Door het oog van de naald

Foto: Unsplash

Voor de deur van het grijs betonnen gebouw staat een echtpaar van middelbare leeftijd. Ze kijken vermoeid en ongelukkig in de camera wanneer de verslaggever van de Amsterdamse televisiezender AT5 een microfoon onder hun neus duwt en vraagt wat ze aan het doen zijn. ‘Ik ben de spullen van mijn moeder aan het versjouwen, ze is vierennegentig en heeft blaaskanker, maar moet hier morgen weg’, zegt de vrouw. De geplande operatie om de tumor te verwijderen is afgezegd en de bejaarde moeder moet tot nader order naar haar eigen huis, waar ze waarschijnlijk wat hulp van thuiszorg zal krijgen.

Dit is slechts één van de hartverscheurende verhalen van medewerkers, patiënten en hun naasten van het MC Slotervaart. Het Amsterdamse ziekenhuis werd vorige week failliet verklaard, nadat het tevergeefs uitstel van betaling had aangevraagd. Twee dagen later waren alle honderdvijftig bedden leeg. De laatste vierentwintig overgebleven klinische patiënten werden per ambulance overgebracht naar nabijgelegen medische centra.

Vanaf het moment dat de eerste meldingen over het ophanden zijnde faillissement binnendruppelden, stonden de lijnen van het geïmproviseerde callcenter roodgloeiend. Massa’s poliklinische patiënten wilden weten of hun afspraak zou doorgaan. Niemand kon hen een antwoord geven. De duizendvijfennegentig medewerkers waren opeens niet meer zeker van hun baan en vroegen zich af of ze hun huur of hypotheek nog konden betalen.

Mijn vaders behandeltraject begon anderhalf jaar geleden in datzelfde ziekenhuis. Hij was al een tijd erg moe en viel plotseling veel af. Er werden onderzoeken gedaan, maar de dokters konden niets vinden. Toen hij geen trek meer had in eten en zijn huid geel begon te kleuren, werd hij in allerijl doorgestuurd naar het Amsterdams Medisch Centrum, een ziekenhuis dat is gespecialiseerd in gastro-intestinale oncologie. Vanaf dat moment ging het razendsnel. Via een echo werd de alvleeskliertumor ontdekt en nog geen week later lag mijn vader onder het mes.

Niet lang na de operatie vertelde de chirurg ons dat mijn vader door het oog van de naald was gekropen. De tumor was al bijna in zijn hoofdslagader gegroeid en dan hadden ze niets meer voor hem kunnen betekenen. ‘U moet de medici die alarm hebben geslagen dankbaar zijn, meneer’, drukte de chirurg mijn vader op het hart. ‘U had hier geen week later moeten binnenkomen.’

Minister Bruins van Medische Zorg verklaarde dat ziekenhuizen die op omvallen staan niet hoeven te rekenen op geld uit Den Haag. ‘We zijn niet de bank, het gaat ons niet om het bewaken van een stapel stenen.’ Nu is het zo dat het MC Slotervaart en de IJsselmeer-ziekenhuizen, die tegelijkertijd failliet werden verklaard, geprivatiseerde instellingen zijn (of waren) en dat de staat of de gemeente er officieel dus niet verantwoordelijk voor is. Maar zou de minister enig idee hebben van hoe deze kille woorden overkomen op patiënten en hun dierbaren?

Terwijl ik mijn vader bezoek na zijn wekelijkse chemotherapiekuur denk ik aan het echtpaar dat zich misschien nog altijd zorgen maakt over de bejaarde moeder met blaaskanker. Wat als zij, net als mijn vader, eigenlijk ook geen week langer kan wachten?

DELEN
Natascha van Weezel
Schrijver. Filmmaker.