Collectief bruisen

Wat zijn de overeenkomsten tussen Parijs en Dordrecht?

In West-Europa overheerst de opvatting dat we in een post-religieus tijdperk leven. Religie als maatschappelijke kracht is vrijwel verdwenen. We geloven niet meer in God en wat we nu nog waarnemen aan religieus leven is een ‘dying gasp’, een laatste stuiptrekking van iets uit het verleden. Of het nu gaat om mensen die op zoek gaan naar nieuwe vormen van spiritualiteit in de natuur, of terroristen die dood en verderf zaaien – en alles daar tussenin – het zijn wanhoopsdaden, niet meer functioneel. We vragen ons hoogstens af waarom sommige vormen van religieus handelen en denken het nog zo lang uithouden, of we proberen juist uit alle macht het ‘religieuze’ in menselijk handelen te ontkennen. Dat is een tamelijk simplistische en vooral heel gemakzuchtige manier van denken.

Twee gebeurtenissen van de afgelopen week gaven een intrigerend inkijkje in hoe religie verandert. Ten eerste ‘De Brand’. In een grote cirkel rond het eiland waarop de Notre-Dame staat, zag je mensen in totale verbijstering naar de kerk staren. Je zag huilende mensen, je zag mensen op hun knieën bidden voor een goede afloop voor dat monument van gotische architectuur dat achthonderd jaar overeind bleef en nu ten onder leek te gaan. In een mum van tijd hadden puissant rijke figuren grote sommen geld toegezegd om de Notre-Dame te restaureren en president Macron hield op de nationale tv een toespraak, die was doorspekt met superlatieven over de diepere betekenis van de kathedraal voor de Franse ziel. Afgezien van de commentaren over de cultuur-historische betekenis van de kathedraal maakte die brand kennelijk ook iets anders los.

Dan was er vorige week natuurlijk het onvermijdelijke jaarlijks terugkerende spektakel ‘The Passion’: het lijdensverhaal van Jezus, maar dan opgeleukt voor het moderne haastige publiek met weer een heel nieuwe stoet BN’ers. Ik geef toe, het is aan mij niet besteed. Martijn Krabbé – de man van de Postcodeloterij – in de rol van evangelist, die een sterrenshow presenteerde. Met artiesten die tenenkrommende tegeltjeswijsheden ten gehore brachten zoals: ‘Als het je even te veel wordt ben ik er voor je’. Maar kennelijk maakt het bij veel mensen wel wat los en niet alleen vanwege het hoge entertainmentgehalte.

Wat zijn de overeenkomsten tussen Parijs en Dordrecht? Om te beginnen zijn ze inzet van een discussie op sociale media over hoe religieus deze twee gebeurtenissen zijn. Het gaat over oprechtheid, diepere betekenissen, of juist oppervlakkigheid en goedkoop sentiment. Dat zit veel mensen kennelijk erg hoog, maar is ook een klassiek thema in religiestudies. Maar het gaat ook om het spektakel-gehalte zelf. Kennelijk maakt The Passion bij meer mensen iets los dan alleen bij de ‘traditionele gelovigen’. Er ontstaat een gevoel dat de beroemde socioloog Emile Durkheim ‘collective effervescence’ noemde. Letterlijk vertaald betekent dat ‘collectief bruisen’, en dat geeft wel mooi aan wat hij bedoelde. Hij gebruikte dat begrip om bijvoorbeeld het verloop van bepaalde religieuze rituelen te beschrijven en vooral de manier waarop deelnemers en toeschouwers deelgenoot worden gemaakt en onderdeel worden van een spirituele ervaring. Zowel de brand in Parijs als The Passion in Dordrecht, hoewel volkomen onvergelijkbaar, brengen kennelijk bij een groot aantal mensen een soortgelijk gevoel teweeg. Je kunt er tegenin brengen dat het voor de meeste toeschouwers niet om religieuze ervaring gaat, omdat ze wellicht niet in God geloven. Maar dat vind ik dus allemaal veel te makkelijk. Dat is precies wat er ook wordt gedaan bij statistisch onderzoek naar religiositeit. Eerst wordt gedefinieerd wat religie is en wat het niet is en dan wordt er gemeten. Dat is de zaken op zijn kop zetten.

Als je het hardnekkige idee nu eens loslaat dat er ‘eerst in God geloofd moet worden’ voordat er sprake is van religieus handelen. Probeer gewoon te begrijpen wat er gebeurt. De katholieke eucharistie die elke zondag tijdens de mis in de kerk wordt opgevoerd is een dankzeggingsritueel om de kruisiging van Jezus te herdenken, of eigenlijk te herinneren. En zo is elk ritueel een vorm van herinneren. Als dat overtuigend wordt gedaan doet dat iets met de deelnemers. Zo is The Passion ook een ritueel, en de ‘traditionele’ opvoering van de Matthäus Passion van Bach, maar dus ook de brand in de Notre-Dame. Maar ook het bermmonument voor een verkeersslachtoffer, de bloemen op het 24 Oktoberplein in Utrecht na de aanslag op de tram en niet te vergeten de Dodenherdenking op 4 mei in Nederland. Waarom het ene religieus noemen en het andere niet? Het gaat er in alle gevallen om dat de gebeurtenis iets met toeschouwers doet, of moet doen. Waarom dan toch die simplistische tweedeling in wat religieus is en wat niet? Voor mij geven beide gebeurtenissen een veel beter inzicht in religiositeit dan de bloedeloze statistieken van onderzoeksbureaus.

 

DELEN
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.