SP-populisme is een linkse partij onwaardig

Thijl Sunier
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.

Lees meer

Een van de thema’s die in de campagnes voor de Europese verkiezingen veelvuldig aan de orde kwam was arbeidsmigratie, niet te verwarren overigens met asielbeleid. Dat asielbeleid en migratiebeleid op één hoop worden gegooid komt onder meer omdat asielzoekers worden beschouwd als ‘gelukzoekers die onze banen inpikken’. Een arbeidsmarktargument dus. Arbeidsmigratie gaat over de structuur van de (internationale) arbeidsmarkt, de ontwikkeling van de werkgelegenheid, demografische ontwikkelingen en niet te vergeten het onderwijsbeleid.

Economen en andere wetenschappers, bedrijven en een flink deel van de politiek weten dat arbeidsmigratie hoogstnoodzakelijk is. Het is een kenmerk van een wereld die steeds meer onderling verbonden is. In deze krant stond enige weken geleden een helder stuk van Mark Deken, waarin duidelijk werd gemaakt dat de economie zonder arbeidsmigratie volkomen vastloopt. Arbeidsmigratie leidt niet tot verdringing op de arbeidsmarkt, maar juist tot het tegenovergestelde: het vergroot de werkgelegenheid omdat het de arbeidsmarkt een bepaalde dynamiek geeft.

Hoewel de verdringing op de arbeidsmarkt als gevolg van internationale arbeidsmigratie economisch dus totaal niet kan worden onderbouwd, speelt migratie in de discussie over de ontwikkelingen van de arbeidsmarkt een cruciale rol. Dit heeft een heel lange geschiedenis. Ook appelleert het aan een bepaald sentiment. Met name eurosceptische partijen bespelen dat sentiment en menen dat de grenzen hermetisch gesloten moeten worden. Het recht op arbeid wordt genationaliseerd. Eigen volk eerst!

Dat is overigens niet alleen een ‘rechts’ thema. Wie de debatten en interviews in de aanloop naar de Europese verkiezingen heeft gevolgd heeft kunnen horen dat ook de lijsttrekker van de Socialistische Partij, Arnout Hoekstra, dit standpunt namens zijn partij naar voren bracht. Daar stond Hoekstra gebroederlijk naast PVV-lijstrekker Marcel de Graaff een anti-migratiebeleid te verdedigen. Die laatste was overigens een stuk duidelijker. Door grenzen te sluiten houd je de problemen die migranten zouden veroorzaken buiten de deur. Hoekstra gooide het vooral op het ontregelende effect van arbeidsmigratie en de noodzaak regulerend op te treden.

Daarmee greep hij terug naar een oud en gevoelig thema bij links, dat sinds de komst van de eerste naoorlogse arbeidsmigranten naar Europa in de jaren vijftig en zestig steeds opnieuw tot heftige discussie leidde. Arbeidsmigratie zou een truc van het grootkapitaal zijn om de arbeidsklasse te verdelen en zo greep op de markt te houden. Het zou van invloed zijn op de loonontwikkeling (een overschot aan arbeidsaanbod drukt de lonen), en het zou de onderhandelingspositie van de vakbonden negatief beïnvloeden, omdat het de solidariteit van de arbeidersklasse zou ondermijnen.

Vooral dat laatste argument was bij alle linkse partijen een gevoelige kwestie. Het idee was namelijk dat de meeste arbeidsmigranten geen ‘echte’ arbeiders waren, maar boeren. Door hun culturele en religieuze achtergrond en hun afwijkende opvattingen over loyaliteit en solidariteit, zouden zij grote moeite hebben een arbeidersbewustzijn te ontwikkelen en dat maakte hen ideale stakingsbrekers.

De SP heeft nooit afstand genomen van de opvatting dat arbeidsmigratie eigenlijk een cultureel probleem is

Hoewel deze opvatting vrij breed werd aangehangen onder links in de jaren zestig, zeventig en tachtig, waren de meeste linkse partijen toch van mening dat de objectieve klassepositie van migranten het uiteindelijk zou winnen van hun ‘boerenachtergrond’. Maar, weet ik zelf uit ervaring, cultuur en religie bleven altijd een heikel punt bij links. Die culturele achtergrond moest vooral niet te veel benadrukt worden.

In de jaren tachtig scherpte de SP deze opvatting aan. In 1983 publiceerde de partij het rapport Gastarbeid en Kapitaal. Hoewel de onderliggende boodschap arbeiderssolidariteit was, werd de nadruk gelegd op het ‘schadelijke’ effect van culturele en religieuze verschillen en wel op een manier waar de PVV tegenwoordig een puntje aan zou kunnen zuigen. Vooral moslims moesten het ontgelden. Hun manier van leven en hun ‘achterlijke’ cultuur had tot gevolg dat zij maar heel moeizaam onderdeel van de arbeidersklasse zullen worden. De conclusie in het rapport was dan ook duidelijk: assimileren of oprotten. De beruchte ‘oprotpremie’ (terug naar het land van herkomst met een afkoopsom) waarover in die jaren veel te doen was en waarmee ook de regeringen bezig waren, is een uitvinding van de SP.

De SP kreeg een storm van kritiek over zich en in de jaren erna werden de standpunten in partijprogramma’s afgezwakt, maar de partij heeft nooit afstand genomen van de kern van de inhoud: de opvatting dat arbeidsmigratie eigenlijk een cultureel probleem is. Ideeën over assimilatie en spreidingsbeleid, die in de jaren tachtig uiterst omstreden waren bij andere linkse partijen, zijn de laatste twintig jaar gemeengoed geworden in de politiek. Vanaf 2010 is de SP de arbeidsmigratie weer expliciet gaan omschrijven als een integratieprobleem. Het is een soort links populisme waarmee ze een deel van de ontevreden euro-sceptische burgers probeerden te paaien bij de Europese verkiezingen. Dat is een uiterst bedenkelijke strategie, en een linkse partij die zegt solidariteit hoog in het vaandel te hebben onwaardig.

 

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here