6.4 C
Amsterdam

Bekende Turkse politici nemen het op voor gülenisten

Lees meer

Bekende Turkse politici, zoals oud-premier Ahmet Davutoglu en AKP-prominent Bülent Arinç, pleiten opnieuw voor amnestie voor onschuldige gülenisten.

Terwijl er beweging lijkt te komen in het Koerdische vredesproces in Turkije — onder meer door een mogelijke rol voor de gevangen PKK-leider Abdullah Öcalan — herhalen voormalige zwaargewichten uit de Turkse politiek hun oproep tot een pardon voor onschuldige gülenisten, meldt nieuwssite Turkish Minute. Zij worden sinds de mislukte couppoging van 2016 door de Turkse staat als ‘terroristen’ beschouwd.

Ook de uitspraak van het EHRM van vorige week – in de zaak Saban Yasak tegen Turkije, waarbij een vermeende Gülen-sympatisant onder meer werd vrijgesproken van terrorisme – wordt aangegrepen om de vervolging van gülenisten opnieuw onder de aandacht te brengen.

Oud-premier Ahmet Davutoglu gebruikt ferme taal richting de AKP-machthebbers. ‘Jullie hebben die scholen (Gülen-scholen, red.) samen geopend. De president was zelf aanwezig bij de opening (van een aan Gülen gelieerde, red.) bank’, zegt hij. ‘Met de mensen om jullie heen gebeurt niets, maar jullie vervolgen wel gewone Anatolische families en de kinderen van mensen die via nooddecreten zijn ontslagen. Dit kan niet worden geaccepteerd.’

Hij wil dat al die mensen die onterecht zijn ontslagen, worden vrijgesproken van terrorisme en opnieuw worden opgenomen in de Turkse maatschappij.

Intussen wil de pro-Koerdische volksvertegenwoordiger Ömer Faruk Gergerlioglu dat een parlementair onderzoek naar de mislukte couppoging van 2016, dat nooit openbaar werd gemaakt, alsnog wordt gepubliceerd. Dat werd destijds door de coalitiegenoten AKP en MHP geblokkeerd.

De AKP-politicus vindt het onaanvaardbaar dat de Koerdische Abdullah Öcalan een wettelijke status krijgt om het Koerdische vredesproces te coördineren, terwijl vermeende gülenisten worden vervolgd. Arinç maakte daarbij wel een scherp onderscheid tussen putschisten, mensen die hebben bijgedragen aan de mislukte coup, en onschuldige gülenisten en zei het volgende:

‘Maar kunnen 3 miljoen mensen als leden van een terroristische organisatie worden beschouwd? Wie zijn deze mensen eigenlijk? Mensen die een bepaald boek hebben gelezen, wier kinderen naar een bepaalde school gingen, of die geld hebben gestort bij een bepaalde bank… Waren al deze zaken niet legaal? Waren er niet mensen die daar lesgaven juist omdat ze wisten dat alles legaal was? Iets wat voor anderen niet als een misdrijf wordt beschouwd, mag voor onschuldige mensen ook geen misdrijf zijn.’

- Advertentie -