kwesties Noord-Korea en Iran. Ook McMaster was het regelmatig oneens met Trump. Zo vond hij dat de nucleaire Iran-deal onaangetast diende te blijven en was hij een voorstander van troepenuitbreiding in Afghanistan, iets waarvan Trump aanvankelijk niets moest weten. Zowel Tillerson als McMaster lieten daarbij hun ergernis over de standpunten van hun hoogste baas blijken. Tillerson deed dat weliswaar in kleine kring, maar die uitspraken kwamen niettemin naar buiten en dus ook ter ore van Trump.

De eminente generaal en militair historicus McMaster – die nota bene gepromoveerd was op een dissertatie waarin hij stelde dat Amerikaanse generaals tijdens de Vietnam-oorlog meer tegen hun presidenten in het verweer hadden moeten komen – sloeg tijdens zijn presidentiële briefings vaak een belerende toon aan, waaraan Trump zich mateloos kon ergeren. Dat McMaster met steun van minister van Defensie Jim Mattis uiteindelijk toch gedaan kreeg dat Trump meer troepen naar Afghanistan steunde, werd hem door meerdere leden van Trumps staf ernstig kwalijk genomen. Het lijkt er op dat zowel Tillerson als McMaster hun congé mede hebben kregen, vanwege de wijze waarop zij zich kritisch uitlieten over de internationale standpunten van Trump. Daarmee blijft de voormalige generaal der mariniers Mattis als enige over om Trump te weerhouden van al te drastische stappen in de buitenlandse politiek. Hoewel Mattis vaak op één lijn zat met Tillerson en McMaster, was en is hij in het uiten van kritiek een stuk diplomatieker dan zijn voormalige collega’s. Blijkbaar weet hij Trump soms op andere gedachten te brengen zonder hem voor het hoofd te stoten, hetgeen gelet op de dunne huid van Trump een knappe prestatie is. Maar zonder zijn bondgenoten Tillerson en McMaster dreigt voor Mattis nu wel het isolement. Hij zal op zijn tenen moeten lopen.

Dat nu de haviken Mike Pompeo en John Bolton voorzien zijn als opvolgers van respectievelijk Tillerson en McMaster op een moment dat drie zeer gevoelige en riskante dossiers – Rusland, Iran, Noord-Korea – op tafel liggen, is uiterst ongelukkig. Alle drie de dossiers houden namelijk, indien niet goed behandeld, een escalatierisico in met uiteindelijk zelfs een gewapend conflict tot gevolg. Het gebrek aan goede, ervaren diplomaten bij het State Department om deze dossiers te beheren, te behandelen en vooroverleg te voeren met de betrokken partijen, maakt de zaak er niet rooskleuriger op. Op dit moment is de Amerikaanse regering uitermate slecht geëquipeerd om deze zeer riskante kwesties goed af te handelen. Alleen al om die reden kan Trump een gebrek aan strategisch inzicht en leiderschap worden verweten.

Pompeo is net als Trump een verklaard tegenstander van de Iran-deal. Als directeur van de CIA noemde hij Iran in één adem met IS en suggereerde ook dat het land met al-Qaeda onder één hoedje speelt. Ook vond hij dat Iraanse bedrijven verhinderd zouden moeten worden internationaal zaken te doen. Hij stelde daarnaast letterlijk dat hij er naar uitzag de overeenkomst met Iran terug te draaien. De kans is dus levensgroot aanwezig dat hij Trump zal adviseren zich uit de nucleaire overeenkomst met Iran terug te trekken, als Trump zich in mei weer moet uitspreken over het al dan niet voortzetten van de deal. Pompeo is er voorts van overtuigd dat de Russen wel degelijk hebben geprobeerd de Amerikaanse verkiezingen te beïnvloeden, maar stelt daarnaast dat er niets is gebleken van een geslaagde poging tot het beïnvloeden van stemgedrag. Hij blijft Rusland echter wel zien als een gevaar voor de westerse wereld. Het uitwijzen van zestig Russische diplomaten als vergelding voor de gifaanval op de voormalige Russische spion Sergei Skripal zal zijn goedkeuring zeker kunnen wegdragen. Wat betreft Noord-Korea heeft Pompeo onlangs nog aangegeven dat de insteek voor de onderhandelingen met Kim Jong-un de totale, verifieerbare denuclearisatie van dat land zal moeten zijn. Zolang dat niet het geval is, zal volgens hem de sanctiedruk op het land in stand moeten blijven. Het is zeer de vraag of de Noord-Koreaanse dictator zich daartoe zal laten dwingen.

Bolton heeft gewerkt als Amerikaans ambassadeur van de regering van George W. Bush bij de Verenigde Naties. In 2003 was hij een fervent voorstander van de aanval op Irak en is dat tot op de dag van vandaag blijven verdedigen. Daarmee verschilt hij van inzicht met Trump, die een verklaard tegenstander van de oorlog in Irak was en is. Voorts heeft Bolton in het verleden meerdere malen aangedrongen op het bombarderen van de nucleaire installaties in Iran en Noord-Korea. Daarnaast is hij, net als Trump, niet overtuigd van het feit dat Rusland heeft geprobeerd de Amerikaanse verkiezingen te beïnvloeden. Ondanks het feit dat Bolton recent verklaarde dat zijn vroegere uitspraken achter hem liggen en dat wat nu telt de mening van de president is, zullen zijn adviezen aan Trump de positie van Iran en Noord-Korea er niet makkelijker op maken.

Blijft over Mattis, de stoïcijnse krijgsman met duidelijk diplomatieke gaven. Hij heeft meerdere malen aangegeven dat hij weliswaar niet gelukkig is met de Iran-deal, maar dat het tenminste tot uitstel leidt van een Iraanse nucleaire capaciteit en dat de deal om die reden niet zou moeten worden opgezegd. Voorts is hij een verklaard tegenstander van welke militaire optie tegen Noord-Korea dan ook, wijzend op de desastreuze gevolgen voor de regio en de wereld. Wat Rusland betreft volgt hij de NAVO-lijn, waarin Rusland in toenemende mate als agressor wordt gezien. Hij stelt ook zeer duidelijk dat één lijn moet worden getrokken met de NAVO-bondgenoten. Daarin wijkt hij duidelijk af van Trump.

Maar de lakmoesproef voor de nieuwe samenstelling van de veiligheidsautoriteiten van de regering Trump wordt de komende weken gevormd door de onderhandelingen met Noord-Korea en het besluit over de voortzetting van de nucleaire overeenkomst met Iran. Het feit dat nu drie heethoofden – Trump, Pompeo, Bolton – voor harde aanpak van Noord-Korea en Iran zijn, terwijl daar tegenover slechts één oude, wijze generaal – Mattis – staat als minister van Defensie die een gematigder koers voorstaat, maakt de wereld er niet veiliger op. Het is te hopen dat Mattis zijn invloed kan doen gelden, maar daarvoor is het van belang dat Pompeo en Bolton in hun nieuwe hoedanigheid hun toon en adviezen aan de president matigen. En wat Trump met die adviezen doet? Dat is niet absoluut te voorspellen.

DELEN
Peter Wijninga
Defensiedeskundige. Strategisch analist bij het The Hague Center for Strategic Studies. Voormalig officier van de Koninklijke Luchtmacht.