Facts on the ground

Foto: iStock

Afgelopen week was ik in een moskee in een wat armere buurt in Amsterdam. Op zich niets bijzonders aan deze moskee die van oorsprong is opgezet door ‘bewoners met een migratieachtergrond’. Binnen het vertrouwde beeld als in zo veel moskeeën in Nederland. Oudere mannen die rond een tafel thee zitten te drinken en te kletsen in hun landstaal, een winkeltje, een kleine afhaal-pizzeria. Mensen die in en uitlopen voor en na het gebed. Ik bezocht de moskee met een groepje studenten. De voorzitter van de moskee vertelde over de activiteiten die de vereniging in en voor de buurt ontplooit, zoals de voedselbank, maaltijden maken voor uitgeprocedeerde asielzoekers, een oud brood-campagne om gas uit te winnen, overleg met instanties over de leefbaarheid van de wijk, samenwerking met andere geloofsgemeenschappen, enzovoorts. Een moskeevereniging kortom die heel actief is en zeker niet uitsluitend voor de eigen achterban. Dat is het verhaal van deze moskeevereniging, in die wijk anno 2017.

Ik ga niet vertellen om welke moskee het hier gaat, welke nationaliteit de meeste bezoekers hebben, of wat hun ideologische veren zijn. Als ik dat zou doen dan zouden de wijsneuzen en betweters onmiddellijk klaar staan om uit te leggen hoe een en ander vanuit of juist ondanks die kenmerken verklaard kan worden.

Ook was ik vorige week te gast bij de als salafistisch bestempelde Haagse as-Soennah moskee, waar een bijeenkomst was georganiseerd onder de naam Moskee en synagoge, niet door angst te vangen. Daar was rabbijn Lody van de Kamp uitgenodigd. Op deze avond ging het over de vraag hoe deze twee geloofsgemeenschappen kunnen samenwerken om te voorkomen dat ze tegen elkaar worden uitgespeeld. Natuurlijk waren er aan beide kanten tegenstanders van deze ontmoeting en werd het initiatief afgedaan als een reclamestunt. Het liefst had ik ook in dit geval geen namen en rugnummers vermeld. Waarom niet? Omdat het net als in het eerste voorbeeld helemaal niets verklaart over achtergronden en motieven achter hun activiteiten en initiatieven. Het voegt niets toe aan de vraag hoe de initiatiefnemers in de wereld staan en waarom ze doen wat ze doen.

Waarom deze twee voorbeelden? Omdat ze relevant zijn voor de discussie over de heisa die de afgelopen weken ontstond over de zogenoemde ‘Grijscampagne’ van wijlen burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam. Deze campagne was bedoeld om jongeren die dreigen te radicaliseren op andere gedachten te brengen. De campagne bestond onder meer uit een serie vlogs gemaakt door tot inkeer gekomen ex-radicalen om andere geradicaliseerde jongeren te laten zien dat ze op de verkeerde weg zitten. In werkelijkheid ging het om acteurs en om die reden mocht deze methode achter de campagne niet aan de grote klok worden gehangen.

Natuurlijk stonden de critici, de zelfverklaarde radicalisme-deskundigen en andere betweters te popelen om het gehele project af te branden. En natuurlijk is er een hoop aan te merken over de gang van zaken rond de campagne. Maar het zogenoemde ‘sleutelfiguren’-beleid van de gemeente Amsterdam dat aan de basis van de campagne lag, is wel degelijk gebaseerd op een heel belangrijk inzicht, namelijk dat je bijvoorbeeld bij het aanpakken van radicalisering mensen nodig hebt die middenin de gemeenschap staan. Wil je begrijpen wat er speelt, dan moet je als gemeente samenwerken met mensen die daar zicht op hebben, ook al hebben die wellicht andere opvattingen. Je moet luisteren naar mensen, bijvoorbeeld religieuze leiders die over een zeker gezag beschikken. Mensen die vertrouwd worden en radicaliserende jongeren serieus nemen en naar hen luisteren.

Het gaat mis, ook in het Amsterdamse geval, als overheden van bovenaf willen sturen en monitoren en zich met van alles willen bemoeien. Of waar allerlei deskundigen worden ingehuurd die vertellen wat er moet gebeuren, zoals de omstreden anti-radicalisme-goeroe David Kenning, die meent dat radicalisering uitsluitend tussen de oren zit en te maken heeft met de gemoedstoestand van deze jongeren.

De behoefte om te controleren en te regisseren is nu juist in dit soort situaties funest. De twee voorbeelden waarmee ik begon laten zien dat ontwikkelingen zich niet altijd laten regisseren. Het laat zien dat er van alles gebeurt waarbij teveel media-aandacht juist verkeerd werkt, omdat media juist op zoek zijn naar scoops en nieuwsfeiten. Investeringen in mensen en netwerken kosten tijd en zijn vaak niet nieuwswaardig. Het laat ook zien dat al die ideologische etikettenplakkerij niets zegt over de facts on the ground, de toevallige samenloop van omstandigheden, de juiste mensen die handelen op het juiste moment en vooral dat oplossingen voor allerhande maatschappelijke problemen vaak uit een onverwachte hoek komen en zich niet van bovenaf laten plannen. Gemeentes zouden daar eens meer oog voor moeten hebben.

DELEN
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.