De populistische wegbereiders van extreemrechts

Thijl Sunier
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.

Lees meer

Eind september hield minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag de jaarlijkse Abel Herzberg-lezing. In Den Haag is Kaag één van de weinige politici voor wie niet alles in het leven alleen om Nederland draait. Haar lezing was een onverhulde kritiek op het groeiende populisme in dit land. Zij is zeker niet de enige die die mening is toegedaan, maar zij durfde als minister in functie in elk geval haar nek uit te steken.

Thema van haar lezing was het zwijgen. Zwijgen is heel vaak goed, maar er zijn ook situaties waarover niet mag worden gezwegen. Volgens haar is er sprake van een steeds groter wordende ‘donkere, bedreigende stilte’; nauwelijks is er meer tegenspraak als islamofobe, xenofobe en nationalistische volksmenners hun giftige propaganda uitbraken. Ze zei het zo: ‘De bittere les van de geschiedenis is dat in de stilte van het zwijgen de dissonant van stigmatisering, uitsluiting en vervolging manifest wordt. (…) Het gebrek aan krachtige tegenspraak en een waardig alternatief. Dat is de eerste stap en de gruwelijkheden de laatste.’ Dat laat niets aan duidelijkheid te wensen over.

In een onlangs verschenen rapport van de AIVD over extreemrechtse groeperingen in Nederland werd de vraag gesteld hoe het komt dat dit soort bewegingen steeds zelfverzekerder worden. Zij streven naar een soort cultuuromslag waarin racisme normaal wordt gevonden en waarin het normaal is om moslims te haten. Hoe komt dat? Je kunt je daar natuurlijk weer gemakkelijk vanaf maken zoals de AIVD lijkt te doen door te zeggen dat dit gedachtegoed van buiten komt overwaaien. AfD uit Duitsland, ‘Alt Right’ uit Amerika en ga zo maar door. Maar die zelfverzekerdheid komt omdat dit soort groepen helemaal niet meer zo exotisch en extreem zijn.

Hier lijkt me het betoog van Kaag nu juist heel erg relevant. Haar oproep niet te zwijgen als mensen worden uitgesloten en onrecht wordt aangedaan is niet zozeer gericht aan de usual suspects PVV en FvD, maar ook aan haar coalitiepartners in het kabinet en aan andere politici. Haar waarschuwing is gericht tegen de ‘beschaafde’ politici ‘in het midden’ die kennelijk zwijgen als hele bevolkingsgroepen worden gedemoniseerd. Ze zwijgen omdat krachtig protest tegen de groeiende nationalistische haat in Europa je wel eens stemmen kan kosten bij de volgende verkiezingen.

Ze zwijgen niet alleen, ze doen mee met het normaliseren van uitsluiting van bevolkingsgroepen. Ook mainstream politici gebruiken simplistische tegenstellingen en verdelen de wereld in ‘wij’ en ‘zij’. Ze hebben de mond vol over de ‘superioriteit van de Nederlandse cultuur’, zoals CDA-leider Sybrand Buma, die vorig jaar de H.J. Schoo-lezing gaf waarin hij zich uitsprak tegen maatschappelijke diversiteit. Hij introduceerde tijdens die lezing ‘de gewone Nederlander’ die volgens hem verweesd achterblijft in een land dat snel verandert en waar de eigen gemeenschap versplintert. Grenzen dicht dus volgens Buma.

Minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken kwam onlangs (een beetje) in het nauw toen hij zich tamelijk racistisch uitliet en stelde dat een multiculturele samenleving genetisch niet mogelijk is. In plaats van deze man subiet de laan uit te sturen werd hem binnen de coalitie de hand boven het hoofd gehouden en mocht hij aanblijven als minister. ‘Ik had het niet zo bedoeld’, verklaarde hij later.

Andere politici en opiniemakers ventileren vergelijkbare opvattingen, maar in meer verhullende taal. Zo gaf de toenmalige minister van Volksgezondheid Edith Schippers in 2016 ook de H.J. Schoo-lezing. Daarin stelde zij dat zij de ‘Nederlandse cultuur een stuk beter vond dan de rest’. Dat is natuurlijk haar goed recht, maar de ‘vrijheidscoalitie’ die ze voorstelde was indirect bedoeld om bepaalde groepen uit te sluiten, namelijk diegenen die tegen vrijheid zijn. Wie zou ze daarmee bedoelen, vraag je je dan af.

Hoogleraar en PvdA-coryfee Paul Scheffer hamert er in zijn opiniestukken steeds weer op dat ongecontroleerde immigratie de liberale democratie in gevaar brengt. Ook hij stelt de wereld voor als een clash of civilizations, weliswaar verpakt in geleerde taal, maar niet minder polariserend.

Ook de weifelachtige en zelfs weigerachtige houding van sommige GroenLinks-coryfeeën, als het gaat om de samenwerking met moslims, wordt kennelijk onder links steeds vanzelfsprekender gevonden.

Natuurlijk kunnen we niet al deze politici van zeer uiteenlopende pluimage op één hoop gooien, maar er is wel een rode draad die door al deze opvattingen heenloopt en dat is de verleiding om mee te doen met het populistische ‘zwart-witdenken’. De enorm ingewikkeld in elkaar zittende wereld van nu wordt versimpeld tot één tegenstelling, die tussen goed en kwaad. Zo’n versimpeld wereldbeeld is aantrekkelijk en leent zich voortreffelijk voor verkiezingsretoriek, maar is uiterst gevaarlijk. Ik mag haar natuurlijk geen woorden in de mond leggen, maar wat mij betreft is dat het wat minister Kaag met haar lezing aan de kaak stelde.

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here