Oud-premier Robert Fico, wiens pro-Russische partij Smer afgelopen zondag de Slowaakse verkiezingen heeft gewonnen, is islamofoob. Hij vindt dat ‘de islam geen plaats heeft in Slowakije’. Ook linkt hij de islam en vluchtelingen aan terrorisme.
De populistische partij Smer heeft zo’n 23 procent van de stemmen gekregen. De belangrijkste concurrent, de liberale partij Progressief Slowakije, bleef steken op zo’n 18 procent van de stemmen. In de opiniepeilingen stonden beide partijen lange tijd gelijk, met zo’n 20 procent van de stemmen.
Fico wil een andere koers dan de huidige prowesterse Slowaakse regering. Hij wil de militaire steun aan Oekraïne stopzetten, omdat zij de oorlog zouden zijn begonnen.
Fico, een oud-communist, is in het verleden twee keer minister-president van het Midden-Europese land geweest. In 2014 liet hij al blijken pro-Poetin te zijn, toen hij na de Russische verovering van de Krim EU-sancties tegen Rusland veroordeelde. Fico werd in 2018 gedwongen af te treden, na de moord op een onderzoeksjournalist die onderzoek had gedaan naar de corruptie van Fico’s regering.
Maar behalve pro-Poetin is Fico ook islamofoob, bericht The New Arab. In de periode 2014-2018 bezigde hij als premier anti-immigrantenretoriek en anti-moslimretoriek en negeerde hij de Europese afspraken over migratie. Zo verklaarde Fico in 2016, tijdens de grote vluchtelingencrisis, dat ‘de islam geen plaats heeft in Slowakije’. Het probleem was volgens Fico dat moslims ‘het gezicht van het land willen veranderen’.
Ook linkte Fico de IS-aanslagen in Parijs in 2016 aan migratie en verspreidde hij complottheorieën over Syrische vluchtelingen die in Keulen Duitse vrouwen seksueel zouden hebben misbruikt. Meer in het algemeen maakte hij zich zorgen over de toenemende ‘islamisering’ van Europese landen. Slowakije hield, zo verzekerde Fico, elke moslim op Slowaaks grondgebied in de gaten.
Tijdens de verkiezingscampagne van 2016 zei Fico dat ‘duizenden terroristen en IS-strijders Europa binnenkomen met migranten’. ‘Ik kan u verzekeren, wij zullen nooit een moslim Slowakije binnenlaten.’ Fico hield daad bij woord. Toen hij premier was werden slechts 180 Syriërs toegelaten tot Slowakije, allemaal christenen.
Een groep inheemse vrouwen uit Groenland eist compensatie van de Deense regering, vanwege een campagne voor onvrijwillige geboortebeperking. Dit bericht de BBC.
Minstens 4.500 inheemse vrouwen, waaronder tienermeisjes, kregen in de jaren zestig een spiraaltje ingebracht. De Deense regering wilde zo het geboortecijfer onder de inheemsen beperken. Groenland, nu een semi-soeverein eiland, was tot 1953 een kolonie van Denemarken.
Vorig jaar onthulde een podcast van de Deense omroep DR dat het om een grote campagne ging. Tussen 1966 en 1970 werden spiraaltjes ingebracht bij inheemse vrouwen, sommigen van hen waren amper 13 jaar oud, terwijl ze hiervoor geen toestemming hadden gegeven. De Groenlandse regering schat dat eind 1969 zo’n 35 procent van de vrouwen die mogelijk kinderen had kunnen krijgen een spiraaltje had gekregen.
Op dit moment doet een commissie, opgericht door de Deense en Groenlandse regering, onderzoek naar dit schandaal. De 67 inheemse vrouwen willen de resultaten van het onderzoek echter niet afwachten en eisen nu compensatie.
‘We worden ouder. De oudsten onder ons, bij wie in de jaren zestig een spiraaltje werd geplaatst, zijn geboren in de jaren veertig en naderen de tachtig. We willen nu actie ondernemen.’
De droogte in het zuiden van Marokko, ten gevolge van klimaatverandering, brengt de productie van arganolie in gevaar. De olie is zeer gewild in de schoonheidsindustrie en wordt door Marokkaanse vrouwen gemaakt, die hierdoor ook zonder inkomen komen te zitten. Zo meldt de Arabische nieuwssite Middle East Eye.
De grondstoffen van het ‘vloeibare goud’, zoals het product liefkozend wordt genoemd, komen van arganbomen. Door de recente droogte staan arganbossen onder druk, en daarmee ook de vrouwen die ervan afhankelijk zijn om te overleven.
De boom groeide vroeger in heel Noord-Afrika, maar is nu beperkt tot het zuiden van Marokko en is een van de enige bomen die kan overleven in het onherbergzame klimaat aan de rand van de Sahara. De arganbossen in het zuiden van Marokko zijn sinds 1988 door Unesco officieel tot biosfeerreservaat benoemd, als laatste verdediging tegen woestijnvorming en als bron van voedsel en inkomsten voor de lokale bevolking, met name vrouwen.
Maar het veranderende klimaat heeft diepgaande gevolgen, vertellen Marokkanen die betrokken zijn bij de arganolieproductie. ‘De laatste oogsten zijn kleiner en de vruchten zijn ook kleiner,’ zegt Fadwa el-Mennani tegen Middle East Eye. Zij is lid van een vrouwencoöperatie voor arganolie in de buurt van Essaouira.
Cherif Harrouni, onderzoeker aan het Hassan II Instituut voor Agronomie en Diergeneeskunde in Agadir, heeft het arganbos bestudeerd. ‘In zestig jaar, tussen 1960 en 2020, zijn de temperaturen in bepaalde delen van het arganbos met meer dan twee graden gestegen en is de regenval met twintig procent afgenomen. Met de door de mens veroorzaakte ontbossing verklaren deze cijfers waarom de productiviteit van het bos is afgenomen,’ aldus Harrouni.
Kunstenares Atousa Bandeh laat zich inspireren door een oud Perzisch verhaal over een prinses en een magiër. Ze verbindt dit met de protesten tegen het Iraanse regime. ‘De rechten van de vrouw, dát is mijn context.’
Voor haar nieuwe solotentoonstelling Rudabeh’s Daughter liet de Iraans-Nederlandse Atousa Bandeh (1968) zich inspireren door het Boek der Koningen (Sjahnama). Het door de elfde-eeuwse Perzische dichter Ferdowsi geschreven nationale epos van Iran vertelt het mythische en historische verhaal van dat land.
Eén van de verhalen is dat van de prinses van Kabul, Rudabeh en haar liefde voor de Perzische magiër Zāl. Hun liefde is in strijd met maatschappelijke normen en Rudabehs vader keurt de relatie af. Ondanks die obstakels trouwen ze en krijgen ze een zoon, Rostam. Hij groeit op tot de grootste held van Iran en redt het land van demonen en andere dreigingen.
De Iraanse psychoanalyticus Gohar Homayounpour schreef een essay waarin ze de vergelijking maakt tussen de women life freedom-beweging, die het afgelopen jaar bekend werd vanwege de grootschalige protesten tegen het Iraanse regime, en de dochter die Rudabeh in het verhaal nooit zou krijgen. Dit essay sprak Atousa Bandeh zodanig aan, dat ze deze fictieve dochter gebruikte als uitgangspunt voor een reeks nieuwe werken.
Net als in het Boek der Koningen wisselen fictie en feiten elkaar af in jouw tentoonstelling. Je hebt met de dochter van Rudabeh en Zāl een nieuwe persoon gecreëerd. Wat betekent zij voor jou en hoe is haar personage tot stand gekomen?
‘Rudabeh’s dochter is de heldin waar Iraanse vrouwen altijd op gewacht hebben. Zij is nu geboren. Het hele proces van totstandkoming van deze vrouw, die symbool staat voor de revolutie in Iran, is heel belangrijk voor mij. Zij bestaat niet, dus ik moest haar personage bedenken. Zij moest een levend model worden. Hoe zou haar relatie met haar moeder zijn? Wat zou ze voelen? Wat voor persoon zou ze zijn? Rudabeh’s dochter staat voor veerkracht, gelijkheid en vooruitgang. Ik heb me laten inspireren door mijzelf, mijn relatie met mijn dochter, mijn relatie met mijn eigen moeder en vrouwen in het algemeen. Je kunt veel kracht halen uit de relatie tussen moeder en dochter. Dat koester ik.
‘Het is net of ik op mijn negentiende mijn ouders ben verloren’
De glazen sculptuur ‘Untitled’ stelt een pendel voor’, vertelt Bandeh over een van haar kunstwerken, te zien in de expositie. ‘Een pendel wordt soms gebruikt om het geslacht van een kind te voorspellen. Op de sculptuur staan de woorden keep her safe. Dit werk verwijst naar de geboorte van Rudabeh’s dochter. Vanzelfsprekend verwijst het beeld ook voor de zorgen die moeders hebben om hun dochters waar dan ook ter wereld.’
Atousa Bandeh, ‘Untitled’
‘Vanuit de zoektocht naar de dochter van Rudabeh is de tentoonstelling tot stand gekomen. Ik maakte objecten en zo ontsproot weer een nieuw verhaal. Zo is ook de langwerpige sculptuur ontstaan die centraal staat in de tentoonstelling. Ik startte met het idee om een speer te maken, maar het veranderde al gaande en werd een soort totempaal. Ik gebruikte de traditionele washandjes die ik in Iran van een straatverkoopster kocht. Ik verwerkte in het beeld gipsen afdrukken van mijn moeders hand en mijn eigen voet. Uiteindelijk werd het werk een krachtig vrouwelijk symbool. Er zijn schilderijen, tekeningen, een video en sculpturen. Ik werk twee- en driedimensionaal. Ik laat me leiden door het idee. Elk idee vraagt om een ander medium. Sommige concepten vragen om bewegend beeld, andere ideeën juist niet. Elk kunstwerk staat in verbinding met de ander en achter elk kunstwerk schuilt een verhaal.’
Kunnen we stellen dat jouw werk een politieke boodschap met zich meedraagt, gezien Homayounpours vergelijking van Rudabeh’s dochter met de huidige situatie in Iran?
‘Mijn leven is sowieso altijd verstrengeld met politieke gebeurtenissen. Ik kan mijn leven niet los zien van politiek. Het zal er altijd deel van uitmaken en daarom is politiek ook aanwezig in mijn werk, maar wel in een meer open en poëtische vorm. Ik maak daarentegen niet per se activistisch werk of een openlijk politiek statement. Het is abstracter. Ik vertel een verhaal.’
Beeld: Giovanni Nardi
‘Dat zie je duidelijk terug in deze tentoonstelling. In de twee werken ‘Construction of Deity’ zijn symbolische en abstracte elementen te zien, maar er zitten ook foto’s in verwerkt van de gebouwen in Teheran waar de opstanden daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.’
In deze reeks werken staat de relatie tussen moeder en dochter centraal, evenals de weg van puberteit naar volwassenheid. Je was puber toen de rechten in Iran ingeperkt werden en pas negentien toen je met je zusje naar Nederland vluchtte. Hoe heb je dat beleefd?
‘Mijn hele puberteit was een en al angst, oorlog, revolutie en uiteindelijk vlucht. Nu ik ouder ben, besef ik pas hoe zwaar het is geweest. Wanneer je jong bent, dan ga je gewoon door. Maar het is niet niks om dertig jaar zonder je familie, zonder je ouders, te moeten stellen. Het is net of ik op mijn negentiende mijn ouders ben verloren. Mijn dochter is negentien. Wanneer ik naar haar kijk dan kan ik me bijna niet voorstellen dat ik op dezelfde leeftijd, samen met mijn zeventienjarig zusje, landen doortrok en grenzen passeerde, met de vele gevaren die dit met zich meebracht.
Vorig jaar mocht je in je functie als stadstekenaar van Amsterdam de betekenis van vrijheid voor de stad uitbeelden. Hoe belangrijk is vrijheid voor jou?
‘Vrijheid is vanzelfsprekend van groot belang wanneer je vanuit een situatie als de mijne komt. Vrijheid is de rode draad in mijn leven. Zonder vrijheid heeft elke stap consequenties. Je moet voor je woorden en daden betalen. Je begrijpt de waarde van vrijheid pas echt wanneer die ontnomen is.’
Je woont nu dertig jaar in Nederland. Hoe is het leven in diaspora? Mis je Iran niet?
‘Jawel. Ik mis Iran heel erg, elke dag. Ik voel me machteloos en maak me zorgen om mijn familie en vrienden daar. Je kunt niets doen. Het is een zware last die je meedraagt. Het is heel pijnlijk. Je kunt niet terug naar je ‘thuis’. Je kunt niet je familie zien. Het voelt als een never ending story die constant herhaald wordt. Een soort cirkel waar je maar niet uitkomt.
‘De strijd die de vrouwen in Iran voeren, is ook mijn strijd’
Sinds ik in Nederland woon, ben ik op zoek naar een vaste grond voor mezelf, een soort context waarin ik thuishoor. Dat kader is heel belangrijk en dat heb ik niet kunnen vinden tot aan het begin van de protestbeweging. Omdat ik de geschiedenis hier niet ken en een culturele link mis met Nederland, kan ik hier geen context vinden. Het opbouwen daarvan kost generaties. De strijd die de vrouwen in Iran voeren, is ook mijn strijd. De beperkte rechten van vrouwen in Iran is de reden dat ik ooit vertrok. Jarenlang heb ik dat onderdrukt. Maar vorig jaar, toen de massale protesten in Iran begonnen, werd het ineens helder. De rechten van de vrouw, dát is mijn context.
Ik leef al dertig jaar met de identiteit van vluchteling. Het verhaal van ontworteling, zoeken naar een context waar je thuishoort, zit in al mijn werk. Ik kan bijna niet anders. Vluchtelingen worden in de media vaak afgeschilderd als een probleem. Dat is dan het enige gebied dat aandacht krijgt. Maar hoeveel vluchtelingen zijn er nu onderweg, verdwaald of gestorven? Wat is hun verhaal? Er is zoveel drama dat je eigenlijk niet meer tot de diepere lagen kan doordringen. Als vluchteling worstel je met een gebrek aan wortels, pijn, verdriet en een constant schuldgevoel. Blije vluchtelingen bestaan niet. Ze hebben landen achtergelaten, bezittingen, vrienden en hele families. Vluchteling ben je voor de rest van je leven. Het wordt je nieuwe identiteit.’
De tentoonstelling Rudabeh’s Daughter is tot 8 oktober te zien in Lumen Travo Galerie in Amsterdam. Ook in Museum Arnhem is er in het kader van de groepstentoonstelling Tussen Grenzen een kunstwerk van Atousa Bandeh te zien. Deze expositie is tot 22 oktober te zien.
‘Mag ik iets heel geks, iets persoonlijks vragen?’, zeg ik tegen de parfumverkoper in het Engels. Hij heeft een rond gezicht, een strak en getrimd baardje en draagt een bril met een dun zwart motief. Hij rekent uit hoeveel een geurtje in euro’s zou zijn. ‘Neyse’, voeg ik er meteen aan toe, ‘laat maar zitten’ die vraag, en ik maak een wegwerpgebaar. ‘Doet u maar uw werk’. Hij draait de rekenmachine naar mij. ‘Seventy-eight euros.’
Hij spreekt vloeiend Turks en Engels met een aangezet Brits accent. Al zeven jaar woont hij in Istanbul. Hij is geboren in Syrië, in Damascus. Toen ik vroeg wat hij daar had gedaan, antwoordde hij meteen dat hij niet had gevochten. Ik onderbrak hem en vroeg naar zijn werk en studie. Engelse literatuur.
Voor het eerst ben ik in Istanbul. Met een vriendin. Al jaren ben ik überhaupt niet in Turkije geweest. Ik had gezworen pas als ik heenga weer te komen in Turkije.
Verward loop ik er de eerste dagen rond. Ik snap niet waarom winkelmedewerkers zo jagen, stoor me aan de Turkse vlaggen en wil maar niet begrijpen hoe in een land waar de meerderheid de AK-partij van Erdogan aanhangt tegelijkertijd Atatürk, die het secularisme predikte, zo veelvuldig een plek aan de muur geeft.
Istanbul is vluchtig, wispelturig en heeft vele gezichten en is daarom ongrijpbaar. Misschien, bedenk ik me op de derde dag, in een taxi, moet ik de wens Istanbul te vangen in een woord loslaten. Pas door dat te doen voel ik me op mijn gemak.
Het is elf uur ‘s avonds geweest als die vriendin en ik in de parfumerie staan. We zijn de enige klanten. In het halfuurtje dat we daar zijn lopen louter twee blonde vrouwen binnen.
Ervaart de parfumverkoper iets van die wrok jegens Turkse Arabieren?
Wat voor raars wilde ik weten, vraagt hij. Ik vertel hem dat de paar Turken met wie ik in gesprek ben geraakt en vraag naar het leven in Istanbul snel beginnen over de vele Arabieren. Hun ongenoegen over hen uiten. Eerder op de dag bijvoorbeeld zaten die vriendin en ik op een terras, naast een gemeenteambtenaar (v) en strafrechtadvocaat (m). Ik sprak hen aan en vroeg naar hun baan, of ze in Istanbul wonen en hoe het leven hier is. De man antwoordde elke keer, ook als ik de vrouw aankeek. De stad is veranderd, zei hij, door Arabieren, door vluchtelingen die hier tijdelijk zouden komen maar niet teruggaan. Het oude Istanbul is er niet meer.
Dat sommige Turken klagen over vreemdelingen was te zien op sociale media. Maar het verbaast me dat het zo steen en been gebeurt. Ervaart de parfumverkoper iets van die wrok jegens Turkse Arabieren?
Natuurlijk, antwoordt hij, en hij glimlacht. Wij, die vriendin en ik, zouden toch moeten weten hoe het is om in een vreemd land te leven? Maar hij redt zich wel, juist omdat hij het Turks machtig is. Al neemt hij in het openbaar vervoer, als familie belt, nooit zijn telefoon op. Hij heeft geen hekel aan mensen, wel aan hun onwetendheid. Hij vreest extreem-rechtse politici én de oppositie die teren op vreemdelingenhaat.
De grootste fout die hij heeft gemaakt, zo zegt hij, is dat hij niet naar Europa is gegaan. ‘I am fool.’ Al zou hij Europa niet overleven door ‘de regenboogpropaganda’. Ik begreep hem aanvankelijk verkeerd en dacht dat hij bedoelde dat hij als lhbtiq+-persoon juist in een Europees land heerlijk zou vertoeven en wilde hem corrigeren. Maar hij bedoelde dat het volgens zijn religie verkeerd is. Dat als iemand aan zijn gender wil sleutelen, dat dat… ‘een zonde is?’, voeg ik toe. ‘Een mentale ziekte’, zegt hij. Ik verkramp.
Geen enkel gesprek, geen enkele ontmoeting, geen enkel beeld, zo zeg ik tegen mezelf als ik de parfumerie uitloop, doet recht aan Istanbul.
De Turkse filantroop Osman Kavala zit al vijf jaar in de gevangenis, vanwege zijn betrokkenheid bij de grootschalige Gezi-protesten van tien jaar geleden. Vorige week heeft een Turkse rechter in hoger beroep zijn levenslange gevangenisstraf gehandhaafd. Dit betekent dat hij alleen vrij kan komen bij een wetswijziging, wat praktisch onmogelijk lijkt met Erdogan aan de macht die Kavala een ‘buitenlandse agent’ noemt. Een kleine groep, vooral vluchtelingen uit Turkije, demonstreerde op de Dam tegen het Turkse besluit.
´Ik ben hier om te protesteren tegen de schendingen van rechten in Turkije en de rechteloosheid´, zegt Baki Karadeniz , een gevluchte Koerdische journalist. Hij staat op de Dam met een handjevol demonstranten, van Turks-linkse en Koerdische signatuur, vanwege de handhaving van de levenslange straf voor de filantroop Osman Kavala, die al sinds 2017 vastzit. Dit ondanks herhaalde uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarin wordt geconcludeerd dat er geen enkel bewijs is dat zijn detentie rechtvaardigt.
Volgens de Turkse staat zou Kavala met de Gezi-protesten, die precies tien jaar geleden plaatsvonden, hebben gepoogd de ‘regering omver te werpen’. Naast de straf voor Kavala hield de rechter ook vast aan de veroordeling tot 18 jaar gevangenisstraf van vier anderen (Cigdem Mater, Can Atalay, Tayfun Kahraman en Mine Özerden).
Karadeniz wordt er niet goed van. ‘Mensen die op een democratische manier een politiek statement maakten, worden genadeloos gestraft’.
Wat vindt hij van de aanklacht dat Kavala een agent is van buitenlandse mogendheden?
‘Onzin’, zegt hij meteen. ‘Daarvan worden bijna alle criticasters van de Turkse regering beschuldigd. Dat ze zogenaamd chaos veroorzaken in het land, dat ze de regering willen omverwerpen, separatisme bevorderen enzovoort. Maar dat is allemaal onzin.’
Gezi was volgens Karadeniz een van de meest diverse protestbewegingen die het land heeft gezien.
‘Als al die groepen al zo’n doel hadden gehad, dan was de regering meteen omvergeblazen. Dat was er niet. Alleen tirannieke regimes, voeren zulke stompzinnige argumenten aan’, zegt Karadeniz.
Een groep vrouwen in de vijftig, die alleen anoniem willen spreken, zeggen dat ze altijd naar zulke protestacties komen. ‘In het land waar ik ben geboren, is er sprake van een grote schending van mensenrechten. Dit gebeurt niet de eerste keer. We zijn helaas gewend geraakt aan zulke misdaden’, zegt een Koerdische vrouw. ‘Naast Kavala zit ook de Koerdische politicus Selahattin Demirtas vast, ondanks al die Europese terechtwijzingen’, voegt ze daaraan toe.
Haar vriendin wil op een rustigere plek praten. ‘De jeugd van Gezi stond op vanwege alle vrijheden die werden beperkt. De regering bemoeide zich met sigaretten en de levensstijl van mensen. Het was spontaan ontstaan. Ik hoorde voor het eerst over Kavala toen hij in 2017 werd gearresteerd.’
‘Iedereen weet dat het een verzinsel is van de regering. Er is geen gerechtigheid in Turkije. Dit hebben wij tijdens de coup van 1980 al gezien’, vervolgt ze. Ze heeft ook kritiek op Europa. ‘Het land waarin we leven, Nederland, is ook niet helemaal onschuldig’, zegt ze. ‘De AKP-regering heeft een deal met de EU. Al die vluchtelingen, die het Westen zelf heeft veroorzaakt in het Midden-Oosten, houdt Erdogan voor ze tegen. Die blijven in Turkije. En Erdogan mag voor de rest doen wat hij wil in Turkije, de EU kijkt alleen naar de eigen belangen.’
Na amper een uur en enkele foto’s, vindt iedereen het kennelijk welletjes en gaat weer naar huis.
Het harde immigratiebeleid van Denemarken is ‘succesvol’, omdat buurlanden Duitsland en Zweden wél veel vluchtelingen opnemen. Dit zegt de Zweedse migratie-expert Bernd Parusel tegen Deutsche Welle.
In juli 2023 vroegen slechts 180 mensen asiel aan in Denemarken, een land met zes miljoen inwoners. In Duitsland, dat met 84 miljoen inwoners veel groter is, vroegen in diezelfde maand 25.165 mensen asiel aan, aldus het Duitse Federale Bureau voor Migratie en Vluchtelingen (BAMF).
In Denemarken zijn de sociaaldemocraten aan de macht, maar zij voeren een rechts immigratiebeleid dat als doel heeft asielzoekers af te schrikken. In 2021 nam het Deense parlement een wet aan die het mogelijk maakt om asielzoekers buiten Europa op te vangen. Daarnaast bezuinigt Denemarken ernstig op de uitkeringen aan migranten.
‘Het doel daarvan was dat mensen óf helemaal niet kwamen, óf dat mensen die al gearriveerd waren sneller de arbeidsmarkt zouden betreden. Dit laatste heeft echter slechts gedeeltelijk gewerkt’, zegt de in Wenen gevestigde migratieonderzoeker Judith Kohlenberger tegen Deutsche Welle. Maar deze maatregel heeft ook tot gevolg dat de criminaliteit onder asielzoekers is gestegen – ze moeten immers aan geld komen – en hun onderwijsprestaties zijn achteruitgegaan, vertelt de onderzoeker. ‘Beide gevolgen waren voorspelbaar.’
De Zweedse migratie-expert Bernd Parusel zegt tegen Deutsche Welle dat Denemarken de mogelijkheden voor gezinshereniging voor migranten ook sterk beperkt heeft. ‘Bovendien werd de beschermde status voor vluchtelingen uit Syrië opgeheven en werden er pogingen ondernomen om hen aan te moedigen terug te keren naar Syrië.’
Maar wat het harde anti-immigratiebeleid echt tot een ‘succes’ maakt is dat buurlanden Duitsland en Zweden een ruimhartiger beleid voeren. Het Deense model is ‘geslaagd’ omdat zij wel vluchtelingen hebben opgenomen, ‘waardoor de migratiedruk eenvoudigweg is verplaatst’, aldus Parusel. ‘Een belangrijke reden dat er minder mensen in Denemarken zijn aangekomen, is dat Duitsland nog steeds mensen heeft opgenomen.’
Het Deense migratiemodel is een voorbeeld voor rechtse partijen in Nederland. In februari dit jaar steunde een Kamermeerderheid een motie van JA21, dat het kabinet contact moet opnemen met Denemarken over het opzetten van asielzoekerscentra buiten de Europese Unie. Naast de populistische partijen, de SGP en Groep Omtzigt steunden ook regeringspartijen VVD en CDA deze motie.
De migrant Mohamed Bah, die weet ‘hoe het is om’ om ongedocumenteerd te zijn, wil met zijn podcast City Rights Radio een onzichtbare groep mensen in de stad een podium geven. Ook nu hij zelf een verblijfsvergunning heeft, denkt hij niet aan stoppen. Dat meldt de Amsterdamse zender AT5.
De 29-jarige ‘Mo’, zo wordt hij door vrienden genoemd, heeft het druk. Hij leidt een nieuwe generatie mediamakers op met tal van projecten. Onlangs is een boek verschenen waaraan hij heeft meegewerkt. ‘Onze app (al meer dan 2000 keer gedownload), waarmee mensen kunnen uitzoeken waar ze eten of slaapplaatsen kunnen vinden in de stad, is nu een half jaartje live.’
Nu is hij bezig met het derde seizoen van zijn podcast City Rights Radio. In 2021 is hij ermee begonnen om ongedocumenteerde migranten te helpen bij het overleven zonder papieren. Mo zelf trok van het West-Afrikaanse Guinea, in een bootje over de Middellandse Zee, naar Nederland.
Na aankomst moest hij zelf uitvogelen waar hij moest zijn voor zaken als eten en onderdak. ‘Ik weet dus hoe het is,’ zegt Mo in een goed uitgeruste podcaststudio, achterin het kantoor van de hulporganisatie Here To Support in de Transvaalbuurt. ‘Geen bankrekening kunnen openen, of slechte toegang tot gezondheidszorg – allemaal problemen die een rimpeleffect hebben in de levens van heel veel mensen.’
Mo hoopt het beeld dat in Nederland bestaat over migranten wat bij te stellen. Dat was een andere motivatie om zijn podcast te beginnen, vertelt hij. ‘Ik had geen platform of medium om onze verhalen te vertellen. Ik merkte dat als ik met iemand praatte, over waar ik vandaan kom of hoe ik op ben gegroeid, dat ze me meer als mens zagen. Daarom ben ik na gaan denken over hoe ik dat op grotere schaal zou kunnen doen.’
Enkele leden van de Amsterdamse gemeenteraad hebben een anonieme brandbrief gekregen, waarin staat dat leidinggevenden bij de afdeling Werk, Participatie en Inkomen zich schuldig maken aan racisme en discriminatie. Dit bericht de Telegraaf.
Werk, Participatie en Inkomen valt onder wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks). Directeuren Daniël Waagmeester (Werk en Participatie) en Renger Visser (Inkomen) vertellen de Telegraaf erg geschrokken te zijn over de brief. ‘We weten dat we als organisatie op het gebied van racisme en discriminatie wat te doen hebben.’
De directeuren zeggen dat het belangrijk is om als gemeentelijke overheid zorgvuldig te handelen. De brief noemt de namen van leidinggevenden die zich schuldig zouden hebben gemaakt aan racisme en discriminatie, maar de briefschrijvers zijn zelf anoniem. Voor de beschuldigden is het daarom lastig om zich te verweren. Een ambtenaar vertelt de Telegraaf dat de gemeente Amsterdam de klachten graag serieus neemt, maar dat anonimiteit het onderzoek hiernaar bemoeilijkt.
Gemeentesecretaris Peter Teesink zegt tegen de krant dat hij graag met de anonieme klagers in contact wil komen om met hen over de grieven te spreken. ‘Ik vind het belangrijk dat we een inclusieve, diverse en sociaal veilige werkomgeving hebben waarin we respectvol en integer met elkaar omgaan en waar geen plaats is voor racisme en discriminatie.’
Wethouder Rutger Groot Wassink vindt bestrijding van racisme en discriminatie een kerntaak van de gemeente. Hij stuurde in 2019 alle gemeenteambtenaren naar een zogenoemde White Privilege-training, waarbij witte ambtenaren hun witte vooroordelen onder ogen moesten komen.
In Laten We Praten bespreken drie jonge Afro-Nederlanders heikele onderwerpen. ‘Armoede komt onder bi-culturele Nederlanders meer voor.’
Drie jonge Afro-Nederlanders – maatschappelijk werker, trainer en coach Wendy Lopes (33), ICT’er, dichter en rapper Glodi Mbwete (30) en voedingsspecialist en muziekmaker Domino Ofori (26) – begonnen in coronatijd de podcast Laten We Praten. Wendy is geboren in Nederland en heeft Kaapverdische roots; Glodi heeft Congolese wortels en Domino is geboren in Ghana, maar groeide op in Nederland. De drie kennen elkaar van een christelijke Pinkstergemeente in Den Haag. Ze bespreken onderwerpen waar in de Afro-Nederlandse gemeenschap, maar ook daarbuiten, vaak een taboe op ligt. De podcast trekt steeds meer luisteraars en werd in 2022 genomineerd voor de Haagse Media Awards en de Dutch Podcast Awards. In mei jaar won Laten We Praten de Pitcher Perfect 010. De Kanttekening ging met de drie makers in gesprek.
‘Tijdens de coronaperiode ging alles op slot en besloot ik te gaan hardlopen’, zo begint Glodi zijn verhaal. ‘Eerst luisterde ik naar muziek, maar na een tijdje was ik dat zat en ging ik podcasts luisteren, vooral over voetbal. Op 10 september 2021 bracht ik, ik maak ook muziek, het nummer Breek de Stilte uit, waarin ik het onder andere over zelfmoord en depressie heb. En toen kwam ik op het idee om zelf een podcast te beginnen over deze en andere zware onderwerpen. ’
Glodi vroeg twee goede vrienden, Wendy en Domino, om mee te doen aan de podcast. ‘Ik ken hen al heel lang van de kerk. Een podcast maken met vrienden is makkelijker. Dan voel je je meer op je gemak.’
Wendy Lopes (beeld: YouTube)
In Laten We Praten kaarten Glodi, Wendy en Domino onderwerpen aan die zij, net als veel luisteraars, zelf ook lastig vinden. ‘Het gaat over geestelijke gezondheid, racisme, biculturaliteit, rouw, enzovoort’, vertelt Glodi. ‘Over deze onderwerpen brainstormen we met ons drieën. En daarnaast brainstormen we met het backstage team die de opnames maakt. We hebben hiervoor ook een WhatsApp-groep, waarin we onze ideeën gooien.’
Wendy: ‘In onze afleveringen zit altijd een rode draad. We introduceren eerst het onderwerp, dan delen we onze eigen ervaringen en aan het einde geven we tips, bijvoorbeeld waar je aan kunt kloppen voor hulp als je kampt met depressieve klachten of iets dergelijks.’
De aflevering over bruiloften, die nog moet uitkomen, vindt Domino de meest geslaagde recente opname. ‘Dat was een erg grappige aflevering. Maar de afleveringen over menstruatiearmoede, een onderwerp dat toch wat verder van mij afstaat, en gierigheid vond ik ook leuk om over na te denken. Er is een dunne scheidslijn tussen gierigheid en krijgen waar je recht op hebt, ontdekte ik.’
Glodi, Wendy en Domino hebben nu zo’n twintig afleveringen van de podcast gemaakt. Veel onderwerpen zijn universeel en zou je ook kunnen bespreken met witte mensen. ‘Maar onze achtergrond speelt wel degelijk een rol’, vertelt Domino. ‘Het onderwerp menstruatiearmoede speelt voor Nederlanders met een biculturele achtergrond veel meer, omdat armoede onder deze groep Nederlanders meer voorkomt dan onder witte mensen. Dat geldt ook voor bruiloften. Biculturele mensen geven meer geld uit aan een bruiloft. Witte Nederlanders staan daar tegenwoordig vaak wat rationeler in, ook omdat zij gemiddeld vaker scheiden.’
Glodi zegt dat ze veel afleveringen nog steeds zouden maken, als ze wit zouden zijn. ‘Maar onze ervaringen zijn anders. We gaan anders met rouw om. In onze gemeenschap is het gebruikelijk dat er een aantal dagen van rouw zijn na het overlijden van familielid. Dit is vanaf het moment dat de persoon is overleden tot het moment dat hij of zij begraven is. Mensen komen dan over de vloer om samen te huilen, de familie te ondersteunen en bijvoorbeeld te helpen bij het huishouden, denk aan opruimen en koken. In aanloop van de begrafenis en op de dag zelf is uiteraard veel verdriet, maar er wordt bijvoorbeeld veel muziek gedraaid en gegeten om zo de persoon te eren. Het wordt (soms) groots aangepakt. De gemeenschap komt samen om de familie te ondersteunen. Er wordt veel gebeden, hardop gehuild en het kan soms echt intens zijn, maar op één of andere manier zijn dat momenten waar je kracht uit kan putten. Je wordt in feite gedragen door de gemeenschap en je rouwt samen, terwijl het hier anders aan toe gaat.’
Glodi Mbwete (beeld: YouTube)
Ook bruiloften worden anders gevierd, vervolgt Glodi. ‘Denk hierbij bijvoorbeeld aan bruidsschat. De bruidsschat is een symbolisch gebaar van de man naar de vrouw en haar familie, dat hij met haar wilt trouwen. Het is een eeuwenoude traditie. Het is niet zo dat de vrouw ‘gekocht’ wordt. Het is onderdeel van de traditionele bruiloft. Tijdens deze bruiloft komen beiden families bij elkaar om elkaar te ontmoeten. De bruidsschat kan bestaan uit een geldbedrag maar ook goederen of producten. Zoals een trouwring een teken is van een verbond, zo is de bruidsschat een teken van het feit dat de man echt met de vrouw wil trouwen en zowel zijn familie als haar familie respecteert.’
‘Onze kracht is dat we delen uit onze ervaring, uit onze lessen’, vertelt Wendy. ‘Als ik een witte vrouw was geweest had ik een heel ander rugzakje bij mij, dacht en sprak ik vanuit een andere context, dan voerde ik met Glodi en Domino andere gesprekken, want onze invalshoek was heel anders. Je kunt bepaalde onderwerpen niet goed bespreken als je ze niet hebt beleefd. Als witte Nederlander kun je over biculturaliteit praten, maar alleen abstract. Het is heel anders wanneer je het leeft. De kracht van onze podcast is dat we alleen praten over onderwerpen die we hebben geleefd.’
Glodi: ‘Ik heb het gevoel dat we nu ons verhaal moeten vertellen. Ik heb een goede jeugd gehad. Ik heb in mijn leven heftige dingen meegemaakt, waaronder het overlijden van mijn vader. Zijn dood kwam hard aan, maar ik heb het verwerkt in mijn muziek en gedichten en nu ook in deze podcast. Dáár zit mijn noodzaak. Ik heb dingen meegemaakt, dingen geleerd en ervaren. Die wil delen met anderen. En dat kun je op verschillende manieren doen.’
Laten We Praten krijgt steeds meer luisteraars. Op YouTube zijn het er zo’n 200, op Spotify meer dan 500 en op social media meer dan duizend volgers. Wendy: ‘Ons doel is dat we mensen willen laten zien dat ze niet de enigen zijn die iets meemakenen met problemen worstelen. We krijgen ook veel feedback van luisteraars. In de comments, maar ook via privéberichten.’
Glodi wil graag dat Laten We Praten meer bereik krijgt. ‘We willen groeien. We hadden onlangs een livepodcast in Theater Zuidplein in Rotterdam. Daar zat ook publiek bij, mensen in de zaal kregen de gelegenheid om vragen te stellen en te reageren. En er was muziek. Het volgende seizoen, dat wordt seizoen vier alweer, willen we graag opnemen met publiek erbij. En we willen ook vaker gasten uitnodigen.’
Wekelijks zijn Godi, Wendi en Domino zo’n tien tot twintig uur bezig met de podcast. Wendy: ‘Het kost veel tijd. We maken de afleveringen, die daarna worden bewerkt door de editor. Vervolgens promoten we onze aflevering op Facebook, Instagram en TikTok. We zitten nu midden in ons opnameseizoen. Dan ben je er meer uren mee kwijt. Dat zijn we ook als we toewerken naar de liveshows.’
Domino Ofori (beeld: YouTube)
De podcast Laten We Praten maakt weinig kosten – de opnamestudio in Den Haag wordt gesponsord door Het Haags HipHop Centrum en is daarom gratis – en levert al een beetje geld op. Toch staan de baten nog niet in verhouding met de tijd die Glodi, Wendy en Domino erin steken. ‘Het begint nu al wel een beetje te lopen wat inkomsten betreft’, zegt Glodi. ‘Maar op dit moment loont het nog niet. We zijn nu bezig met investeren. Onze kwaliteit wordt ook steeds beter. Seizoen drie had niet bestaan, als we die andere seizoenen niet hadden gedaan. We krijgen ook meer aandacht. We zijn genomineerd voor prijzen en mochten in Theater Zuidplein optreden. Zulke events zorgen niet alleen voor meer naamsbekendheid, maar leveren ook geld op omdat bezoekers een ticket moeten kopen.’ Glodi vertelt dat ze vaker dit soort optreden willen doen in Rotterdam en Den Haag en ook met andere podcasts willen samenwerken, mits het goed bij de thematiek van Laten We Praten past.
En welke thema’s willen Glodi, Wendy en Domino in de toekomst bespreken? Glodi: ‘Misbruik in de familie. Hier had een luisteraar een bericht over geschreven. In onze cultuur kan het voorkomen dat de daders van seksueel misbruik worden beschermd om het gezin tegen schaamte te beschermen. Het slachtoffer wordt genegeerd. Dit taboeonderwerp moeten we bespreken.’ Wendy: ‘Ik wil graag een aflevering over grensoverschrijdend gedrag, waaronder straatintimidatie. Wat doe jij als man, als een meisje wordt lastiggevallen door een groep jongens? Grijp je in, of niet? Daarover moeten we praten.’ Domino: ‘Ik denk na over een aflevering over statussymbolen. Nodig je iemand bij je thuis uit, om op te scheppen over je huis? Of geef je iemand een lift, om op te scheppen over je auto? En andersom: waarom schaam je je voor je lelijke behang, of voor je oude versleten vloer? Waarom hechten wij belang aan al deze materialistische zaken? Daarover wil ik graag praten.’
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.