14.2 C
Amsterdam

Sinds zondag weet ik: Jodenhaat bestaat nog steeds

Lody van de Kamp
Lody van de Kamp
Rabbijn en publicist.

Lees meer

Aan de hand van mijn zus liep ik op 4 mei mee met de stille tocht het park in. Bij het monument van beeldhouwer Mari Andriessen luisterden we naar de toespraak van de burgemeester. Na de laatste trompettonen stonden wij, twee kleine Joodse kinderen, twee minuten stil voor ons uit te kijken. De laatste kransen waren gelegd, we liepen samen weer naar huis. Naar papa en mama. Het was nog maar een aantal jaren na die oorlog. Onze ouders hadden zelf geen behoefte aan zo´n stille tocht. Wel wilden zij graag dat wij gingen. Zo jong als we waren. Op een avond als de vierde mei beleefden onze ouders op hun eigen manier hun verdriet.

Het was begin jaren vijftig. Toch was voor ons die oorlog héél ver weg. Het was zo verschrikkelijk geweest, met die overleden opa’s en oma’s, ooms en tantes, neefjes en nichtjes en onze eigen twee broertjes. Dat zal vast nooit weer gebeuren.

Een urn met as, rechtstreeks uit Auschwitz, kreeg een plekje op de Oosterbegraafplaats. Jaarlijks werd op die plek herdacht. Met deze menselijke as als product van de grote vernietiging zo dicht in onze nabijheid wisten we dat zich dit nooit herhaalt.

De urn vond haar weg naar het Amsterdamse Wertheimpark midden in de oude Joodse buurt. Een buurt waar het Joodse leven zelf uit weg is gedeporteerd. De tekst ‘Nooit meer Auschwitz’ siert het monument ontworpen door Jan Wolkers. Dit benadrukt, bij al die honderden die hier één keer per jaar samenkomen, dat wat er toen ooit gebeurde echt de laatste keer is geweest.

De van Joden ontdane buurt vulde zich gaandeweg met meer monumenten. Met in het midden de monumentale synagogen van weleer en het Joods Museum. Alles meer dan voldoende om voor de toekomst vast te leggen dat de bordjes ‘Voor Joden Verboden’ nooit terug zullen keren.

Toch werkt het nog niet allemaal. Jodenhaat bestaat nog steeds.

Meerdere miljoenen euro’s kost een Holocaust Namenmonument, met de meer dan honderdduizend namen van Joden, Sinti en Roma. Dit moet het gaan doen. Er komt een wereld zonder die weerzin tegen Joden.

Op een plek waar stilte hoort te heersen, koos de meute er voor om te schreeuwen

Ik sprak eens met wijlen burgemeester Eberhard van der Laan. We hadden zo onze twijfels of het zou lukken, Jodenhaat uitbannen. Tot nu toe bleek de realiteit weerbarstiger dan het glas, het hardsteen of het marmer dat de boodschap tegen Jodenhaat had moeten uitdragen. De burgemeester schuift wat naar mij toe en mompelt op de voor hem bekende ietwat cynische manier. ‘Ach, ook als het nog steeds niet werkt dan houdt onze stad er tenminste nog een echt Libeskind aan over.’

Deze wereldberoemde kunstenaar is de ontwerper van de Namenmuur.

En nu dan die nieuwe plaats tegenover de Hollandsche Schouwburg. De plek vanwaar meer dan 60.000 Joden uit Amsterdam de dood in werden gejaagd.

Net zoals al die eerdere gedenkplekken kwam ook dit museum tot stand door mensen die zich jaren met hart en ziel tot het uiterste hebben ingespannen om hun waardige levenswerk vervuld te krijgen.

Op de eerste dag dat de deur officieel open ging, op het moment dat onze koning Willem-Alexander daar het kleine meisje begroette als nakomeling van de weggevoerden, wist ik het. Ook ons Nationaal Holocaust Museum gaat het niet lukken. We weten het nu al. Hoe tragisch ook. Het ligt niet aan het monument zelf. Opnieuw heeft het te maken met het grote gebrek aan intermenselijke waardigheid.

Op een plek waar stilte hoort te heersen, bij de schouwburg, bij de kindercrèche, bij de Portugese synagoge, bij het nieuwe museum, koos de meute er voor om te schreeuwen.

Op een begraafplaats gaat een fatsoenlijk mens niet protesteren. In de kampen Westerbork, Amersfoort of Vught of ook Sobibor of Auschwitz past alleen maar ingetogen gedrag en stilte. Spandoeken, megafoons, spreekkoren hebben daar geen plek.

Dat stukje Amsterdam, die oude Joodse buurt leeggehaald door de bezetter, is niet anders.

In een samenleving waar het gewone respect volkomen verdwenen is, herken ik alleen maar de waarheid van het verleden. En een kwaadaardige bevestiging van de toekomst.

Mijn kinderonschuld daar in het Volkspark in Enschede is sinds zondag echt verdwenen.

Mijn diepste respect voor hen die al die jaren zich zo ingespannen hebben voor hun monumenten omdat zij die toekomst zo graag ook voor hun eigen kinderen anders had willen laten zijn.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!
- Advertentie -