Nederland mag twee asielzoekers terugsturen naar Italië, ondanks zorgen over de opvangomstandigheden in dat land. Dat heeft de rechtbank Den Haag bepaald. Volgens de rechter zijn er momenteel voldoende opvangplekken beschikbaar en is niet aangetoond dat de twee bij terugkeer een onmenselijke behandeling riskeren.
De twee asielzoekers kwamen via Italië de Europese Unie binnen en reisden vervolgens door naar Nederland, waar zij asiel aanvroegen. De minister van Asiel en Migratie weigerde hun aanvragen in behandeling te nemen, omdat Italië volgens de Europese Asiel- en migratiebeheerverordening (AMBV) verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.
De asielzoekers stapten daarop naar de rechter. Volgens hen schiet de opvang in Italië ernstig tekort en lopen zij bij terugkeer het risico op een onmenselijke of vernederende behandeling. Ze wezen daarbij op eerdere rechterlijke uitspraken en rapporten over de gebrekkige opvang. Ook heeft Italië geen opvangplekken gereserveerd voor asielzoekers die vanuit andere EU-landen worden teruggestuurd.
De minister bestrijdt dat er onvoldoende opvang is. De Italiaanse regering heeft in juni 2026 toegezegd zich aan de Europese afspraken te houden en terugkerende asielzoekers op te vangen. Uit recente cijfers zou bovendien blijken dat er geen structureel tekort aan opvangplekken is.
De rechtbank gaat daarin mee. Volgens de rechter blijkt uit cijfers van de Italiaanse overheid en rapporten van Europese instanties dat er momenteel voldoende opvangcapaciteit is. Dat Italië geen aparte plekken reserveert voor teruggestuurde asielzoekers, betekent niet dat zij nergens terechtkunnen.
De rechtbank oordeelt daarom dat de twee asielzoekers onvoldoende hebben aangetoond dat zij bij terugkeer een onmenselijke behandeling riskeren. Nederland mag hen overdragen aan Italië.


