De Turkse kwestie: stop met ophitsen

Foto: Reuters
De aanleiding voor de Dreyfus-affaire, die Frankrijk en de rest van Europa rond 1900 in zijn greep hield, was de beschuldiging aan het adres van de Joods-Franse legerofficier Alfred Dreyfus (1859-1935) dat hij voor de Duitsers zou hebben gespioneerd. Verdedigers van Dreyfus, onder wie de beroemde schrijver Emile Zola (1840-1902), waren van mening dat de beschuldigingen het diepgewortelde antisemitisme in Frankrijk blootlegde. Voor de tegenstanders was de spionagezaak het zoveelste bewijs dat Joden niet te vertrouwen waren. De zaak had een enorme impact op de Franse samenleving en dreef families uit elkaar, brak vriendschappen op en legde de diepe verdeeldheid in de Franse samenleving bloot over het zogenoemde ”Joodse vraagstuk”. De affaire groeide via de massamedia uit tot een publieke zaak, een volstrekt nieuw verschijnsel in die tijd.

Ik moest steeds denken aan deze meer dan 120 jaar oude affaire toen de storm die boven Turkije woedt ook de Turkse gemeenschappen in Europa bereikte. De Dreyfus-affaire zelf is natuurlijk in geen enkel opzicht te vergelijken met de aanleiding van de diepe verdeeldheid onder de Turkse bevolking in Europa na de mislukte coup in juli, maar de manier waarop en met welk doel allerlei actoren zich in de controverse mengen vertoont schokkende overeenkomsten. De Dreyfus-affaire kreeg internationale proporties omdat politici, de pers, de regeringen in Europa, en allerlei maatschappelijke en religieuze organisaties zo hun eigen agenda hadden en er belang bij hadden dat de zaak op de spits werd gedreven. Als gewone burger had je in die tijd natuurlijk veel minder te zeggen dan nu, maar ook toen werd je welhaast gedwongen een standpunt te hebben. De affaire heeft heel lang diepe sporen nagelaten. Ik vrees dat de mislukte coup ook lang sporen zal nalaten.

Er lopen momenteel twee werkelijkheden door elkaar. Aan de ene kant de werkelijkheid van het publieke debat, gevoed door partijen en instanties die vooral bezig zijn de zaak in hun eigen belang verder op scherp te zetten. Aan de andere kant een werkelijkheid die we niet direct (willen) zien. Die is dat de overgrote meerderheid van de Turkse bevolking in Europa helemaal niet wil worden gedwongen een standpunt te hebben over de mislukte coup, over Gülen, over Erdogan of over wie of wat dan ook. Ik ben al een aantal keren benaderd door de pers die in veel gevallen hun conclusies al hebben geschreven en eigenlijk alleen nog wat soundbites nodig hebben om hun verhaal meer sjeu te geven.

Er wordt een beeld gepresenteerd dat ”de Turkse gemeenschap” over de gehele lengte en breedte met hart en hoofd in Turkije is en dat de integratie van deze groep dus is mislukt. Terwijl Turkse woordvoerders vechtend over straat rollen, heeft een deel van de Nederlandse politici de situatie met beide handen aangegrepen om vast te beginnen met de verkiezingscampagne die zonder enige twijfel in het teken zal staan van wat Mark Rutte noemde ”normering”. Een stelletje losgeslagen idioten, hoogstwaarschijnlijk geboren en getogen in Nederland, die het een journalist onmogelijk maakte zijn werk te doen, was voor Rutte een teken van mislukte integratie, van multiculturele vrijblijvendheid en een bewijs dat ”onze waarden” veel minder vrijblijvend moeten worden opgelegd. ”Pleur op” (naar Turkije) was zijn advies. Dat standpunt wordt door een groeiend deel van de bevolking overgenomen.

Een staatsgreep is niet niks, en het is niet verwonderlijk dat de emoties hoog oplopen, maar van de situatie waarin we nu terecht zijn gekomen zijn uiteindelijk niet alleen Turken zelf het slachtoffer, maar veel meer groepen in de bevolking. Wiens schuld dat is? Dat lijkt me een onzinnige vraag, maar iedereen draagt wel een beetje verantwoordelijkheid. Wat nu nodig is, is niet nog meer olie op het vuur en nog meer druk op de ketel, maar de-escalatie.

Dus vertegenwoordigers van wat voor organisaties, partijen of lobbyclubjes ook, denk aan al die mensen die part noch deel willen zijn aan dit conflict, denk niet alleen aan je eigen gelijk. Schaam je diep als je medeveroorzaker bent van de angst die bij veel kinderen bestaat omdat zelfs hun school kennelijk niet meer veilig is. Laat zien dat je best betrokken kan zijn met wat er zich in Turkije afspeelt, maar dat je tegelijk een burger van deze samenleving bent, en vooral dat je voldoende verantwoordelijkheidsgevoel hebt en lef in je donder om hier nu mee te stoppen. Politici, stop met dat vissen in troebel water voor je eigen politieke gewin en journalisten laat juist nu ook eens zien dat niet iedereen het eigen gelijk voorop stelt.

DELEN
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.