Harmonie in de klas

Foto: Reuters

Het is altijd hard aanpoten tot de herfstvakantie. We moeten aan elkaar wennen, de kinderen en ik. We tasten elkaar af en ik word uitgeprobeerd. Het is goed als vanaf het begin duidelijk is wat wel en niet mag, zodat er de rest van het jaar geen misverstanden over bestaan. Een begin kun je niet overdoen.

Wat ik ook altijd meteen aan het begin van het schooljaar goed geregeld wil hebben is het contact met de ouders. De eerste ouderavond heb ik dus al achter de rug; elf van de achttien ouders waren aanwezig, wat ik een goeie opkomst vind. Ik vind dat zo belangrijk, omdat ik wil dat de ouders weten dat ik niet tegenover hen sta, niet ik op school en zij thuis, maar we zijn er samen om voor de kinderen te zorgen. En dat spreekt iedere ouder aan.

‘Mijn moeder spreekt niet zo goed Nederlands’, zei Nabihah, één van mijn leerlingen. Maar dat maakt me niet uit, ze moet komen, dan weet ze dat we hetzelfde voor hebben met haar kind. En sommige leerkrachten denken ‘mondige ouders, getverderie, afgrijselijk!’ Ik ben helemaal niet tegen mondige ouders, ik wíl juist dat ouders meepraten!

Toevallig was ik vlak voor de ouderavond gebeld door De wereld draait door. Het tv-programma had een item over mondige ouders en de redactie wilde dat ik als gast aanschoof.  Uiteindelijk ging het niet door die avond, want Sint Maarten kwam ertussen. Een paar dagen later werd ik weer gebeld, maar toen paste ik op mijn kleinkind en kon ik niet, ik heb zo mijn prioriteiten.

Dit jaar heb ik ook weer een mentorgroep. Met mijn mentorgroep werk ik intensiever. Ik houd leerlingen in de gaten, bel ze als ze ziek zijn of verzuimen en ik bespreek de studie, resultaten en hun gedrag. Voor de mentorgroep hebben we een WhatsApp-groep opgericht, dat vond de klas een goed idee. Daar kunnen we dingen bespreken die de hele klas aangaan. Maar het is nog even wennen hoe we die groepen gebruiken, voor sommige leerlingen althans.

‘Juf, mijn moeder kan niet komen’, appte Safwan dinsdag in de groep over de ouderavond.
Ik: ‘Dat moet.’
Safwan: ‘Ze komt een andere dag.’
Ik: ‘Nee, kan niet sorry.’
Safwan: ‘En nu?’
Ik: ‘Is maar één uurtje.’
Safwan: ‘Ze is op dit moment ver weg.’
Sharona kwam erin: ‘Naar mocroland zeker?’
Ik: ‘Dingen die alleen ons aangaan moet je niet in de groepsapp zetten Safwan!’

Maar ik moest er ook wel weer om lachen. Tja, kinderen zijn direct en nemen geen blad voor de mond als er iets in hun hoofd opkomt.

In mijn mentorklas zijn we begonnen met spreekbeurten. Eerst vraag ik wie vrijwillig wil – dat wil niemand – en daarna loot ik. Nabibah had geruild met degene die als eerste een spreekbeurt zou houden. Misschien dacht ze ‘dan heb ik het maar gehad’. Ik vond het eigenlijk wel dapper. Nabihah is een kind van vluchtelingen. Ze heeft twee jaar bij ons in de schakelklas gezeten, daar leerde ze de taal en nu zit ze bij mij, in een ‘gewone’ klas. ‘Goed, begin maar’, zei ik. Nabihah stond met een vastberaden gezicht voor het bord. ‘Waar ga je het over hebben?’ Ze knikte. ‘Mijn spreekbeurt heet Waarom ik alleen boeken en muziek vertrouw.’ Ze liet Arabische liedjes horen en Nederlandse en Arabische boeken zien. ‘Als ik ergens mee zit, dan ga ik lezen, dan weet ik dat er meer mensen zijn met problemen en dat er oplossingen komen.’ Right. ‘Dank je wel Nabihah’, zei ik na haar verhaal. ‘We zullen er alles aan doen om jou weer vertrouwen te geven in mensen.’ Het gebeurt niet zo vaak dat de klas in harmonie dezelfde mening heeft over een kwestie, maar hier was heel de klas het nou eens een keertje mee eens.

De namen in deze column zijn gefingeerd.

DELEN
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).