Twee prominente Palestijnse voorgangers kregen maandag van de Israëlische
Sheikh Raed Salah en Sheikh Kamal al-Khatib zeiden tegen de Turkse nieuwssite Anadolu dat zij werden verhoord door Israëlische autoriteiten, waarna zij het verbod kregen opgelegd. Volgens Salah is het toetreden tot al-Aqsa een islamitisch recht en hebben zij dus het recht om er te komen. Hij veroordeelde het besluit van Israël als ‘onrechtmatig’
en ‘onrechtvaardig’. Verder noemde de Palestijnse voorganger het verbod ‘een
aanval op ons geloof’ en ‘religieuze vervolging’. Hij benadrukte dat de islamitische
waqf (islamitische instantie) in Jeruzalem exclusief gezag heeft over de moskee.
Al-Khatib zegt bang te zijn dat de Israëlische politie het verbod met een half jaar zal verlengen. Israëlische autoriteiten hebben dit jaar al honderden van dit soort verboden opgelegd aan voorgangers en gelovigen in bezet Oost-Jeruzalem en in Israël zelf. Zo’n verbod begint meestal met een ban van een week, waarna deze kan worden verlengd met zes maanden.
Al-Khatib en Salah waren voorheen leiders van de Islamitische Beweging in Israël. Israël verbood de noordelijke tak van de beweging in November 2015, omdat zij banden zou hebben met Hamas en de Moslimbroederschap. Israël had Salah al eerder een dergelijk verbod opgelegd van vijftien jaar, die in 2022 afliep.
De al-Aqsa moskee is één van de belangrijkste heilige plaatsen voor moslims. De locatie in bezet Oost-Jeruzalem wordt door moslims al-Haram al-Sharif en door Joden de Tempelberg genoemd. Israël bezette Oost-Jeruzalem in 1967 en annexeerde dit gedeelte van de stad in 1980, in strijd met het internationaal recht. De overgrote meerderheid van de internationale gemeenschap beschouwt Oost-Jeruzalem als bezet Palestijns gebied. Palestijnen beogen het als hoofdstad van een toekomstige eigen staat.
Toch gaat Israël door met pogingen om haar controle over Oost-Jeruzalem te vergroten. Dit gebeurt onder meer door het uitbreiden van illegale Israëlische nederzettingen, het innemen van religieuze en historische plaatsen en het creëren van een demografische meerderheid van joden. Dit alles gaat ten koste van de Palestijnen.
Dit gebeurt niet alleen in de bezette Palestijnse gebieden, maar ook in Israël zelf. Zo verbood de extreemrechtse Israëlische minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben Gvir eerder de azaan (de gebedsoproep) in Israël. Het verbod voor de Palestijnse voorgangers kan dan ook in dit patroon worden gezien.


