Terwijl in Turkije vredesgesprekken met de Koerden plaatsvinden, blijven in ons land hardnekkige vijandbeelden bestaan. Ook hier zijn gesprekken nodig tussen Turkse en Koerdische Nederlanders, betoogt Yunus Kaplan.
Ik ben geboren in Nederland, kind van gastarbeiders. Tweede generatie. Mijn leven begon hier, maar het verhaal waarin ik werd opgevoed begon elders. Het Turks-Koerdische conflict stopte voor mij niet bij de grensovergang in Edirne. Het kwam mee. Niet in koffers, maar in beelden, woorden en stiltes.
Ik groeide op met een vijandsbeeld voordat ik begreep wat het woord vijand betekende. Dat werd me niet uitgelegd via geschiedenis of politiek. Het zat in kleine correcties. In zinnen die halverwege afbraken. In namen die spanning opriepen.
Abdullah Öcalan werd afgeschilderd als een monster. Iemand die baby’s uit hun bedden stal. Dat werd niet gepresenteerd als mening, maar als waarheid. Iets wat je niet hoefde te bevragen, alleen te onthouden.
Ik wist niet wie hij was, wat hij had gedaan of waar het conflict over ging. Ik wist alleen dat zijn naam angst en afkeer opriep. Zo werd het doorgegeven. Zonder uitleg en zonder context. Een aanname die bleef hangen.
Conflicten uit Turkije verdwijnen niet aan de grens
In de jaren negentig, waarin mijn ouders hun leven in Nederland opbouwden, was het geweld tussen de Turkse staat en de PKK dagelijkse kost. Dat conflict werd niet alleen militair gevoerd, maar ook in taal en beeld, waarbij de PKK bijna altijd werd neergezet als puur terroristisch kwaad, losgemaakt van politieke context. Die framing reisde mee met migranten, via satellietzenders, kranten en gesprekken in de gemeenschap. Zo bleef er een simpel verhaal over, geschikt om door te geven aan kinderen.
Dat werd voor mij op de middelbare school voor het eerst expliciet. Tijdens een gezamenlijke activiteit raakte ik in gesprek met een Koerdische jongen van een andere school. Het gesprek verliep vanzelfsprekend, tot afkomst ter sprake kwam. Daarna was vriendschap geen optie meer. Niet door iets wat wij hadden meegemaakt, maar door wat ons was meegegeven. We waren allebei hier geboren, en toch bleek de grens niet alleen geografisch.
Onderzoek
Wat ik daar meemaakte, staat niet op zichzelf. Onderzoek van Kennisplatform Inclusief Samenleven laat zien dat spanningen tussen Turks-Nederlandse en Koerdisch-Nederlandse groepen ook in Nederland structureel voorkomen en vaak worden doorgegeven binnen gezinnen en gemeenschappen. Conflicten uit Turkije verdwijnen niet aan de grens. Ze duiken hier op, op scholen, onder jongeren, binnen gemeenschappen. Ook in andere Europese steden, zoals Brussel, werd zichtbaar hoe deze spanningen kunnen doorwerken in het dagelijks leven.
Aanleiding om hier nu over te schrijven is het recente bericht dat de PKK heeft besloten zichzelf op te heffen en de wapens neer te leggen. Het nieuws werd gebracht als een mogelijke doorbraak, maar riep bij mij vooral een andere vraag op: wat betekent dit voor de mensen die met dit conflict zijn opgegroeid, hier in Europa?
Is vrede iets wat alleen daar wordt onderhandeld, of ook hier vorm moet krijgen?
In het publieke debat lijkt het antwoord vaak impliciet nee. Het gaat over Ankara, over politieke wil, over veiligheid en stabiliteit. De diaspora komt hooguit in beeld wanneer spanningen oplopen en zichtbaar worden op straat. Dan heet het plots een geïmporteerd conflict.
Voor veel mensen met wortels in Turkije en Koerdistan leeft het conflict hier. In gezinnen, op schoolpleinen, in buurthuizen. In wie je vertrouwt en wie niet. In vriendschappen die voorzichtig blijven of nooit ontstaan. Dat is geen voortzetting van geweld, maar van vijandbeelden. En die zijn hardnekkig, juist omdat ze zelden worden uitgesproken.
Wat betekent dit voor de mensen die met dit conflict zijn opgegroeid, hier in Europa?
Als een vredesproces die werkelijkheid buiten beschouwing laat, blijft het onvolledig. Niet omdat vrede hier moet worden onderhandeld, maar omdat zij hier wel moet landen. Zonder dat blijven oude tegenstellingen in leven, zonder dat iemand nog weet waar ze zijn begonnen.
De vraag is dus niet of het Turks-Koerdische vredesproces ook een hoofdstuk voor de diaspora nodig heeft. De vraag is wat er gebeurt als dat hoofdstuk opnieuw wordt overgeslagen. Dan blijft een grens bestaan die allang niet meer op de kaart staat, maar wel in mensen.
Ik weet hoe dat klinkt. Ik hoorde het ooit in een gymzaal. In één zin. Van iemand die net als ik hier was geboren. En die toch had geleerd dat wij geen vrienden konden zijn.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

