6.4 C
Amsterdam

Waarom Syrische jongeren vaker ontsporen

Majorie van Leijen
Majorie van Leijen
Journalist en Midden-Oostendeskundige

Lees meer

Asielzoekers met weinig kans op een verblijfsvergunning worden ‘kansarm’ genoemd en komen vaker in aanraking met criminaliteit. Tot die groep behoren steeds meer Syrische jongeren.

Het was de burgemeester van Arnhem, Ahmed Marcouch, die in mei 2025 als eerste alarm sloeg over probleemjongeren die de orde in de stad verstoorden. Diezelfde maand zei burgemeester Sharon Dijksma dat Utrecht en omliggende gemeenten significant last hebben van overlast door jonge Syrische asielzoekers.

De doos van Pandora leek geopend. Ook de gemeenten Den Bosch, Nijmegen en Groningen bleken gebukt te gaan onder een toenemend aantal vechtpartijen, intimidatie en geweld, waarbij steeds weer Syrische jongeren betrokken waren. Burgemeesters en politie signaleerden dat deze jongeren elkaar in verschillende steden opzochten. Plots werd een netwerk zichtbaar dat tot voor kort aan de aandacht van bestuurders was ontsnapt.

Maar de jongeren liggen al langer onder de loep van onderzoekers die zich toespitsen op de asielketen. ‘Dit is al een aantal jaar aan de gang. De problematiek van deze jongeren lijkt sterk op die van jongeren zonder verblijfsdocumenten die al jarenlang door Europa rondreizen en daarbij gebruikmaken van bestaande migrantengemeenschappen en opvanginstanties’, zegt Richard Staring van onderzoeksbureau Beke. In een recent onderzoek dat het bureau uitvoerde in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) wordt zelfs gesproken over een verschuiving, waarbij Syrische jongeren steeds vaker opduiken binnen de groep overlastgevende jongeren.

Maar eerst: wie zijn die rondreizende jongeren? Het gaat om minderjarige asielzoekers, vaak uit Marokko, Algerije of Tunesië, die meestal een afwijzing krijgen op hun asielaanvraag. Ze reizen door Europa op zoek naar een beter leven, omdat ze binnen hun netwerk hebben gehoord over bijvoorbeeld de mogelijkheid om geld te verdienen in Parijs, goede mondzorg in Hamburg of goede opvang in Zweden. Dat vertellen onderzoekers Isik Kulu Glasgow en Manon van der Meer van het WODC in een podcast uit eind 2023. Zij rondden toen net een uitgebreid onderzoek af naar rondreizende alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s).

Naast een geringe kans op een succesvolle asielaanvraag kampen deze jongeren vaak met multi-problematiek. Ze zijn geregeld drugsverslaafd, hebben geen stabiele gezinssituatie en zijn gewend geraakt aan het leven in de marge van de samenleving. Ze weten hoe ze voor zichzelf moeten opkomen en gaan conflicten niet uit de weg, maar kennen vaak niet anders, vertelt Glasgow.

Machtswisseling in Syrië

Een groot aantal van deze factoren speelt nu een rol bij Syrische jongeren, die de laatste jaren naar Nederland zijn gekomen. Tot voor kort was de kans op asiel voor Syriërs groot, maar dit veranderde met de machtswisseling in Syrië. Van de ene op de andere dag keken Europese regeringen anders aan tegen hun komst. De Nederlandse regering kondigde een beslisstop af van zes maanden; daarna werden de meeste aanvragen afgewezen. In 2025 nam de Immigratie- en Naturalisatiedienst 390 besluiten over Syrische asielaanvragen, waarvan 28 procent resulteerde in een asielvergunning. Een jaar eerder ging het nog om 10.700 besluiten, waarvan 95 procent leidde tot een vergunning, meldt het CBS deze week.

‘In Turkije kregen zij geen vluchtelingenstatus’

Maar het verhaal gaat verder dan alleen het afgelopen jaar, benadrukt Staring. Het gaat om Syrische jongeren die in eerste instantie – al dan niet in familieverband – zijn gevlucht naar landen als Turkije, Libanon of Jordanië. Ook daar hadden zij vaak weinig kans op een goed leven, legt hij uit. ‘In Turkije bijvoorbeeld kregen zij geen vluchtelingenstatus. Op school kregen ze les in een taal die ze niet spreken, en in de grote stad leek niemand op hen te zitten wachten. Ze mogen er verblijven, maar worden feitelijk in de marge van de samenleving geduwd. Vanuit die optiek besluiten sommige jongeren die op straat zijn groot geworden verder te reizen. Ze willen meer verdienen, meer status, en worden aangetrokken door beloftes over een El Dorado in Europa, gevoed door berichten op sociale media uit hun netwerk.’

Eenmaal in Nederland komen ze terecht in een overvolle asielketen, met de alom bekende wachttijden, verplaatsingen en gebrekkige opvang. Natuurlijk ontspoort niet iedere jongere, maar de ingrediënten om in de criminaliteit te belanden zijn dan wel aanwezig, aldus Staring. ‘Ze zijn jong, hebben weinig perspectief en missen een familiefiguur, zoals een corrigerende oom. Vooral in grotere opvanglocaties wanen ze zich anoniem. Ze hebben het gevoel weg te komen met hun gedrag, en soms is dat ook zo. Dan is het hek van de dam.’

Verschuiving

In interviews die de onderzoekers hielden met bewoners van asielzoekerscentra komt eenzelfde beeld naar voren. ‘Respondenten beschrijven een verschuiving van overlastgevende Noord-Afrikaanse jongeren naar Syrische jongeren die voor veel incidenten binnen de opvang zorgen. Oorzaak van hun gedrag zou liggen in onder meer problematisch middelengebruik, waardoor professionals moeilijk contact met hen krijgen’, staat in het rapport.

Ook professionals signaleren een verandering in het gedrag van Syrische asielzoekers. ‘Zij constateren dat deze jongeren, in vergelijking met de Syrische jongeren die rond 2015 in Nederland asiel aanvroegen, ingewikkelder gedrag laten zien. Dit hangt samen met lange wachttijden in de asielprocedure, een gebrekkig perspectief op een verblijfsstatus en de afwezigheid van naaste familie’, staat in een andere passage.

Beeld: Pixabay

Syrische jongeren zijn in veel opzichten gaan lijken op de eerdergenoemde rondreizende jongeren uit Noord-Afrikaanse landen, concluderen de onderzoekers. Toch zijn er ook verschillen, merkt Sanne Noyon, onderzoeker bij het WODC, op. ‘De gemeenschap waarin zij in Nederland terechtkomen, is anders. Hier wonen veel Syriërs die inmiddels zijn gesetteld. Zij gingen hen voor en kunnen ondersteuning bieden. Er is natuurlijk ook een Marokkaanse gemeenschap, maar die is hier al veel langer en heeft een heel andere migratiegeschiedenis dan de Marokkaanse jongeren die nu komen.’

Ook Staring benadrukt het vluchtelingenverleden van Syrische jongeren. ‘Formeel zou je deze jongeren niet altijd als vluchteling bestempelen als zij vertrekken vanuit een land als Turkije met economische motieven. Maar we moeten daar voorzichtig mee zijn. Zij zijn in eerste instantie wel gevlucht uit een oorlogsgebied en dragen een vluchtverleden met zich mee, wat gepaard kan gaan met trauma. Dat kan een rol spelen in hun gedrag.’

Geen lieverdjes

De vraag blijft in hoeverre je met deze factoren rekening kunt houden als je bijvoorbeeld in een azc werkt en je bedreigd voelt, of als een supermarktmanager keer op keer winkeldieven uit de winkel moet zetten.

‘Het zijn geen lieverdjes’, zegt Van der Meer in de podcast. ‘Maar de overlast is niet het hele verhaal. Deze jongeren zijn ook kwetsbaar voor criminele netwerken en worden regelmatig uitgebuit. Ze zijn dader, maar soms ook slachtoffer’, zegt zij in de podcast.

‘Zeker bij minderjarige asielzoekers gaat het vaak om jongeren die hulp nodig hebben’

Wat we niet uit het oog moeten verliezen, voegt Noyon toe, is dat het om een kleine minderheid gaat. ‘Als je in een gemeente woont waar dit speelt, voelt het waarschijnlijk niet zo. Toch is het belangrijk dat te blijven benadrukken. Zeker bij minderjarige asielzoekers gaat het vaak om jongeren die hulp nodig hebben. Repressie is een begrijpelijke reflex, maar niet altijd het juiste antwoord.’

Bovendien kan de nadruk op Syrische jongeren als overlastgevers juist wangedrag in de hand werken, concludeert het onderzoeksteam van bureau Beke. Tijdens het onderzoek merkten zij dat kansarme asielzoekers gefrustreerd raken door dit label. ‘Dat maakt hen uiteindelijk onverschillig. Als ze weten dat ze kansarm zijn, gaan ze zich ernaar gedragen’, zegt Staring.

Tijdens het onderzoek sprak hij niet alleen met zorgmedewerkers, maar ook met de asielzoekers die problematisch gedrag vertoonden. Wat hem vooral opviel, was verwarring. ‘Je ziet dat ze in een systeem zijn beland dat ze niet altijd goed begrijpen. Als ze worden overgeplaatst naar een azc dat speciaal is ingericht voor overlastgevers, vragen ze zich af: waarom zit ik hier? Vaak speelt gebrekkige communicatie hier een rol in. Een personeelslid heeft zich misschien onveilig gevoeld door de manier van praten. De asielzoeker legt uit dat hij zijn recht wilde halen, maar dat deed op een manier die door het personeel niet wordt geaccepteerd.’

‘Juist bij minderjarige asielzoekers is begeleiding cruciaal’

‘Ik vind dat zelf ook verwarrend. Aan de ene kant is het begrijpelijk dat de veiligheid van personeel vooropstaat en dat daar protocollen voor zijn. Aan de andere kant ontbreekt vaak een serieus gesprek waarvoor de tijd wordt genomen. Het zou zinvol zijn om iemand uit te leggen waarom hij wordt overgeplaatst, zodat hij van de sanctie kan leren. Dat gebeurt nu te weinig’, aldus Staring.

Dat heeft deels te maken met een gebrek aan capaciteit bij hulpverlenende organisaties, zegt Noyon. ‘Juist bij minderjarige asielzoekers is begeleiding cruciaal. Verbinding met familie is voor deze jongeren belangrijk, maar als die ontbreekt, kan een ander die rol vervullen, bijvoorbeeld een volwassene tegen wie zij opkijken.’

Kleinschaligheid

Een positief voorbeeld ziet Staring momenteel in Arnhem, waar jongerenwerkers met dezelfde achtergrond de jongeren begeleiden. ‘Dat is heel zinvol. Ook kleinschalige opvang kan een positief effect hebben. Kleinschaligheid is niet per definitie beter, maar het bevordert wel onderlinge relaties: mensen kennen elkaar binnen een azc, waardoor anonimiteit afneemt.’

Het nieuwe kabinet wil op een aantal punten een koerswijziging in de asielketen doorvoeren. In het regeerakkoord staat dat wordt geïnvesteerd in organisaties als de IND, het COA en Nidos. Extra personeel moet zorgen voor meer tijd voor kwalitatief werk. Ook wil het kabinet de noodopvang sluiten en uitsluitend investeren in stabiele opvang, waarbij verplaatsingen zo veel mogelijk worden beperkt. Tegelijkertijd zet het in op een harde aanpak van asielzoekers die niet in Nederland mogen blijven.

Staring is voorzichtig positief over die plannen. ‘Meer geld en tijd voor deze organisaties is goed. Bij overlast moet je bovendien optreden: het is logisch om te straffen als iemand over de schreef gaat. Maar reageer op gedrag, niet op het label “kansarm”. Straf moet proportioneel zijn en niet worden opgelegd omdat iemand toch al weinig perspectief heeft in Nederland.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -