Verlaag de kiesgerechtigde leeftijd, vindt Philip Veerman, want dat biedt de kans om jongeren op school en daarbuiten meer te leren over democratie.
Op 17 juli kondigde de Britse regering voorstellen aan om de Britse democratie te moderniseren. Eén van die voorstellen was dat 16- en 17-jarigen in Engeland en Noord-Ierland kunnen gaan stemmen. Dat konden leeftijdgenoten in Schotland en Wales al voor hun Schotse parlement en het parlement van Wales. In Schotland en Wales kunnen deze jongeren nu ook gaan stemmen voor het Britse parlement. Jan Eichhorn, die sociaal beleid doceert aan de Universiteit van Edinburgh, noemde (in The Guardian) het aantal jongeren van 16 en 17 jaar dat in 2014 ging stemmen in Schotland een succes. Het aantal 16- en 17-jarigen was toen zelfs hoger dan het aantal 18- tot 24-jarigen.
De Duitse schrijver Heinrich Heine merkte ooit op: ‘Als de wereld vergaat, dan ga ik naar Nederland, want daar gebeurt alles 50 jaar later.’ Mijns inziens hoeven wij niet zo lang te wachten met het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd. Gegevens uit Schotland, Oostenrijk en Malta stemmen optimistisch. Het debat over het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd in Nederland is te karakteriseren als ‘erg voorzichtig’.
Het Nederlandse debat samengevat
In 2018 kwam de Staatscommissie parlementair stelsel met een rapport. Deze Staatscommissie (onder leiding van oud-minister Johan Remkes) maakte zich veel zorgen dat sommige groepen burgers zich niet goed vertegenwoordigd voelden ‘en dat in bepaalde opzichten ook niet zijn’. De Commissie-Remkes was echter vooralsnog geen voorstander van de verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd naar 16 jaar. Wel werd aangedrongen op het ‘verbeteren van democratische kennis en vaardigheden in het onderwijs en daarbuiten’. In 2019 kwam het adviesrapport Jong geleerd, oud gedaan van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). De Raad concludeerde dat ‘de betrokkenheid van jongeren verhoogd kan worden door de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen’. De ROB adviseerde de kiesgerechtigde leeftijd uit de Grondwet te schrappen en de Kieswet aan te passen, ‘zodat experimenten met verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd van 18 naar 16 jaar mogelijk worden’.
Een ander rapport (Bondgenoten in de democratie), dat de Number 5 Foundation van prinses Laurentien in 2021 publiceerde, was weer aan de voorzichtige kant. Het bleef vooral bij formuleringen als: ‘Bestuurders kunnen de dialoog met jongeren versterken door zich te verdiepen in initiatieven van jongeren en door kennis over jongerenparticipatie te benutten.’ Wel werd er voor wat actiepunten gepleit, maar verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd was daar niet bij.
Er vonden intussen wel een paar experimenten plaats, zoals in Amsterdam en Rotterdam, waar in 2022 jongeren konden stemmen voor stadsdeelcommissies. Het lijkt net alsof de Nederlandse politici zich niet willen branden aan koud water. Dat is jammer, want het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd kan een uitgelezen kans zijn om dat te combineren met meer burgerschapsonderwijs. Maar als dit soort onderwijs pas begint op 16 jaar, missen wij ook de boot. Naar elkaar leren luisteren en je mening leren uiten is iets dat al op jonge leeftijd dient te beginnen. Daar hamert collega Willemijn Dupuis (van Kinderrechten NU) terecht steeds op. Kortom: maak van de verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd een aanleiding om democratische waarden meer en beter te onderwijzen. De democratie wordt er sterker van.
Leren van andere Europese landen
Mw. Atis-Andreia Comanita, die op het kantoor van de Kinderombudsman in Wenen werkt, schreef mij over de Oostenrijkse ervaring. Daar werd in 2007 de kiesgerechtigde leeftijd verlaagd naar 16. Het plan om dat gedegen voor te bereiden (en burgerschapsvorming op te schroeven) ging de mist in, omdat de verkiezingen, gepland voor 2010, werden vervroegd naar 2008. Een eerste onderzoek (Voting at 16: Young People and Politics in Austria), uitgevoerd door Flooh Perlot en Martina Zandonella, toonde aan dat de Oostenrijkse jongeren die gingen stemmen even grote politieke belangstelling hadden als de andere kiezers.
Maar uitdagingen blijven. De groep jongeren die niet op school zat en al aan het werk was, liet minder kennis zien van politiek en had meer belangstelling voor anti-vreemdelingenretoriek. Christoph Hofinger zag een andere trend: jongeren zijn aangetrokken tot oppositiepartijen. Genoeg stof om mee te nemen in de discussie in Nederland, als we die aandurven.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!