De humanitaire situatie in Myanmar verslechtert in hoog tempo. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Verenigde Naties, waarin wordt gewaarschuwd voor toenemend geweld door het leger en een sterke afname van internationale hulp aan de bevolking.
Volgens de VN zijn in een periode van zes maanden meer dan 700 burgers om het leven gekomen door toedoen van het Myanmarese leger. Het grootste deel van de slachtoffers viel bij luchtaanvallen op burgerdoelen. Onder de getroffen locaties bevonden zich onder meer een boeddhistisch festival en een theehuis waar mensen bijeen waren gekomen om naar een voetbalwedstrijd te kijken.
Myanmar verkeert sinds de militaire staatsgreep van 2021 in een diepe politieke en humanitaire crisis. Het leger zette destijds de democratisch gekozen regering af en greep de macht. Sindsdien woedt een burgeroorlog tussen de junta en verschillende verzetsgroepen. De VN stelt dat het leger bombardementen inzet om de bevolking te intimideren en steun voor oppositiegroepen te ontmoedigen.
Naast het geweld baart ook de afname van humanitaire hulp zorgen. Volgens het VN-rapport worden hulporganisaties belemmerd door militaire blokkades, terwijl internationale bezuinigingen hebben geleid tot minder steun voor ontheemden, onderwijsprojecten en psychosociale zorg. In sommige gevallen zijn hulpprogramma’s zelfs volledig stopgezet.
VN-mensenrechtenchef Volker Türk waarschuwt dat de bevolking van Myanmar dreigt te worden vergeten door de internationale gemeenschap. Hij roept landen en donoren op hun steun niet verder af te bouwen en verantwoordelijkheid te nemen voor de miljoenen mensen die afhankelijk zijn van hulp.


