Regionale en etnische accenten in taalgebruik gaan vaak gepaard met vooroordelen, zegt taalonderzoeker Stef Grondelaers.
Taal is meer dan een communicatiemiddel; het is een krachtig instrument dat direct onze perceptie van anderen beïnvloedt. Dat blijkt uit vijftien jaar onderzoek van de Belgische taalkundige Stef Grondelaers, verbonden aan het Meertens Instituut in Amsterdam. NRC interviewde hem.
Zijn experimenten tonen aan dat wij binnen enkele seconden na het horen van iemands stem onbewust een oordeel vellen op basis van accent en taalgebruik.
Grondelaers maakt in zijn onderzoek onderscheid tussen twee vormen van prestige. ‘Conservatief prestige’ wordt toegekend aan sprekers die hoogopgeleid, professioneel en leidinggevend klinken. Regionale accenten, zoals het Gronings of Limburgs, scoren hierop vaak laag. Zelfs sprekers uit de betreffende regio’s beoordelen hun eigen accent in een standaardtaalcontext als minder prestigieus, toonde Grondelaers aan. Het Randstedelijke accent geniet in Nederland de meeste status, waardoor mensen zich vaak onbewust aanpassen om bij die groep te horen.
Daarnaast bestaat er ‘dynamisch prestige’, dat draait om eigenschappen als hip, stoer en streetwise zijn. Hierin schuilt een opvallende paradox: hoewel Marokkaans-Nederlandse accenten laag scoren op conservatief prestige, worden ze door jongeren juist geassocieerd met dynamisch prestige. Dit verklaart waarom dit accent invloed heeft op andere groepen, zoals Surinaamse rappers die zich het Marokkaanse accent toe-eigenen om stoerder over te komen. Opvallend is dat dit effect vooral bij mannen optreedt; Marokkaanse vrouwen zonder accent worden door de maatschappij doorgaans positief beoordeeld.
Ook grammaticaal taalgebruik, zoals het veelbesproken ‘hun hebben’, blijkt verbonden aan dit dynamische prestige. Het gebruik van ‘hun’ als onderwerp wordt door jongeren ingezet als een vorm van non-conformisme en identiteitsvorming, vaak versterkt door expressief taalgebruik op sociale media.
Tot slot wijst Grondelaers’ onderzoek in Suriname uit dat daar een duidelijke voorkeur bestaat voor het Surinaams-Nederlands boven het Nederlands-Nederlands. Het Surinaams-Nederlands wordt als prestigieuzer en bruikbaarder ervaren in officiële contexten, terwijl het Sranantongo de taal van solidariteit en emotie blijft. Grondelaers concludeert dat het taalbeleid in Suriname beter moet aansluiten bij deze lokale realiteit.
De conclusie van het onderzoek is helder: onze oordelen over taal zijn diep geworteld in sociale stereotypen. Of het nu gaat om een accent of een grammaticale keuze, taal fungeert als een sociale marker die bepaalt hoe wij anderen in hokjes plaatsen.


