Het had het hoogtepunt moeten zijn van de macht en kracht van de zogeheten ‘As van Verzet’. 7 oktober: de dag waarop Hamasstrijders Israël binnenvielen. Een grote overwinning voor de door Iran aangevoerde as en een zware nederlaag voor aartsvijand Israël. Tweeëneenhalf jaar later is het echter Israël dat het laatst lacht. Wat een triomf moest zijn, bleek een pyrrusoverwinning.
De dood van de Iraanse leider ayatollah Khamenei is voorlopig de kroon op Israëls wraak. Het land is uitgegroeid tot de nieuwe hegemoon in het Midden-Oosten, door analisten ook wel aangeduid als de Pax Israelica. De vraag is nu wat deze ontwikkelingen betekenen voor de toekomst van Iran en de rest van de regio.
Over de dood van Khamenei kunnen we kort zijn. Buiten fundamentalistische kringen in Iran en zijn buurlanden zal vrijwel niemand een traan laten om de dood van deze wrede dictator, die in eigen land en daarbuiten talloze slachtoffers maakte. Zijn dood brengt een omwenteling in Iran dichterbij, en daarmee ook een stabieler en vreedzamer Midden-Oosten. De Iraanse bevolking is 47 jaar lang onderdrukt en Iran heeft onder Khamenei als grootste sponsor van terrorisme in de regio het Midden-Oosten decennialang gedestabiliseerd.
Er is dan ook weinig reden om te betreuren dat hij er niet meer is. Wie daar nog aan twijfelt, hoeft alleen maar te kijken naar de feestvierende Iraniërs in Iran zelf en in de diaspora. Degenen die nu stellen dat de Amerikaans-Israëlische aanval op Iran niet in lijn is met het internationaal recht, hebben op papier gelijk. Maar de tirannie van Khamenei en de zijnen tegen hun eigen volk was vele malen erger dan deze schending van het internationaal recht.
Bovendien getuigt het van realiteitszin als we erkennen dat het internationaal recht in dit decennium steeds meer is verworden tot een papieren realiteit. Als Europeanen wordt het hoog tijd dat we ons dit realiseren. Hard power is terug van weggeweest en als we ons niet snel klaarmaken voor dit nieuwe tijdperk, dreigen we er zelf ook slachtoffer van te worden.
De tirannie van Khamenei was vele malen erger dan deze schending van het internationaal recht
Dat impliceert niet dat we dan maar alle wreedheden op het wereldtoneel moeten toestaan. Ook al functioneert het recht niet meer, rechtvaardigheid moet voor ons een leidend principe blijven. Netanyahu en de zijnen zullen vroeg of laat rekenschap moeten afleggen voor de begane genocide in Gaza. Tegelijkertijd hoeven we er niet rouwig om te zijn wanneer dictatoriale regimes in Venezuela, Cuba en Iran en terroristische bewegingen als Hamas en Hezbollah kaltgestellt worden. Dit zijn immers vrienden van onze grote vijand Rusland en zo wordt de Russisch-Chinese as van dictaturen die Europa en de rest van het Westen bedreigt verder verzwakt. Het VN-Handvest kan hier van alles van vinden, maar zulke ontwikkelingen maken de wereld uiteindelijk wel een stukje veiliger.
Hierover hoeven we dus niet te klagen bij de Amerikanen en Israëliërs. Wel moeten we er scherp op zijn dat het Midden-Oosten, onze buurregio, nu niet in chaos vervalt. De beste uitkomst van deze oorlog is een democratische omwenteling in Iran. Dat is het streven waarop Europa bij zijn Amerikaanse en Israëlische bondgenoten moet blijven hameren. Trump en Netanyahu nemen misschien genoegen met minder, maar het Iraanse volk verdient vrijheid. En nee, Iran is geen Irak of Afghanistan, maar een land met een hoogontwikkelde bevolking die snakt naar vrijheid. Laten we hopen dat de Iraniërs nu hun eigen leiders voortbrengen die hen na een halve eeuw fundamentalistische dictatuur naar democratie leiden.
Voor de rest van het Midden-Oosten zal dit conflict op korte termijn vooral oorlog en instabiliteit brengen. Maar als het Iraanse regime daadwerkelijk in zijn geheel implodeert, dan biedt het enorme kansen voor de buurregio. De VS en Israël zullen in het post-7-oktober-Midden-Oosten samen met hun soennitische bondgenoten de mogelijkheid hebben om de machtsverhoudingen in de regio te stabiliseren nu Iran en zijn proxy’s van het toneel verdwenen zijn: de Pax Israelica.
En voor wie zich daarover opwindt, zou ik het volgende ter overweging mee willen geven: een Midden-Oosten zonder het regime van de ayatollahs is een beter Midden-Oosten. Het belooft een beter Irak, een beter Syrië, een beter Libanon, een beter Jemen en bovenal een beter Iran zelf. Bovendien valt na Assad en Maduro nu weer een bondgenoot van Rusland om. De ayatollah is dood en dat is een zegen voor Iran en de rest van de wereld.
Voor het tweede jaar op rij is Israël het land dat wereldwijd de meeste journalisten doodde. In 2025 doodde Israël 86 journalisten, het merendeel in Gaza, dat meldt The Committee to Protect Journalists (CPJ). In totaal werden er 129 journalisten gedood in 2025. Het was het dodelijkste jaar voor journalisten sinds het CPJ in 1992 begon met het bijhouden van deze cijfers.
‘Als deze woorden tot jullie komen, weet dan dat Israël erin is geslaagd om mij te doden en mijn stem tot zwijgen te brengen.’ Deze woorden verschenen op 11 augustus 2025 op de socialmediapagina’s van journalist Anas al-Sharif. Bijna twee jaar lang deed hij non-stop verslag van de genocide in Gaza. In zijn blauwe kogelvrije vest met ‘PRESS’ erop en met de blauwe microfoon met het gouden Al Jazeera-logo werd hij onmisbaar in de verslaggeving van de Israëlische aanvallen. Dagelijks keken miljoenen mensen naar zijn verhalen.
Op 10 augustus kwam daar een einde aan. Al-Sharif werd bij een Israëlische aanval naast het Al-Shifa-ziekenhuis in Gaza-Stad gedood. Ook vijf van zijn collega’s overleefden de aanval niet. Al-Sharif wist dat hij door zijn werk als journalist een doelwit was van Israël, daarom schreef hij al een afscheidsbericht. ‘Ik heb pijn gehad, ik heb geleden en ik ben veel kwijtgeraakt, maar ik heb nooit getwijfeld of ik de waarheid moest vertellen, zonder vervorming of vervalsing.’
Gerichte Israëlische aanvallen
Al-Sharif was een van de 86 journalisten die vorig jaar door Israël werden gedood. Van 38 journalisten is het volgens het CPJ zeker dat het een gerichte Israëlische aanval was en dat zij dus met opzet zijn vermoord. Volgens het CPJ kan het daadwerkelijke aantal veel hoger liggen. Door de verwoesting en de blokkade van Gaza is bewijs vaak onbereikbaar of vernietigd en is het volgens het CPJ daarom goed mogelijk dat we nooit zullen weten hoeveel journalisten doelgericht door Israël zijn vermoord.
‘Ik heb pijn gehad, ik heb geleden’
Kort na het overlijden van Al-Sharif meldde Israël dat het erin was geslaagd hem te doden, wat duidt op een gerichte aanval. Ook beschuldigde Israël hem ervan leiding te hebben gegeven aan een terreurcel van Hamas, maar leverde daarvoor nauwelijks controleerbaar bewijs. Het CPJ spreekt van een lastercampagne en stelt dat Israël journalisten vaak zonder geloofwaardig bewijs bestempelt als militanten.
Uit later onderzoek van +972 Magazine en Local Call blijkt bovendien dat er binnen het Israëlische leger een speciale eenheid actief is die onder meer de taak heeft om journalisten in Gaza te identificeren en hen neer te zetten als vermeende undercoveragenten van Hamas. Volgens het onderzoek zou dit onderdeel zijn van een strategie om de groeiende internationale verontwaardiging over de Israëlische aanvallen te beperken.
Wapenstilstand
Sinds oktober geldt er een wapenstilstand tussen Israël en Hamas. Ondanks het staakt-het-vuren voert Israël nog regelmatig aanvallen uit in Gaza. Bij een aanval afgelopen januari werden 11 Palestijnen gedood, onder wie twee kinderen en drie journalisten. ‘Veel beter is het dus niet sinds de wapenstilstand’, zegt Ruth Kronenburg, directeur van Free Press Unlimited (FPU). ‘Er zijn nog steeds bombardementen en naast burgers worden ook journalisten nog steeds gedood.’
Ook volgens camerajournalist Hamed Sbeata is de situatie voor journalisten in Gaza er sinds de wapenstilstand niet op vooruitgegaan. ‘Je hoort nog steeds dagelijks het geluid van bombardementen, van vliegtuigen en drones in de lucht. Na de aanval op mijn collega’s vorige maand is het duidelijk dat we nog steeds een doelwit zijn, ondanks de wapenstilstand’, zegt de journalist tegen de Kanttekening.
‘Je hoort nog steeds dagelijks het geluid van bombardementen’
Ondanks de gevaren heeft Sbeata de afgelopen jaren fulltime als journalist gewerkt. Hij heeft nooit overwogen te stoppen. ‘Mijn ouders willen dat ik stop vanwege het gevaar, maar het is mijn werk en mijn enige bron van inkomen. De angst draag ik ieder moment van de dag met me mee. Ik hoop dat de situatie verbetert, zodat ik ook weer mooie momenten kan documenteren.’
Free Press Unlimited ondersteunt Palestijnse journalisten onder andere met spullen zoals laptops, telefoons, harde schijven en veiligheidsuitrusting. De spullen over de grens met Gaza krijgen, is ook niet makkelijker geworden sinds de wapenstilstand, zegt Kronenburg. ‘De grens wordt nog altijd streng bewaakt. We krijgen de spullen dankzij onze partners wel naar binnen, maar het is zeker niet makkelijker dan eerst.’
Grote gevolgen
Sinds het begin van de oorlog in oktober 2023 heeft Israël bijna 300 journalisten gedood. Daar zijn grote gevolgen aan verbonden. ‘Ten eerste voor henzelf’, zegt Kronenburg. ‘Ze zijn in gevaar, kunnen zich minder vrij bewegen en sommige journalisten moeten noodgedwongen stoppen met werken.’
Daarnaast is er het risico dat gebeurtenissen die in het gebied plaatsvinden niet langer worden vastgelegd en onbekend blijven voor de buitenwereld, zeker in een gebied als Gaza waar geen internationale journalisten worden toegelaten. Maar ook lokaal is het belangrijk: ‘Journalisten kunnen informatie verstrekken over waar eten en water is, waar medicijnen te vinden zijn en welk ziekenhuis nog operationeel is. Dat kan levensreddende informatie zijn’, zegt Kronenburg.
‘Sommige journalisten moeten noodgedwongen stoppen met werken’
Ook voor juridische processen is het werk van lokale journalisten van belang. Ze brengen niet alleen persoonlijke en vaak levensreddende verhalen, zegt Kronenburg, ze documenteren ook mensenrechtenschendingen en mogelijke oorlogsmisdaden. ‘Getuigenissen, foto’s en video’s kunnen in latere rechtszaken doorslaggevend bewijs vormen. Dat bleek eerder na de Tweede Wereldoorlog, toen misdaden die tijdens de oorlog waren vastgelegd uiteindelijk hebben bijgedragen aan vervolging en berechting.’
‘Opgeven is geen optie’
Samen met organisaties als het CPJ roept FPU op tot onafhankelijk onderzoek naar aanvallen op de pers en mogelijke misdrijven. Of daders uiteindelijk ook ter verantwoording worden geroepen, blijft onzeker. Toch is opgeven geen optie. ‘Wij proberen zo veel mogelijk te documenteren,’ zegt Kronenburg. ‘De geschiedenis laat zien dat gerechtigheid soms decennia kan duren, maar niet onmogelijk is. Ook veertig jaar later kunnen zaken alsnog voor de rechter komen.’ Kronenburg noemt de zaak van de vier vermoorde IKON-journalisten als voorbeeld. Die journalisten werden in 1982 vermoord door militairen van het regeringsleger in El Salvador. Afgelopen juni, ruim 40 jaar later, werden de oud-militairen veroordeeld.
‘Journalisten kunnen informatie verstrekken over waar eten en water is’
Kronenburg hoopt dat de nieuwe Nederlandse regering druk op Israël zal uitoefenen om journalisten beter te beschermen. ‘Persvrijheid staat wereldwijd onder druk, en als overheden schendingen onbestraft laten, groeit het risico dat ook andere regimes denken ermee weg te kunnen komen. Als dit niet wordt aangepakt, wordt het alleen maar erger.’
Journalist Sbeata kijkt voorzichtig naar de toekomst. ‘We zijn eerlijk geweest over wat hier gebeurde, en daardoor moet ik nu nog steeds vrezen voor mijn leven. Maar ik hoop dat uiteindelijk het gevoel van angst voor altijd zal verdwijnen en ik een goed leven kan hebben.’
En toen stond op die ochtend ineens de politie voor de deur van de besnijders. Er volgde een huiszoeking en de instrumenten waarmee besnijdenissen worden uitgevoerd, werden voor nader onderzoek meegenomen. Ook werden door justitie lijsten opgevraagd van besnijdenissen die recentelijk door deze besnijders plaatsvonden.
Deze gebeurtenis vond niet plaats in de voormalige Sovjet-Unie, waar joden die hun kinderen lieten besnijden ooit voor jaren naar een werkkamp in het verre Siberië werden verbannen. Of ergens anders waar op onze aardbol de haat tegen Joden in volle glorie wordt gevierd. Dit gebeurde gewoon bij onze zuiderburen in België, een modern land waar godsdienstvrijheid en vrijheid van religieus handelen in de grondwet worden gegarandeerd. Het vreemde aan dit verhaal is dat het onderzoek door justitie werd opgestart naar aanleiding van klachten van slechts één persoon over ‘misstanden’ bij besnijdenissen. Deze persoon, die zichzelf ook nog eens rabbijn noemt, ligt al jaren overhoop met zijn eigen gevestigde joodse gemeenschap. Hij heeft zichzelf al lang geleden door vergelijkbare lasterlijke uitspraken buiten de joodse samenleving geplaatst. Toch is zijn kwaadsprekerij voldoende om een hele gemeenschap in de beklaagdenbank te zetten.
Onderhand zijn de besnijders zelf nu gecriminaliseerd. Zij worden beschuldigd van het verrichten van onbevoegd medisch handelen en ook nog eens van het schenden van lichamelijke integriteit en zelfbeschikking.
Wie zijn deze besnijders, of mohalim zoals zij in het Hebreeuws worden aangeduid? Dit zijn belijdend religieuze leden van onze gemeenschap die allereerst een volstrekt onberispelijk gedrag moeten vertonen, zowel religieus als maatschappelijk.
Zij volgen een gedegen theoretische en praktische opleiding. Na deze studie leggen zij het examen af. Pas dan worden zij geaccrediteerd om onder toezicht van de opperrabbijnen binnen het joodse kerkgenootschap de besnijdenissen volgens de regelgeving te verrichten. Daarbij gaat het om de kerkgenootschappen die officieel door de Belgische regering als zodanig zijn erkend.
Gelovigen met een regelgeving zoals moslims vanuit de Koran en joden vanuit de Tora, zijn geen vroegmiddeleeuwse burgers uit een zwart verleden
Hoe het verder gaat aflopen met deze onverkwikkelijke zaak is bij lange na niet bekend. Vorige week heeft de Amerikaanse ambassadeur in België zich er ook nog mee bemoeid.
Maar één ding is zeker. En dat geldt echt niet alleen voor de joodse gemeenschap in België. Affaires als deze gelden evenzeer voor mijn islamitische medeburgers en ook andere gelovigen binnen onze samenleving, waar ook.
Binnen de democratische landen waar onze grondwet spreekt over vrijheid van godsdienst en vrijheid van religieus handelen, is niets gegarandeerd. Van de ene op de andere dag kan met de huidige interpretatie van grondrechten het ene grondrecht zomaar worden opgeofferd ten faveure van een ander grondrecht.
We hebben dit jaren geleden al gezien bij de debatten rond het halal en het koosjer slachten. De visie op dierenwelzijn van de diervriendelijke politieke partijen weegt ineens zomaar zwaarder dan godsdienstvrijheid voor de mens. We zien hoe met argwanende, areligieuze ogen naar de religieuze dagscholen en het godsdienstonderwijs wordt gekeken. Terwijl ook dat als een grondrecht in onze wetgeving te boek staat.
Wat staat moslim en jood in deze situatie te doen? Gewoon met een hoge mate van zelfrespect en achting opstaan voor het geloof dat men belijdt en de stem laten horen.
‘Wij eisen onze grondrechten op. En binnen het kader van de grondwet, die ook de onze is, staan wij op het recht van religieus handelen volgens de regels van het geloof. Wij laten ons door karikatuurschetsen, laster en valse beschuldigingen niet reduceren tot dierenbeulen waar het het ritueel slachten betreft. Of tot schenders van de integriteit en mishandelaars van onze eigen kinderen wanneer het over de besnijdenis gaat.
Gelovigen met een regelgeving zoals moslims vanuit de Koran en joden vanuit de Tora, zijn geen vroegmiddeleeuwse burgers uit een zwart verleden. Wij zijn staatsburgers die in deze eenentwintigste eeuw gewoon onze bijdrage leveren aan de samenleving, zoals al die anderen om ons heen.’
Wij blijven strijden voor onze maatschappelijke integriteit. Daarbij zullen wij niet ophouden onze overheid en het wettelijk gezag erop te wijzen dat het haar verantwoordelijkheid is om ons hierin bij te staan. Niets van dat kwalijke gedrag dat zich nu over onze hoofden afspeelt. En dan komt het goed. Insh’Allah. Im Yirtse Hasheem. Met G’ds hulp.
Tijdens een diner midden februari zat ik naast een Iraanse wetenschapper die al jaren in Nederland woont. We spraken over de opstand in Iran, waarbij naar schatting al 30.000 burgers zijn gedood. Mijn tafelgenoot vertelde vervolgens over een Iraanse filosoof, Ramin Jahanbegloo, verbonden aan het Mahatma Gandhi CentrumvoorGeweldloosheidenVredesstudies in India, die zich recentelijk in een Indiase krant positief had uitgelaten over een eventuele Amerikaanse interventie in Iran. Volgens Jahanbegloo zouden Iraniërs zich in de steek gelaten voelen als Trump niet zou ingrijpen.
Dat een Iraanse filosoof die zijn naam verbonden heeft aan geweldloos protest zich positief uitlaat over zo’n interventie, was volgens mijn Iraanse disgenoot meer dan alleen een teken van de wanhoop die zich van het Iraanse volk meester heeft gemaakt. Mijn verbazing vond hij getuigen van onwetendheid en van westerse vooringenomenheid.
Zo was ik opeens veranderd in de progressieve westerling, die meent dat de gemiddelde Iraniër het Amerikaanse imperium evenzeer verafschuwt als zijn eigen ayatollahs. De progressieve westerling die de mening aanhangt dat buitenlandse interventie na de Tweede Wereldoorlog nooit een succesvolle regime change tot gevolg heeft gehad, en die graag wijst op de halfvergeten en niet bijzonder geslaagde oorlogen aan het begin van deze eeuw in Afghanistan en Irak: militaire overwinningen die via burgeroorlogen eindigden in politieke nederlagen.
Dat Obama geen zin had zijn vingers te branden aan de oorlog in Syrië, had alles met Irak en Afghanistan te maken. Men vecht niet altijd alleen de vorige oorlog uit; politici hebben de neiging vergissingen die hun voorgangers maakten te herstellen, hoewel het goed mogelijk is dat er zo alleen nieuwe vergissingen worden begaan.
Mijn sympathieke disgenoot had natuurlijk gelijk, ik was die progressieve westerling, hoewel ik mezelf helemaal niet zo verschrikkelijk progressief vind en het etiket westerling ook niet een heel vrolijk makend etiket vind. Ik had misschien te veel kwaliteitskranten gelezen, die ook niet immuun zijn voor vooringenomenheid, waarmee ik niet zeg dat TikTok en Insta het alternatief zijn. Kwaliteitskranten schieten doorgaans stukken minder tekort dan vele andere media.
Ik wil niet al te neerbuigend doen over de VN, dat doen al genoeg mensen
Aan tafel merkte ik nog wel op dat het ironisch is dat sommige Iraniërs hun hoop hebben gevestigd op iemand als Trump, maar ik voegde er snel aan toe dat Hitler zonder hulp van massamoordenaar Stalin misschien niet verslagen zou zijn, of pas veel later dan in 1945.
Je kunt niet altijd kiezen door wie je wordt bevrijd en je kunt het je niet altijd permitteren om kieskeurig te zijn.
Dat is de fundamentelere vraag die tijdens het diner niet werd gesteld: is het erg als je bevrijd wordt door bevrijders die andere prioriteiten en belangen hebben dan jouw bevrijding?
Trump ligt er niet van wakker als er mensenrechten worden geschonden, maar dat gold ook voor zijn voorgangers en voor Europa en de zogenoemde Global South.
Mensenrechtenschendingen elders worden pas een politiek probleem als dat zo uitkomt, of als de omvang van de catastrofe niet meer te negeren valt. Bij mijn weten is er nog nooit een oorlog gevoerd puur en alleen om geschonden mensenrechten in ere te herstellen. ‘Uw rechten worden geschonden, wij komen u helpen.’
Misschien getuigt het ook wel van vooringenomenheid te denken dat je staatsgeweld elders kunt bestrijden met keurige demonstraties in het Westen. Beter dan niets, ongetwijfeld, maar is het genoeg?
Wie de internationale rechtsorde, dat doodzieke zeehondje, wenst te reanimeren, zou op zijn minst even moeten nadenken over de vraag hoe de internationale gemeenschap het internationale recht precies gaat afdwingen.
Ik wil niet al te neerbuigend doen over de VN, dat doen al genoeg mensen en vaak niet de mensen met wie ik geassocieerd wens te worden, maar toch: welk bloedbad is voorkomen of gestopt door een resolutie?
Het is waar. Ook resoluties zijn beter dan niets.
Maar vertel dat aan de stervenden in Iran en elders. En de keerzijde van die medaille: wilt u uw zoon opofferen voor grove mensenrechtenschendingen in Iran en elders?
Ik eerlijk gezegd liever niet.
De dappere opiniemaker roept doorgaans anderen op moedig te willen sterven. Ik laat dat na, ik hoop ietsje beter te zijn door het dilemma te schetsen. Ietsje, veel is het niet.
De gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart bepalen de koers van onze gemeenten voor de komende vier jaar. Het gaat om belangrijke thema’s als woningbouw, veiligheid, onderwijs, zorg en duurzaamheid.
In aanloop naar de verkiezingen interviewen we verschillende lokale politici, onder wie Chantal Zeegers, D66-wethouder Klimaat, Bouwen en Wonen in Rotterdam, en Stevie Nolten, lijsttrekker van BIJ1 in Utrecht. Nolten werd politiek actief nadat ze Sylvana Simons hoorde spreken tijdens een Black Lives Matter-demonstratie. We vragen hen wat zij belangrijk vinden voor hun gemeente.
Stemmen lijkt vanzelfsprekend, maar pas in 1985 kregen inwoners met een migratieachtergrond zonder Nederlandse nationaliteit stemrecht bij gemeenteraadsverkiezingen. Zij mochten ook zelf kandidaat worden, na jarenlange discussies over gelijke rechten en volwaardige deelname aan de democratie.
Uit de bundel Veertig jaar lokaal kiesrecht voor migranten, waarover wij in de Kanttekening schrijven, blijkt dat sindsdien vooruitgang is geboekt. Het aantal raadsleden met een migratieachtergrond groeide van ongeveer veertig in 1986 naar meer dan driehonderd in 2006 en 2010. Gemeenteraden werden daardoor diverser.
Toch blijft de vertegenwoordiging achter. In 2016 en 2023 had landelijk slechts zo’n 6 procent van de raadsleden een migratieachtergrond, terwijl hun aandeel in de bevolking toenam. In de 32 grootste gemeenten is 14,6 procent van de raadsleden van migratieachtergrond, tegenover bijna 38 procent van de inwoners. In de G10 gaat het om 21 procent tegenover ruim 46 procent, en in de vier grootste steden om 32 procent tegenover ruim 53 procent.
Ook onder wethouders en burgemeesters zijn biculturele Nederlanders niet evenredig vertegenwoordigd. Bekende uitzonderingen zijn de Amsterdamse wethouder Sofyan Mbarki en de Arnhemse burgemeester Ahmed Marcouch.
De cijfers tonen bovendien dat betrokkenheid niet vanzelfsprekend is. In 2018 ging iets minder dan de helft van de Amsterdammers met een migratieachtergrond stemmen. ‘Als gevestigde partijen nauwelijks ruimte bieden aan de belangen van Nederlanders met een migratieachtergrond, kiezen veel mensen ervoor om niet te stemmen’, zegt onderzoeker Zeki Arslan, een van de auteurs van de bundel over migrantenkiesrecht. ‘Dat gevoel van niet gehoord te worden zien we vooral bij de jongere generatie. De uitsluiting en discriminatie die zij ervaren, spelen daarin mee.’
Het gebrek aan representatie op het hoogste niveau is het gevolg van een dieper probleem
Fatima Oulad Hadj vertelt dat ze als Statenlid voor de PvdA hard haar best doet om mensen bij de politiek te betrekken, maar dat een kabinet met vrijwel alleen witte bewindslieden dit wel erg moeilijk maakt. ‘Partijen die spreken over inclusiviteit en verbinding zetten hiermee een beeld neer dat voor veel Nederlanders vooral afstand uitstraalt’, zegt zij.
Het gebrek aan representatie op het hoogste niveau is het gevolg van een dieper probleem. Gevestigde partijen zijn vaak terughoudend als het om echte invloed gaat. Biculturele Nederlanders zijn welkom als raadslid en zichtbaar op kandidatenlijsten. Maar zodra zij hogere posities opeisen – zoals het fractievoorzitterschap, een wethouderspost of een strategische plek op de lijst – ontstaat er spanning.
Jarenlang lukte het gevestigde partijen niet om de stem van biculturele Nederlanders stevig te verankeren in hun machtsstructuren. Zij werden vooral gezien als vertegenwoordigers van hun achterban en als electorale meerwaarde. Wanneer zij nadrukkelijk opkwamen voor thema’s die onder hun kiezers leefden, nam de weerstand toe.
Zo werd voor veel kiezers duidelijk dat een plek op een kandidatenlijst geen garantie biedt voor echte invloed. Het vertrouwen verschoof: niet langer vanzelfsprekend naar gevestigde partijen, maar vaker naar eigen politieke organisaties, lokaal en landelijk, zoals Denk en BIJ1.
Daarmee komen belangrijke vragen op. Zorgen minderhedenpartijen voor meer democratische deelname, doordat zij mensen mobiliseren die zich niet gehoord voelen? Of vergroten zij juist de tegenstellingen, door politiek langs culturele lijnen te organiseren?
Waarschijnlijk is allebei waar. Ze vergroten de vertegenwoordiging en agenderen thema’s die onder hun kiezers leven, maar leggen tegelijk bloot dat traditionele partijen tekortschieten.
Daarom is het belangrijk dat we op 18 maart naar de stembus gaan. Zo zorgen we voor een gemeentebestuur waarin verschillende stemmen doorklinken en waarin zoveel mogelijk inwoners zich herkennen. In onzekere tijden, waarin de democratie wereldwijd onder druk staat, is dat belangrijker dan ooit.
Uit nieuwe cijfers van de aan de Verenigde Naties gelieerde Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) blijkt dat in 2025 gemiddeld bijna elke dag 21 migranten omkwamen of vermist raakten.
In 2025 zijn wereldwijd ten minste 7.667 mensen omgekomen of vermist geraakt op migratieroutes. De cijfers laten zien hoe groot de crisis is waarmee migranten dagelijks te maken hebben. De IOM roept op om smokkelnetwerken die migranten uitbuiten aan te pakken.
‘Het voortdurende tragische verlies van mensenlevens op migratieroutes is een wereldwijde mislukking die we niet mogen normaliseren’, zegt Amy Pope, directeur-generaal van de IOM. Volgens haar zijn deze sterfgevallen ‘niet onvermijdelijk’ en is actie nodig om veilige en legale routes uit te breiden, zodat gevaarlijke, ‘illegale’ reizen kunnen worden voorkomen.
Deutsche Wellemeldt dat het aantal in 2024 nog hoger lag met 9.200 doden of vermisten. Dat was bovendien het hoogste cijfer sinds de IOM in 2014 begon met het registreren van migratiedoden.
Toch meent de IOM dat de werkelijke aantallen ‘significant’ hoger liggen, omdat veel sterfgevallen niet worden geregistreerd. Bovendien krijgen hulporganisaties wereldwijd steeds vaker te maken met bezuinigingen, waardoor minder wordt gedocumenteerd.
Langlopende spanningen en schermutselingen tussen Afghanistan en Pakistan zijn vandaag geëscaleerd tot wat de Pakistaanse defensieminister Khawaja Muhammad Asif een ‘open oorlog’ noemt.
‘Ons geduld is op. Nu is er sprake van open oorlog tussen ons en jullie’, zei hij. Dit bericht NU.nl.
Kabul en andere steden, zoals Kandahar in Afghanistan, worden momenteel door de Pakistaanse luchtmacht gebombardeerd. Militaire posten en opslagplaatsen van de Taliban zijn het doelwit, volgens de Pakistaanse defensieminister Khawaja Muhammad Asif.
In een etmaal zijn er minstens 133 Taliban-strijders gedood, aldus een woordvoerder van de Pakistaanse overheid. De Taliban sloegen terug en zouden naar eigen zeggen 55 Pakistaanse militairen hebben gedood. Deze claims zijn niet onafhankelijk bevestigd.
Het boterde al langere tijd niet tussen Pakistan en Afghanistan. Pakistan beschuldigt de Taliban-machthebbers van Afghanistan ervan een veilige haven te bieden aan de Pakistaanse Taliban, een afsplitsing van de Afghaanse Taliban. Daarmee zouden zij ‘terreur exporteren’.
Een aanval van de Taliban op Pakistan op donderdag ontstak de lont in het kruitvat. Pakistan bombardeert er nu op los.
Vorig jaar ging het ook mis, maar toen werd met behulp van Qatar een staakt-het-vuren bereikt. Dat heeft nieuw geweld niet kunnen voorkomen.
Een Oeigoerse activist stelt dat hij op 14 februari tijdens het landelijke Chinees Nieuwjaarsevenement in het stadhuis van Den Haag hardhandig is aangevallen door Chinees beveiligingspersoneel. Volgens hem gaat het om een voorbeeld van ’transnationale repressie op Nederlandse bodem’.
Activist Abdurehim Gheni Uyghur liep tijdens een dansoptreden tussen de stoeltjes van de bezoekers. Hij onthulde een protestbord, waarop stond zei dat Oost-Turkestan weer onafhankelijkheid moest worden. Oost-Turkestan, door de Chinezen Xinjiang genoemd, is op dit moment bezet door communistisch China.
Op beelden is te zien dat hij al gauw werd aangevallen door beveiligers. ‘Ze werkten me hardhandig tegen de grond en hielden me in een nekklem die het ademen bemoeilijkte’, vertelt Abdurehim Gheni Uyghur. ‘Terwijl ik tegen de grond werd gedrukt, kwam een van de functionarissen met zijn gezicht vlakbij het mijne en fluisterde in het Chinees: “Nǐ yīnggāi qù jìzhōngyíng. Nǐ yīnggāi sǐ. Wǒ yào shā sǐ nǐ!’ (‘Jij hoort thuis in de concentratiekampen. Je verdient het om te sterven. Ik ga je vermoorden!’)
Hij noemt het gebruik van het Chinees een bewuste strategie, om omstanders en Nederlandse beveiligers te misleiden. ‘Hierdoor kon hij maximale psychologische terreur uitoefenen, terwijl hij voor de westerse omstanders deed voorkomen alsof hij slechts de ‘orde handhaafde’. Het was een bewuste poging om mij te isoleren midden in een menigte.’
Abdurehim Gheni Uyghur zegt dat zijn rechterbeen tijdens de worsteling ‘met extreme kracht’ werd verdraaid. Hij wordt momenteel behandeld voor pijnklachten aan been, nek en borst. Ook spreekt hij van psychologische gevolgen: ‘Op dat moment voelde ik me niet in het democratische Nederland. Het voelde alsof ik was getransporteerd naar het bezette Oost-Turkistan en naar een Chinees concentratiekamp werd gesleurd. Deze ervaring heeft diep psychologisch trauma veroorzaakt en laat zien dat de lange arm van de Chinese staat ons zelfs in het hart van Europa kan bereiken door middel van geprofessionaliseerd geweld.’
Na het incident heeft hij aangifte gedaan bij de politie. Die heeft de aangifte volgens hem opgenomen en een vervolgafspraak gepland. De activist wil dat alle interne camerabeelden van het stadhuis worden veiliggesteld. ‘Deze beelden zullen precies laten zien hoe ze mij bij mijn ledematen optilden, mijn been verdraaiden en mij tegen de grond hielden terwijl ze hun bedreigingen uitten. Ik eis dat deze video’s als primair bewijsmateriaal worden gebruikt om deze aan de CCP gelieerde aanvallers voor de rechter te brengen.’
Hij benadrukt dat de aanval voor hem persoonlijk zwaar weegt, mede omdat zijn vader in een Chinees kamp is omgekomen. ‘Mijn lichaam is gewond, maar mijn geest blijft ongebroken’, zegt hij. ‘Als we zelfs niet veilig zijn in de zogenaamde ‘Stad van Vrede en Recht’, waar zijn we dan wel veilig?’
Als rasechte Rotterdammer is Chantal Zeegers al bijna haar hele carrière betrokken bij de lokale politiek; eerst bij de gemeente en sinds 2022 als wethouder van Klimaat, Bouwen en Wonen. Op dit moment trekt ze de kar voor D66 Rotterdam. ‘Op lokaal niveau kun je echt dingen doen.’
In de gang hangen portretten van de Rotterdamse burgemeesters uit voorgaande jaren. We lopen op de derde verdieping van het pompeuze gemeenteraadshuis, dat gewicht uitstraalt. De plafonds zijn hoog, de werkkamers groot en de gangen oneindig. ‘Alleen zou je er verdwalen’, lacht haar woordvoerder.
Drie kwartier heeft ze, want het is campagnetijd. Er moet nog een filmpje gemaakt worden en de agenda staat bomvol. Toch maakt de opgewekte wethouder graag tijd voor een gesprek met de Kanttekening om te vertellen wat haar bezig houdt. ‘Rotterdam sterker en mooier maken, dat vind ik gewoon heel erg leuk om te doen.’
Wat drijft je om politiek actief te zijn in Rotterdam?
‘Ik heb er altijd voor gekozen om lokaal politiek actief te zijn. Het is concreet, je kunt zien wat je bijdraagt aan de samenleving. Maar het is ook groot genoeg, zeker in een stad als Rotterdam. De grote thema’s komen hier samen. Neem bijvoorbeeld kansenongelijkheid: in een stad kun je heel goed zien wat er nodig is. Hetzelfde geldt voor de huisvesting van scholen, je ziet hoe belangrijk dat voor kinderen is en dat je daarin een verschil kunt maken als lokale overheid.
Ik heb ook een tijd op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gewerkt. Daar werkte ik dan bijvoorbeeld aan bekostigingssystemen. Dat is belangrijk, we kunnen niet zonder het grote systeem. Maar op lokaal niveau zie je heel goed wat dat betekent. De verbinding tussen het grote systeem en de directe leefwereld van mensen, die leg je op lokaal niveau wel veel beter, vind ik.
Daarbij komt dat ik de stad gewoon waanzinnig goed ken. Ik woon hier al bijna mijn hele leven. Toen ik ging studeren in Rotterdam was het niet echt een gezellige stad. Mijn familie kwam niet graag op bezoek, maar dat is echt veranderd. Rotterdam is steeds aangenamer en mooier geworden en is nu echt een fijne stad om in te wonen.’
Laten we het over dat woonklimaat hebben. Hoe zorgt D66 dat mensen fijn kunnen wonen?
‘Ik ben groot voorstander van zoveel mogelijk bouwen. We hebben het afgelopen jaar 4.100 woningen gebouwd, waarvan 30 procent sociaal. Dat was mogelijk dankzij het doorbouwfonds dat we vier jaar geleden hebben geregeld. Het Rijk betaalt een deel, maar als lokale overheid moet je dat co-financieren. Dat deed het doorbouwfonds van 57 miljoen euro, zonder dat geld hadden we nooit zoveel woningen kunnen bouwen.
‘We zullen rond de 20 miljoen euro per jaar nodig hebben’
Als we willen blijven bouwen, dan hebben we opnieuw een soortgelijk fonds nodig en misschien zelfs meer, want we willen meer woningen. De plannen voor de bouw liggen er wel, daar maak ik me geen zorgen over. Maar de realisatie van die plannen is afhankelijk van geld. We zullen rond de 20 miljoen euro per jaar nodig hebben. Ik denk dat mensen zich onvoldoende realiseren dat het geld kost om kwalitatief goede woningen te bouwen.’
Plezierig wonen is niet alleen afhankelijk van de woning, maar ook van de buurt. Er zijn best wel wat wijken in Rotterdam die men beschrijft als ‘verpauperd’.
‘We zijn hard bezig dat te verbeteren. Ik heb per wijk in kaart gebracht wat er nodig is. Sommige wijken hebben heel veel sociale woningbouw, daar willen we meer midden- en topsegmentwoningen toevoegen. Niet zozeer door sociale woningbouw weg te halen, maar door meer sterke schouders aan te trekken. In andere, meer welvarende wijken willen we juist weer meer sociale woningbouw toevoegen.’
Ligt gentrificatie hier op de loer? Sommige bewoners kunnen niet opboksen tegen partijen met sterkere financiële middelen en dreigen uit hun eigen buurt te worden verdrongen
‘Bij een woningbouwcorporatie blijft die huur gewoon sociale huur. Deze mensen hoeven niet weg. Wat je wel ziet, is dat woningbouwcorporaties hun woningen willen verkopen. Wij sturen erop dat zij dat niet doen in wijken waar weinig sociale woningbouw zit, zodat ze hun sociale woning ook sociaal houden.’
Lukt dat altijd? In 2021 was er een grote protestactie in de Tweebosbuurt nadat veel sociale huurwoningen waren verdwenen.
‘Ik was toen nog geen wethouder, maar deze rellen waren wel aanleiding voor mij om het roer om te gooien en het echt anders te gaan doen. Dit betekent geen grootschalige sloop van sociale woningbouw meer. Soms is de sociale woningbouw echter van hele slechte kwaliteit. Je wilt mensen ook niet in schimmelwoningen met slechte fundering laten wonen. In zo’n geval willen we wel nieuwe woningen.
Voor deze gevallen heb een sociaal statuut afgesloten met de corporaties en de huurdersvereniging, waarin is afgesproken dat mensen die in deze woningen woonden altijd mogen terugkeren. Ze zullen tijdelijk ergens anders worden gehuisvest en als de woningen opnieuw zijn gebouwd, kunnen ze weer terug.’
Voor dezelfde prijs?
‘Dat is afhankelijk van de woning en hun inkomen. Er is een bepaalde prijs die je mag vragen voor een woning, dat is zo genormeerd. Bovendien wordt gekeken naar inkomen om scheefwonen te voorkomen. Dat vind ik persoonlijk niet onredelijk.
Daarnaast wil ook niet iedereen terug. Soms zijn mensen verhuisd en vinden ze het daar eigenlijk ook wel leuk. Dat is prima, dan kunnen andere mensen de nieuwe woningen betrekken. Waar het om gaat, is dat er fatsoenlijk met mensen wordt omgesprongen. Ze worden begeleid, krijgen een verhuisvergoeding en als ze terug willen, kan dat. Dit gebeurt nu bijvoorbeeld in Crooswijk.
Woonwijk Little C in Coolhaven, vroeger een echte arbeiderswijk. Door Little C werd Coolhaven meer hip en happening. Beeld: Majorie van Leijen
Maar er speelt nog iets anders bij gentrificatie. Het gaat niet alleen om de vraag of mensen ergens mogen blijven wonen. Vaak zie je dat de winkeltjes of restaurantjes in een wijk duurder worden naarmate het woonaanbod verandert. Dat is ook een vorm van gentrificatie.’
Zoals in het Oude Westen, waar de cafeetjes op de hoek opeens cappuccino met havermelk verkopen?
‘Ja, en dat mag er van mij ook zijn. Maar om sociale ondernemers aan te trekken hebben we wel met corporaties afgesproken dat ze niet alleen zorgen voor betaalbare woningen, maar ook voor betaalbare bedrijfsruimte. Zo zorgen we ervoor dat je ergens een tosti kunt eten die niet te duur is, of dat er een betaalbare fietsenmaker zit.’
Lukt dat ook?
‘We maken die afspraken wel, maar we moeten er toch scherp op blijven. Wat een uitdaging blijkt, is de match tussen bedrijfsruimte en het aanbod aan geïnteresseerde ondernemers. Soms wil een ondernemer niet op een bepaalde plek zitten of juist ergens wel. Dat matchen en makelen van bedrijfsruimtes en ondernemers staat nog wat in de kinderschoenen.’
Dan bestaat ook nog de kans op segregatie. Wijken als Spangen en het Oude en Nieuwe Westen zijn behoorlijk gesegregeerd. Er wonen veel mensen met dezelfde afkomst en/of inkomensklasse. Wat doet D66 om de kansenongelijkheid in deze wijken tegen te gaan?
‘Wij proberen dat met name door andere typen woningen te realiseren, zodat er een goede mix aan bewoners ontstaat. Maar los daarvan moet je er ook voor zorgen dat die mensen elkaar tegenkomen. Dat doe je met stedenbouwkundig ontwerpen.
Feijenoord is een voorbeeld van een wijk die niet langer gesegregeerd is. Hier wonen nu veel mensen in het middensegment, terwijl het vroeger vooral sociale huurwoningen waren. Toen we De Kaaij ontwikkelden (een nieuwe, moderne wijk op de kop van Feijenoord Zuid, red.) hebben we er bewust voor gekozen geen speeltuin te maken, zodat kinderen naar de speeltuin gaan die er al was. Hetzelfde geldt voor scholen. We wilden dat de kinderen uit De Kaai naar scholen gingen waar kinderen uit Feijenoord al naartoe gingen. Hier moet je al bij het ontwerp rekening mee houden.
Tegelijkertijd investeren we enorm in onderwijs, juist in die wijken waar kinderen wonen uit een wat armer en milieu. Zo komen kinderen in aanraking met taal, sport en cultuur waar hun ouders geen tijd of geld voor hebben.’
Feijenoord vanaf het Brienenoordeiland. Beeld: Majorie van Leijen
Er zijn best wat islamitische scholen in Rotterdam. Is dit een goede ontwikkeling, of kunnen scholen met een religieuze grondslag segregatie in de hand werken?
‘Het D66-standpunt is dat we meer van het openbaar onderwijs zijn dan bijzonder onderwijs. Bovendien geloof ik dat op weekendscholen het risico bestaat dat kinderen religieus worden opgevoed.’
Waarom is dat kwalijk?
‘Zelfbeschikkingsrecht is voor D66 heel belangrijk, maar er is ook een grens. Je moet de afweging maken tussen vrijheid, en het hinderen van anderen in die vrijheid. Bij bepaalde weekendscholen kwamen de rechten van kinderen in het geding, zoals bij scholen waar kinderen bijvoorbeeld het hele weekend gedrild werden in het lezen van de Koran. Het is voor kinderen ook belangrijk om buiten te spelen en vrienden te maken. Kinderrechten respecteer je het meest als je pluriformiteit respecteert.
Er zijn natuurlijk ook scholen waar kinderen in het weekend een uurtje naartoe gaan, dat lijkt me prima. De scholen waar kinderen in het weekend overnachten zijn inmiddels trouwens ook verboden.’
‘Ik word bij een iftar echt niet bekeerd’
En een iftar in het gemeentehuis, is dat wel een goed idee?
‘Ja, daar ga ik ook naartoe. Ik vind dat een goede zaak. Wat mij betreft mogen alle feesten gevierd worden, of het nu kerst is of Diwali. Ik zie het als culturele vieringen, weliswaar met een religieuze achtergrond, maar dat geldt uiteindelijk ook voor Pasen. Deze feesten zijn voor veel mensen belangrijk. Bovendien word ik bij een iftar echt niet bekeerd. Juist bij dit soort feesten steken we de hand naar anderen uit.’
U zegt vaak dat u multicultureel Rotterdam mooi vindt. Hoe zet je die diverse samenleving het best in zijn kracht?
‘Deze coalitie aangaan met Denk én Leefbaar was heel belangrijk. Hiermee dragen we uit dat we één stad zijn. Het maakt niet uit wie je bent, iedereen kan meebesturen. We zijn misschien verschillend, maar dat maakt het juist interessant. Je moet elkaars verschillen respecteren, we zijn allemaal Rotterdammer. Ik ben een groot voorstander van leven en laten leven.’
Maar toch liever geen weekendscholen?
‘Je mag kinderen je religie bijbrengen, maar er is ergens een grens. De eigen kracht van kinderen is ook belangrijk, deze moet niet worden ingeperkt door religieuze indoctrinatie.’
Zien jullie het zitten om nog vier jaar te regeren met Leefbaar Rotterdam?
‘Als ik kijk naar de inhoud, dan is er niet heel veel overlap. Op de lange termijn willen we echt een paar doorbraken realiseren: een autovrije, fietsvriendelijke stad met investeringen in onderwijs, wonen en duurzaamheid.
Maar ik wil ook gezegd hebben dat we heel goed hebben samengewerkt. We hebben goede afspraken kunnen maken en daar hebben we ons aan gehouden. In een ideale samenwerking wil je wat kunnen bereiken, maar ook betrouwbare partners hebben.’
Wat is voor D66 de ideale samenstelling?
‘Waar deze twee dingen samenkomen.’
Tot slot: waarom moeten bi-culturele Rotterdammers op D66 stemmen?
‘Omdat we staan voor gelijke kansen voor iedereen. We zorgen ervoor dat iedereen het beste uit zichzelf kan halen, ongeacht waar je vandaan komt. Sommigen krijgen hierin meer hindernissen dan anderen, door een taalachterstand of door discriminatie.
Als je de taal niet machtig bent, of je ouders zijn de taal niet machtig, dan is het best wel moeilijk om mee te komen in een stad als Rotterdam, waar je toch wel veel op jezelf bent teruggeworpen. Het leven in de stad is complex. Daarom investeren we in onderwijs en discriminatie pakken we hard aan.’
Ja, die vraag moet u letterlijk nemen: hoeveel ministers in het nieuwe kabinet kennen geen morele waarden? Of gooien zulke morele waarden tenminste heel snel overboord, zodra het politiek lastig wordt? Ministers wier enige waarde in feite bestaat uit geld? Die bijvoorbeeld het behoud van financiële voordeeltjes voor multimiljonairs en multinationals belangrijker vinden dan dat van de rechtsstaat? Die daarom liever bondjes sluiten met JA21 dan met GroenLinks-PvdA?
Dat is in deze ongekend gevaarlijke tijden, waarin onze democratie en rechtstaat van binnen – Wilders – en van buiten – Trump – zwaar onder druk staan, belangrijker dan ooit. Langzamerhand belangrijker ook dan de vraag of een minister inhoudelijk deskundig is. Wie houdt onder zware politieke druk stand, omdat hij over een voldoende sterke ruggengraat beschikt? Wie heeft een ruggengraat van Rutte-rubber en buigt in het aangezicht van boze daddy’s soepeltjes met alle winden mee?
Bij de ministersploeg hebben D66 en CDA bewust gekozen voor nieuwe gezichten van een nieuwe generatie, de VVD voor wat er al zat – wat overigens grotendeels ook dezelfde generatie is.
Ervaring, ook levenservaring, is uit. Juist in jaren dat die meer geboden is dan ooit. Wat dat betreft is het beschamend dat Frans Timmermans, de enige lijsttrekker die werkelijk over internationale ervaring en aanzien beschikte en dus het meest geschikt was om Nederland voorbij Zevenaar te vertegenwoordigen, door de nitwits van de rechtse talkshowscène met succes werd gedemoniseerd.
Hij kan en weet namelijk wat – en in de ogen van schreeuwlelijken als Wierd Duk en Johan Derksen, die helemaal niets weten en niets kunnen, bestaat er niets ergers dan dat. Al eerder werd Sigrid Kaag slachtoffer van het rechtse riool dat voor de ‘stem des volks’ doorgaat.
Wie het VVD-smaldeel beziet, wordt, als het om de noodzakelijke ruggengraat gaat, niet bepaald optimistisch. Twee hunner zijn al onder Schoof wegens gebrek aan karakter volledig door de mand gevallen. Als eerste Eelco Heinen, door een kraakhelder AIVD-rapport over de evident rechts-extremistische aard van de gewelddadige rellen in Den Haag in september om opportunistisch-electorale redenen te negeren.
Merkwaardig dat niet is gekozen voor een van de twee kabinetsleden die wel over militaire ervaring
Als tweede David van Weel, die afgelopen juni geen heldere veroordeling van eigenmachtige grenscontroles uitvoerende ‘burgerwachten’ rond Ter Apel over zijn lippen wist te krijgen, en recent opperde dat Denemarken met Trump maar een deal moest sluiten over Groenland – als Chamberlain die de Tsjechische president Benes adviseert een deal met Hitler te sluiten over het Sudetenland.
Dat beide heren hierna überhaupt nog in aanmerking kwamen voor continuering van hun ministerschap, is voor Nederland beschamend. Hetzelfde geldt uiteraard voor het wegpromoveren van Yesilgöz naar Defensie, zonder enige kwalificatie voor dit in de huidige oorlogstijden zo essentiële departement. Hooguit komt haar talent om met uitgestreken gezicht grote leugens te verkondigen nog bij de omgang met haar geboren medeleugenaars Trump en Poetin goed van pas.
Het is merkwaardig dat niet is gekozen voor een van de twee kabinetsleden die wel over militaire ervaring en verstand van zaken beschikken: Derk Boswijk (CDA), nu slechts staatssecretaris, en Eleanor Bokholt-O’Sullivan (D66), een drie-sterren-generaal die op Volkshuisvesting is neergezet. Een absurde portefeuilleverdeling, waarmee de staatsveiligheid ondergeschikt is gemaakt aan de VVD-behoefte om een mislukte partijleidster een veilige aftocht te bezorgen.
Nu wij verlost zijn van kwaadaardige types als Marjolein Faber, Reinette Klever en Femke Wiersma, bestaat het gevaar dat de linkse oppositie zo opgelucht is over een ‘redelijk’ ogende regering dat ze te makkelijk in het nieuwe frame van ‘constructieve samenwerking’ trapt.
Jesse Klaver moet zich geen rad voor ogen laten draaien: dit is qua sociaal beleid gewoon een rechts kabinet, waar Jettens vast welgemeende belofte van ‘nieuwe politiek’ meteen al wordt overschaduwd door vertrouwd VVD-gesjoemel, in het verlengde van de brallerige billboards waarmee die partij dezer dagen de voor haar eigen egoïstenachterban behaalde successen luidruchtig langs de snelweg uitvent.
Wat dat betreft laat deze VVD-en-nog-wat-coalitie nu al een vieze smaak achter: afbraak van de sociale zekerheid, het afwentelen van de ‘vrijheidsbijdrage’ op de laagstbetaalden en na lobbyen door fiscale zwendeladviseurs het nagenoeg onbelast laten van alle vermogenswinst.
Onze site gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren.
Deze website gebruikt cookies om uw gebruikservaring op deze website te verbeteren. Van deze cookies worden cookies aangemerkt als "Noodzakelijk" in uw browser bewaard, deze cookies zijn essentieel voor het functioneren van de website. Bijvoorbeeld het opslaan van uw keuze of u wel of geen cookies wilt hebben. Wij maken ook gebruik van cookies van derde partijen die ons helpen met het analyseren en begrijpen van de gebruik van deze website door u. Deze cookies worden alleen gebruikt als u daar toestemming toe geeft. U heeft ook de mogelijkheid om uzelf uit te sluiten voor deze cookies. Dit zal echter effect hebben op uw gebruikerservaring.
Noodzakelijke cookies zijn absoluut nodig voor het functioneren van de website. De cookies in deze categorie zorgen alleen voor de veiligheid en het functioneren van deze website . Deze cookies bewaren geen persoonlijke gegevens
Deze cookies zijn niet strict noodzakelijk, maar ze helpen de Kanttekening een beter beeld te krijgen van de gebruikers die langskomen en ons aan te passen aan de behoeftes van onze lezers. Hiervoor gebruiken wij tracking cookies. Bij het embedden van elementen vanuit andere websites zullen er door deze sites ook cookies worden gebruikt.