Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat van de honderd mensen die in 2025 verdronken, 37 een niet-Nederlandse herkomst hadden. Het ging om migranten of mensen van wie een of beide ouders in het buitenland zijn geboren. Dat aandeel is verhoudingsgewijs hoger dan het totale percentage migranten en Nederlanders met een migratieachtergrond, dat ongeveer 25 procent bedraagt.
Het CBS presenteert meer verontrustende cijfers over verdrinkingen binnen deze groep. Zo zou het risico op verdrinking onder tieners die buiten Europa zijn geboren ruim veertien keer groter zijn dan onder kinderen met een Nederlandse herkomst. Ook bij kinderen die in Nederland zijn geboren, maar van wie de ouders buiten Europa ter wereld kwamen, blijkt het risico op verdrinking vier keer groter te zijn dan bij kinderen met een Nederlandse herkomst.
Verder wijst het CBS op het hoge aantal Polen dat de afgelopen tien jaar is verdronken. Zij vormen ruim een kwart van de verdronken niet-inwoners uit die periode. ‘Van 2016 tot en met 2025 verdronken 296 mensen in Nederland die geen inwoner waren. Van de mensen die verdronken en niet in Nederland woonden, was 90 procent man. Ruim een kwart van de verdronken niet-inwoners kwam uit Polen’, schrijft het CBS. Dat is een nog grotere disproportionaliteit dan onder Nederlanders met een migratieachtergrond in het algemeen.
Het aantal verdronkenen schommelt jaarlijks tussen de honderd en 150, met een piek van 152 doden in 2024. Kinderen uit niet-Europese landen vormen binnen deze statistieken de grootste risicogroep.
Een tragisch voorbeeld deed zich voor in de zomer van 2023, toen een Syrische jongen van 15 verdronk in een recreatieplas in de buurt van zijn opvanglocatie. Dit incident en deze cijfers onderstrepen opnieuw de noodzaak van betere zwemvaardigheid en voorlichting onder nieuwkomers.


