Oplossing voor migratie is eerlijke handel

Foto: Reuters

Immigranten. Ergens halverwege de tweeëntwintigste eeuw zal een blokkende middelbare scholier dit woord in zijn geschiedenisboekje dik onderstrepen als één van de belangrijkste thema’s uit het vroeg éénentwintigste-eeuwse Europa. Een Europa in beweging. Een Europa dat schudt op zijn politieke, sociaal-economische en demografische grondvesten. Een Europa met een onweerstaanbare aantrekkingskracht op immigranten.

Hoewel hij meestentijds omgeven is met negatieve associaties, heeft de immigrant bizar veel gezichten: een door oorlog ontheemde of economisch gelukszoeker; vervolgde uit Barbarije; klimaatvluchteling op de loop voor honger, droogte of overstroming; enge griezel uit het azc verderop of juist het lieve klasgenootje dat wordt uitgewezen; wisselgeld in package deals tussen de Europese Unie en Klein-Aziatische potentaatjes en kil cijfer op de tekentafels van Europese beleidsmakers; aandoenlijke leerling in één van de vele taal- en inburgeringsklasjes en oorzaak van demografische onbalans en onvrede in oude wijken; zoveelste inzending voor de World Press Photo en spookbeeld waarmee politici stemmen trekken; overlast gevende crimineel, steriel IND-dossier of nationale splijtzwam.

Kortom, de immigrant heeft heel wat op z’n geweten. En het interessantste is: ze zullen aan de poorten van Europa blijven kloppen. Het ziet er tenminste niet naar uit dat er voorlopig een einde komt aan oorlog of armoede. Tel daarbij op dat het Westen nog geen enkel adequaat antwoord op de migratie heeft geformuleerd noch dat zulks binnen afzienbare termijn gaat gebeuren. Oplossingen zoals de stuitende Turkije-deal daar gelaten. Schijnoplossingen bedoel ik natuurlijk, want de migratiestromen uit Klein-Azië zijn alleen tijdelijk gestopt dankzij de Europese appeasement-politiek ten aanzien van Ankara. Nog beter is dus te spreken van een tijdelijke schijnoplossing. Wat onze regeringsleiders er niet van weerhoudt dit als een eclatant succes te presenteren en als een formule die ook op Noord-Afrika toepasbaar is. Op Libië bijvoorbeeld, een land dat momenteel maar liefst drie regeringen telt. Je zou in je broek plassen van de lach, ware het niet dat het allemaal zo in en in treurig is.

Los van alle hoedanigheden die de immigrant in ons hoofd aanneemt, de massa-immigratie staat vooral voor ons onvermogen om de wereld om ons heen op een fatsoenlijke wijze te herinrichten. Een herinrichting die onvermijdelijk is. Want het is dweilen met de kraan open: Fort Europa lijkt vooral veel op een gatenkaas en dagelijks keert het migrantenschip de wal. Wat voor dealtjes we ook sluiten, hoe hoog we onze hekken ook maken, oorlog en armoede zijn extreem dwingende stimuli, vluchtelingen en ‘gelukszoekers’ zullen de trek naar Europa blijven maken.

Oorlog en mondiale milieuproblematiek zijn natuurlijk geen zaken waar je één-twee-drie iets aan doet, wat dat betreft slaat museum Europa de komende decennia geen deuk in een pak warme boter. De sleutel tot het armoedevraagstuk hebben we echter wél in handen. En al heel lang ook, die sleutel heet eerlijke handel. Europa heeft wat dat aangaat twee opties. Het eerste is nietsdoen. We houden Europees protectionisme en handelsongelijkheid in stand met tariefmuren en een ziekelijk landbouwsubsidiesysteem, accepteren dat het lompenproletariaat net zo lang blijft komen tot de Middellandse Zee gedempt is met dode migranten en proberen de boot af te houden door schimmige dealtjes met een dictatortje hier, een dictatortje daar. Een schrijnend gevalletje angsthazige symptoombestrijding en uitstel van executie, de rekening voor onze hebberigheid krijgen we hoe dan ook gepresenteerd.

Het alternatief is even ingrijpend als onontkoombaar. Voorkom economische migratie door eerlijke handel, een betere verdeling van welvaart, migranten exporterende landen economisch op orde te krijgen en in te zetten op het bedrijfsleven en de middenklasse aldaar (met mogelijk democratische tendensen als leuke bijvangst).

Het is de keuze tussen schieten in je eigen voet of snijden in je eigen vlees. Ik opteer voor het laatste. Maar probeer dat als visionair politicus in het vroeg éénentwintigste-eeuwse Europa maar eens te verkopen aan een angstig, blind en hebberig electoraat.

DELEN