Vrijheid en klereherrie

Trudy Coenen
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).

Lees meer

Dat ik de vrijheid had om het gewoon klereherrie te vinden, maakte het feest voor de kinderen gelukkig niet minder geslaagd.

Donderdag 18 april: zeggen dat het een drukke dag was, is het understatement van de eeuw. ‘s Ochtends kwam de wethouder langs in de klas, daarna vond het jaarlijkse vrijheidscollege plaats en ten slotte hadden we ‘s avonds ook nog het traditionele examengala.

Allereerst het bezoek van de wethouder. Ze vertelde de kinderen over haar werk en het belang van onderwijs. ‘Als jullie vragen hebben, mogen jullie die natuurlijk altijd stellen.’ Najib stak als eerste zijn vinger op. Hij had niet zozeer een vraag als wel een mededeling: ‘Hier op school worden Marokkanen gediscrimineerd.’ De wethouder knikte. ‘Wat goed dat je dat signaleert.’ Najib groeide even. ‘En wat kan je eraan doen, wat gá je eraan doen?’ Hij kromp weer een beetje in elkaar. De mogelijkheden werden hardop onderzocht en uiteindelijk was de conclusie dat Najib in gesprek ging met het Openbaar Ministerie. ‘Heel goed dat je de situatie aan wilt pakken.’ Actiepunt voor Najib.

Daarna het vrijheidscollege. Ik schreef er vorig jaar ook al over: voorafgaand aan 5 mei houden bekende Nederlanders in het hele land colleges over vrijheid, wat het betekent en wat het is. Rajae el-Mouhandiz, theatermaker en muzikante, zou dit jaar bij ons spreken. Haar thema: worden of zijn wie je wilt zijn, ook al is dat soms wat anders dan wat de wereld van je wil.

Nu doet het woord ‘lezing’ of ‘college’ het hart van mijn leerlingen niet meteen sneller kloppen. Prima als mensen hun iets willen vertellen, maar de directe wereld om hen heen is een opdringerig ding en eist vaak alle aandacht op. Het doorkruist zo’n mooi verhaal vaak lelijk. Waarmee ik maar wil zeggen dat je van goede huize moet komen om de aandacht van de kinderen vast te houden. Gelukkig bleek er in figuurlijke zin niks mis met het huis waar Rajae vandaan kwam.

Rajae sprak over metaforen en ‘de verbeelding die de wereld omvat’. Over haar ouders en grootouders uit Marokko, hoe haar moeder een dappere keus had gemaakt door van haar vader te scheiden, en Rajae zelf al jong het huis had verlaten omdat haar moeder het niet eens was met haar keuze voor de muziek. Maar ‘soms moet je risico’s nemen’ om je eigen vrijheid te pakken.

Met de familie was het niet goed gekomen, en daar hadden mijn leerlingen wel een paar vragen over. Want familie is een belangrijk gegeven. Zonder familie zou je er tenslotte überhaupt al helemaal niet zijn. ‘Wie is belangrijker, familie of de mensen om u heen?’ Er kwam geen onverbiddelijk antwoord waar hij zich in geval van twijfel op zou kunnen beroepen. Want zo simpel lag het niet. ‘Het is niet of-of, maar en-en’, antwoordde Rajae. ‘Niet iedereen kan jouw weg begrijpen, maar dat betekent niet dat je niet van je familie houdt of niet die eigen weg zou moeten inslaan.’ Daarbij richtte ze zich speciaal tot de meisjes: ‘Meisjes, neem je ruimte in, en jongens, support de meisjes.’

Dat het de kinderen tot nadenken stemde, bleek wel toen we het er later in de klas nog over hadden. ‘Ze had toch moeten luisteren naar haar moeder’, vond een jongen – de meisjes waren het er niet mee eens. Nabihah, een leerling die de Syrische burgeroorlog ontvlucht was, was juist geïnspireerd geraakt: ‘Ik wil op kickboksen maar dat mag niet van mijn ouders. Maar als ik mijn diploma heb gehaald doe ik dat gewoon.’ Dat vrijheid en familie soms op gespannen voet staan met elkaar was duidelijk overgekomen.

Ten slotte het examengala. We hadden Navi geboekt, een Nederlandse rapper. Eigenlijk veel te duur, maar ik had onderhandeld met zijn manager en zo paste een optreden van een half uur uiteindelijk toch in ons budget. De ‘rider’ was nog wel even een dingetje. Ik had nog nooit van het begrip gehoord, maar een rider is een verlanglijst van een artiest, met daarop alles wat hij of zij voor een optreden in de kleedkamer wil aantreffen. De flessen whisky en wodka en verse vruchten wist ik tot een acceptabel niveau van vruchtensap en cola terug te brengen. ‘We schenken geen alcohol voor onze leerlingen, dus dan ga ik ook geen sterke drank voor jullie klaarzetten.’ Fair enough. De drie witte (‘gewassen’) handdoeken die ook op de rider stonden, haalde ik – ruim binnen budget – bij de Action.

Navi bleek een joviale peer. ‘Hi bro’, hij stapte de auto uit en sloeg een arm om me heen. Waarna hij vervolgens een half uur lang keiharde rap de zaal in slingerde die zelfs buiten – waar ik mijn toevlucht had gezocht – oorverdovend klonk. Dat ik de vrijheid had om het gewoon klereherrie te vinden maakte het feest voor de kinderen gelukkig niet minder geslaagd. Ik had tenslotte ook gewoon de vrijheid om dan maar buiten te gaan staan.

En toen was het feest afgelopen en was ik eindelijk vrij. En gesloopt. Maar je moet wat over hebben voor de vrijheid, hè?

 

 

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here