Op het tiende herdenkingsjaar van de mislukte couppoging tegen de Turkse president Recep Tayyip Erdogan is de strijd om wat er daadwerkelijk is gebeurd op de coupnacht nog steeds niet beslecht. De Turks-Amerikaanse lobbygroep De Alliantie van Gedeelde Waarden (AfSV), gelieerd aan de Gülenbeweging, pleit voor een onafhankelijk onderzoek naar de putschnacht van 15 juli 2016.
Tijdens de mislukte staatsgreep stierven, volgens uiteenlopende schattingen, meer dan 250 mensen: militairen, politiemensen en veel burgers. Veel burgers kwamen waren na een oproep van Erdogan de straat op gegaan, om de Turkse regering te beschermen tegen de putchisten. Na de mislukte coup wees Erdogan meteen met een beschuldigende vinger naar de Gülenbeweging: zij zouden achter de coup zitten. Duizenden Gülen-sympathisanten verloren hun baan, verdwenen achter slot en grendel en/of vluchtten het land uit.
Lobbygroep AfSV gelooft niet in het regeringsnarratief. De organisatie stelt dat tien jaar na de couppoging nog steeds geen ‘onafhankelijk onderzoek’ naar de feiten heeft plaatsgevonden. Een parlementaire commissie heeft destijds de militaire chef Hulusi Akar en inlichtingenchef Hakan Fidan niet gehoord en het rapport is ook nooit formeel gepubliceerd. De pro-Koerdische Dem-parlementariër Ömer Faruk Gergerlioglu heeft eerder deze maand ook naar het rapport gevraagd.
AfSV hekelt ook de partijdige Turkse rechtspraak. ‘Rechters die onder politieke invloed opereren, doen aan collectieve afstraffing en zijn daarmee instrumenten geworden om het officiële narratief te versterken in plaats van de rechtsstaat te dienen,’ aldus de groep in een verklaring.
De organisatie verwerpt guilt by association, oftewel vermeende daderschap op basis van bepaalde connecties, ongeacht iemands eigen acties. Dit draait basale rechtsprincipes, zoals de onschuldpresumptie (innocent until proven guilty) om naar guilty until proven innocent. Gülen-sympathisanten zijn collectief gestraft voor de daden van de coupplegers, terwijl ze niets met de staatsgreep van doen hadden. De Gülenbeweging wordt in de Turkse staatsmedia gebrandmerkt als ‘FETÖ’, wat staat voor Fethullistische Terreurorganisatie. Gülen-sympathisanten noemen hun beweging zelf Hizmet.
De Turkse staat heeft economisch geprofiteerd van de heksenjacht op Gülen-sympathisanten. Maar liefst 784 bedrijven werden geconfisqueerd, met een totale waarde van 42,3 biljoen Turkse lira. Dat is omgerekend bijna een miljard euro, maar waarschijnlijk is de totale waarde veel hoger omdat de Turkse lira in 2016 veel meer waard was dan tegenwoordig. Ook andere organisaties werden ontbonden. In de directe nasleep van de couppoging ging het bijvoorbeeld om 35 zorginstellingen, 934 scholen, 109 studentenwoningen, 104 stichtingen, 1.125 verenigingen, 15 universiteiten en 19 vakbonden.
De oproep van AfSV tot een onafhankelijk onderzoek naar de mislukte staatsgreep van 15 juli is vooralsnog aan dovemansoren gericht. Heel Turkije staat vandaag in het teken van de ‘heldhaftige martelaren‘, de Erdogan-aanhangers en nationalistische Grijze Wolven die de straten opgingen en stierven bij verschillende confrontaties met een factie binnen het leger. Vanuit negentigduizend moskeeën zijn vanavond speciale gebeden, sela, te horen, die ook tijdens de coupnacht klonken. Ze waren toen een oproep tot mobilisatie, om de president te beschermen.


