Gidi Markuszower leidt de groep van zeven Kamerleden die zich recent heeft afgesplitst van de PVV. De groep nam haar zetels mee, waardoor een nieuwe fractie ontstond in de Tweede Kamer.
De in Tel Aviv geboren Markuszower was tussen 1999 en 2005 bestuurslid en woordvoerder van Likoed Nederland, de zustervereniging van de conservatief-nationalistische partij Likud in Israël. Hij geldt als een van de langdurige vertrouwelingen van PVV-leider Geert Wilders. De samenwerking tussen beiden kwam de afgelopen jaren echter herhaaldelijk onder druk te staan.
Sinds 2017 is Markuszower lid van de Tweede Kamer. In eerdere Kamerdebatten deed hij verschillende omstreden uitspraken. Zo vergeleek hij criminele asielzoekers met beesten en sprak hij ook over ‘hyena’s’ en ‘achterlijke Midden-Oosterse zandbaklanden’. Zijn politieke profiel wordt mede bepaald door zijn uitgesproken standpunten over immigratie en veiligheid.
Aan het begin van zijn politieke loopbaan bij de PVV ontstond discussie over zijn geschiktheid als kandidaat. In 2008 werd hij tijdens een evenement in de Amsterdamse RAI aangehouden omdat hij een wapen bij zich zou hebben gehad. Daarnaast waarschuwde toenmalig minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin PVV-leider Wilders dat Markuszower mogelijk een integriteitsrisico vormde. Volgens berichtgeving van het Parool zou hij banden hebben onderhouden met buitenlandse inlichtingendiensten. Wilders besloot hem daarop tijdelijk van de kandidatenlijst te halen. In 2015 keerde Markuszower terug in de politiek. Eerst als Eerste Kamerlid, daarna vanaf 2017 als Tweede Kamerlid.
In 2023 kwam zijn naam opnieuw in het nieuws, toen de PVV hem voordroeg voor een ministerspost. De AIVD gaf echter een negatief advies na een veiligheidsscreening, waardoor de benoeming niet doorging.
De recente afsplitsing heeft geleid tot uiteenlopende reacties in de politieke arena. Critici verwijzen naar eerdere uitspraken van Markuszower, waaronder een interview in het Nieuw Israëlietisch Weekblad in 2015, waarin hij pleitte voor een apart juridisch kader voor moslims.
‘Ik ben voor bijzonder onderwijs voor christenen en Joden, maar niet per se voor moslims’, zei hij toen. ‘Er is niets raars aan om te zeggen: we moeten wel synagogen en kerken toestaan maar geen moskeeën. Op zijn minst zouden we de moslims moeten voorhouden: gedraag je eerst eens zoals andere gelovigen hier. Als je dat weigert, kun je ook geen aanspraak maken op de zelfde rechten als andere Nederlanders. (…) Moslims die hier willen wonen moeten bewijzen dat hun geloof bij onze samenleving past. Zo niet, dan kunnen ze geen aanspraak maken op onze vrijheid van godsdienst.’


