Gülen-sympathisanten over de nasleep van de coup: ‘Mijn verhaal is dat van duizenden’

Lees meer

Na de mislukte staatsgreep in Turkije werden honderdduizenden onschuldige burgers, veelal Gülen-sympathisanten, ontslagen, opgepakt en verstoten door hun omgeving. ‘Ik weet precies wie jij bent, een terrorist.’

Tien jaar na de mislukte couppoging in Turkije zijn vermeende Gülen-sympathisanten nog altijd doelwit van de autoriteiten. Mensen die niets met de coupplegers van 2016 te maken hebben, worden enkel en alleen op basis van guilt by association weggezet als ‘staatsgevaarlijke terroristen’ en nog steeds op grote schaal opgepakt.

Tienduizenden zijn inmiddels Turkije ontvlucht en hebben hun toevlucht gezocht in Europa, de Verenigde Staten en andere delen van de wereld waar de lange arm van Ankara niet reikt. De aanvankelijke bereidheid in het Westen om Turkse vluchtelingen op te vangen, lijkt echter af te nemen nu het politieke klimaat rond asiel en migratie verhardt.

Ook Gülen-sympathisanten dreigen daardoor te worden teruggestuurd, terwijl de repressie tegen deze groep in Turkije onverminderd voortduurt. Sinds de couppoging van 15 juli 2016 worden zij door de Turkse autoriteiten als zondebok behandeld. Vorige week arresteerde de politie in 81 steden bijna duizend vermeende Gülen-sympathisanten.

De mislukte couppoging in Turkije en de daaropvolgende overwinning van Erdogan werden gisteren in Turkije groots herdacht en gevierd. Bij de Kanttekening besteedden we aandacht aan onderbelichte verhalen van Gülen-sympathisanten die ondanks alles hun leven als in de diaspora hebben opgepakt.

Maar lang niet iedereen is dat gelukt. Veel Gülen-sympathisanten verkeren nog altijd in onzekerheid door de steeds strengere asielprocedures bij de IND. Hoe kijken zij tien jaar later terug op 15 juli? En hoe houden zij de moed erin?

32 maanden in een azc

Fülya Bicer (42), wier echtgenoot politieagent was, is een van die wachtenden. Zij verblijft inmiddels al 32 maanden in een azc. Na de couppoging belandde haar naam in Turkije op een lijst, omdat zij zou hebben deelgenomen aan huiskamergesprekken, de befaamde sohbetler, van Gülen-sympathisanten. Ze vertelt dat ze als kind in Hatay al werd gediscrimineerd vanwege haar links-alevitische achtergrond. Na de couppoging besloot ze dat het zo niet langer kon.

Fülya Biçer

‘Mijn verhaal is het verhaal van duizenden mensen uit Turkije die jarenlang tevergeefs dachten dat ons land zou veranderen’, zegt ze. Net als veel anderen die door de Turkse autoriteiten als ‘FETÖ’, een door de staat verzonnen acroniem, worden gebrandmerkt, spreekt Bicer over de ‘sociale dood’: de maatschappelijke uitsluiting van mensen die met de Hizmetbeweging, zoals Gülen-sympathisanten zichzelf noemen, worden geassocieerd.

‘Mijn echtgenoot heeft zich jarenlang met grote toewijding ingezet voor de Turkse samenleving. Hij was iemand die met eigen inspanningen een bestaan had opgebouwd. Voor ons was zijn beroep nooit slechts een salaris dat aan het einde van de maand op de bankrekening werd gestort. Het was zijn jeugddroom, een weerspiegeling van zijn karakter, zijn eer en de manier waarop hij in het leven stond. Zonder dat er enig concreet bewijs werd geleverd, verloor hij alles, enkel omdat zijn naam op een lijst stond. Daarmee verloren wij niet alleen ons inkomen, maar ook onze reputatie en, het allerbelangrijkste, een deel van onze identiteit.’

‘Mensen durfden ons niet meer te bellen’

Ze vertelt uitgebreid over het bestaan als paria in Turkije. ‘Plotseling verstomden de telefoontjes van vrienden en familie. Mensen durfden ons niet meer te bellen en als wij hen belden, namen ze uit angst de telefoon niet op. Over straat lopen werd een kwelling. Ik zag hoe een voormalige buurman of een oud-collega die ons tegemoet kwam, plotseling van richting veranderde, alleen om ons niet te hoeven groeten. We hadden niets strafbaars gedaan, maar zelfs de mensen die het dichtst bij ons stonden, behandelden ons alsof we melaats waren.’

Voor Ahmet Büyükkeskin (35), voormalig docent aardrijkskunde aan een zogenoemde ‘Gülenschool’ in Turkije, was de verstikkende sociale uitsluiting niet anders. Hij verblijft inmiddels 27 maanden in een azc.

Ahmet Büyükkeskin

‘Ik werkte op het Yakacik Doga Anadolu Lyceum in het district Kartal in Istanbul. Zonder dat daarvoor een concrete reden werd gegeven, werd mijn onderwijsbevoegdheid ingetrokken vanwege een vermeende band met de Gülenbeweging. De schooldirecteur ontbood mij plotseling op zijn kantoor. Daar werd ik grof beledigd: “Jij bent een terrorist. Je kunt geen minuut langer op deze school blijven.” Nadat ik de school had verlaten, hoorde ik dat de schoolleiding mijn docentenkast, waarin mijn boeken en kleding lagen, had dichtgespijkerd. Deze vernederingen en uitsluiting hebben mij diep geraakt.’

Büyükkeskin moest noodgedwongen werken in een kledingwinkel, maar ook daar werd hij geconfronteerd met de zogenoemde ‘FETÖ-jacht’. ‘Een medewerker van de winkel bleek een bekende te zijn van een oud-leerling. Op een dag kwam hij naar mij toe en zei: ‘Ik weet precies wie jij bent; een terrorist en je hoort hier niet te werken.’ Hij beledigde en intimideerde mij voortdurend. Ik heb deze pesterijen slechts zes maanden kunnen verdragen en zag mij uiteindelijk genoodzaakt ontslag te nemen.’

Ook politicoloog Safak Topkaya (41), die in november 2023 samen met haar man en zoon naar Nederland vluchtte en nog altijd wacht op erkenning als vluchteling, herinnert zich de dag waarop het leven van haar gezin voorgoed veranderde alsof het gisteren was. Haar man was destijds militair en gestationeerd in Muş, in het zuidoosten van Turkije.

Safak Topkaya

‘Op 15 juli maakte mijn man zich klaar voor een voetbalwedstrijd met zijn vrienden. Wij, de echtgenotes en kinderen, zaten samen te praten in de militaire recreatieruimte. [Overal in Turkije zijn zogenoemde legerhuizen, orduevi, waar families van militairen kunnen verblijven]. Plotseling kwam iemand binnen met het bericht dat gevechtsvliegtuigen laag over de Bosporusbrug vlogen. Dat was niet normaal en de brug bleek te zijn afgesloten. Omdat wij destijds op de militaire basis in Muş verbleven, waar af en toe veiligheidsincidenten plaatsvonden in de strijd tegen de Koerdische PKK dachten we eerst dat het misschien weer om zoiets ging. Iedereen ging verbaasd naar binnen om op televisie te zien wat er aan de hand was, maar niemand wist precies wat er gebeurde.’

‘Ik had nooit eerder een staatsgreep meegemaakt’

Ze keken naar de staatszender TRT, waar de presentator onder dwang een verklaring van de coupplegers voorlas. ‘We gingen onmiddellijk naar onze woning op het militaire terrein, deden alle lichten uit en gingen op de grond zitten uit angst dat er geschoten zou worden. Mijn man en zijn commandant pakten hun wapens en gingen naar hun eenheid om de orde te bewaren en ervoor te zorgen dat er geen onrust zou ontstaan. Tegen mij zei hij dat ik de kamer onder geen beding mocht verlaten’, vertelt Topkaya, die het trauma hoorbaar opnieuw beleeft.

‘Het was een afschuwelijke nacht. Ik had nooit eerder een staatsgreep meegemaakt en had geen idee wat zoiets in de praktijk inhield. Later die nacht gingen burgers massaal de straat op. De toegangspoort van de militaire woonwijk werd geforceerd. Er werd geroepen dat de vrouwen van militairen helal ganimet waren. [Een uitdrukking waarmee wordt bedoeld dat zij volgens een bepaalde uitleg van het islamitische oorlogsrecht als oorlogsbuit en dus als rechtmatig bezit worden gezien]. Ik was doodsbang. Ik herinner me dat ik de hele nacht heb gebeden dat niemand iets zou overkomen.’

Ook Topkaya verwijst naar de lijsten die direct na de coupnacht van 15 op 16 juli circuleerden. ‘Mensen werden één voor één uit hun functie gezet en gearresteerd. Helaas overkwam ons hetzelfde. Op een ochtend werd ons huis volledig doorzocht en overhoop gehaald, waarna mijn man door de politie werd meegenomen. Omdat wij ervan overtuigd waren dat hij onschuldig was, dachten we dat hij na zijn verhoor weer zou worden vrijgelaten. In plaats daarvan werd hij in voorlopige hechtenis genomen.’

De gevolgen voor het gezin waren ingrijpend. ‘Vijf jaar lang kon onze zoon zijn vader tijdens gevangenisbezoeken slechts dertig minuten zien. Bij ieder bezoek klampte hij zich vast aan de kleding van zijn vader en wilde hij hem niet loslaten. Omdat ze door een glazen wand van elkaar waren gescheiden, sloeg hij uit frustratie tegen het glas. Mijn man zat gevangen in Mus, terwijl wij in Izmir woonden. Inmiddels zijn er tien jaar verstreken, maar de pijn is nog altijd hetzelfde. Nog steeds worden mensen gearresteerd en gevangengezet. Wie geeft de levens terug van de mensen die zijn overleden, ziek zijn geworden of alles zijn kwijtgeraakt?’

Advies van een psycholoog

Bicer, Büyükkeskin en Topkaya dragen de trauma’s van de afgelopen tien jaar nog altijd met zich mee. Zij zeggen hulp nodig te hebben, maar voelen zich tegelijkertijd verplicht om niet op te geven. Ieder van hen doet op zijn eigen manier een oproep voor asiel in Nederland.

Bicer: ‘Voor mij persoonlijk was het advies van mijn psycholoog een belangrijk keerpunt. “Als je weer overeind wilt komen, moet je opnieuw deelnemen aan het maatschappelijke leven”, zei zij tegen mij. Op haar advies ben ik gaan werken. Werk is voor mij niet alleen een bron van inkomsten geworden, maar ook een manier om mijn leven weer op te bouwen.’

‘Tegelijkertijd probeer ik een sterke moeder te zijn’

De vrouw van wie in Turkije de rechten werden afgenomen, werd in Nederland al in haar derde maand uitgeroepen tot ‘Werknemer van de Maand’ en promoveerde in haar vijfde maand tot gastvrouw. ‘In deze veilige omgeving, waar mijn inzet en waardigheid worden gerespecteerd, heb ik mezelf stap voor stap teruggevonden,’ zegt Bicer.

‘Tegelijkertijd probeer ik een sterke moeder te zijn voor mijn inmiddels 13-jarige dochter en voor mijn zoon, die een moeilijke periode doormaakt omdat hij zonder zijn vader moet opgroeien. Telkens wanneer ik hoor over nieuwe gevallen van onderdrukking, word ik herinnerd aan wat wij zelf hebben meegemaakt. Ik voel de machteloosheid van die mensen diep in mijn hart.

Mijn doel is niet alleen het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Mijn grootste wens is dat mijn kinderen en ik veilig zijn en onze waardigheid behouden, terwijl mijn echtgenoot nog altijd achter vier muren zit en zijn leven hem wordt ontnomen. Ons leven en onze toekomst zijn nu volledig toevertrouwd aan de Nederlandse rechtsstaat en aan de bescherming van de mensenrechten in Nederland.’

Büyükkeskin: ‘Om te voorkomen dat onze dochter zonder een van haar ouders zou moeten opgroeien, concludeerden wij dat er in Turkije geen andere uitweg meer was. Daarom verlieten wij ons land en vroegen wij asiel aan in Nederland. Wij verblijven hier inmiddels ongeveer 27 maanden. Om te integreren en een bijdrage te leveren aan de samenleving, werk ik als vrijwilliger in een verzorgingshuis. Daarnaast oefen ik drie dagen per week Nederlands met twee verschillende taalcoaches. Na de donkere periode in Turkije, waarin wij hebben ervaren hoe het voelt om maatschappelijk dood te zijn terwijl je nog leeft, betekent het voor ons als gezin ontzettend veel dat wij weer het gevoel hebben vrij te kunnen ademen.’

Topkaya: ‘Zolang de huidige machthebbers in Turkije én de huidige politieke oppositie blijven zoals zij zijn, geloof ik eerlijk gezegd niet dat er wezenlijke verandering zal komen. Er is behoefte aan echte vernieuwing. Zolang die uitblijft en wij niet zeker zijn van ons leven, blijven wij hier. Volgens de internationale rechtsorde is het zoeken naar bescherming geen misdrijf. Wij rekenen op de Nederlandse rechtsstaat.’

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -