Vijf rapporteurs van de Verenigde Naties hebben hun bezorgdheid geuit over wat zij beschouwen als een mogelijke vorm van ‘gerechtelijke en politieke intimidatie’ tegen de pro-Palestijnse politica Rima Hassan, zo schrijven diverse Franse media.
Hassan is een Frans-Palestijnse Europarlementariër voor de radicaal-linkse partij La France Insoumise (LFI). Sinds zij in 2024 werd verkozen in het Europees Parlement komt ze op voor de rechten van de Palestijnen. Ook staat Hassan bekend om haar activisme.
Afgelopen april werd Hassan gearresteerd door de Franse autoriteiten, nadat zij op X een citaat had geplaatst van de Japanse militant Kozo Okamoto, die werd veroordeeld voor zijn rol in de aanslag op de luchthaven van Tel Aviv in 1972. Zesentwintig mensen kwamen toen om. Het citaat verwees naar het recht van Palestijnen om zicht tegen hun onderdrukking door Israël te verzetten. Ze werd voor enkele uren vastgehouden.
Hassan werd aangeklaagd voor het ‘verheerlijken van terrorisme’. Op 19 en 20 oktober behandelt een Franse rechbank haar zaak.
Hassan vertelde Middle East Eye dat de juridische druk die zij ervaart, een bewuste strategie is om haar tot stilzwijgen te brengen. Ook werd volgens haar valse informatie verspreid over het in bezit hebben van drugs. Ze benadrukt dat dergelijke intimidatie niet alleen haar, maar ook anderen die zich uitspreken over de Palestijnse kwestie, kan treffen.
De VN-rapporteurs die een mandaat hebben van de Mensenrechtenraad, maar volgens Le Parisien niet namens de raad spreken, stellen in een verklaring dat de acties tegen Hassan een schending zijn van haar recht op vrije meningsuiting, vrijheid van vereniging en samenkomst, gelijkheid en non-discriminatie. Ze waarschuwen dat de Franse autoriteiten hiermee diegenen onderdrukken die opkomen voor de rechten van de Palestijnen.
De situatie rondom Hassan heeft geleid tot een bredere discussie over de grenzen van politieke meningsuiting in Europa. Critici van de juridische stappen tegen haar wijzen erop dat deze acties een gevaarlijk precedent kunnen scheppen voor de vrijheid van meningsuiting, vooral als het gaat om gevoelige onderwerpen zoals de kwestie Israël-Palestina. De rapporteurs van de VN hebben hun zorgen geuit dat deze juridische intimidatie niet alleen gericht is op Hassan, maar ook op anderen die zich kritisch uitlaten over Israël.
Hassans situatie is niet uniek; het is een reflectie van een bredere trend waarbij politici en activisten die zich uitspreken over de Palestijnse kwestie, steeds vaker te maken krijgen met juridische en politieke druk.


