‘Vanwege een groot aantal haatdragende en racistische reacties, die in strijd zijn met onze communityrichtlijnen, hebben we de reacties uitgeschakeld.’
Aldus de NOS op hun Facebookpagina, onder een bericht over een project in Amsterdam, waarbij onlangs 1500 buurtbewoners en vluchtelingen aanschoven voor een gezamenlijk diner.
Lachende gezichten, live muziek, mensen uit alle windstreken samen aan lange, mooi gedekte tafels, met als doel: elkaar ontmoeten en geld inzamelen voor vluchtelingen. Mede mogelijk gemaakt door een groep vrijwilligers en bedrijven uit de buurt. Je zou zeggen: hoe kun je daar nou in godsnaam tegen zijn? Maar we zijn blijkbaar al zo ver weggezakt in het donkerbruine moeras, dat zodra het woord vluchteling maar ergens opduikt, de racistische bagger al door de kieren giert. Om over vuurwerk en brandbommen nog maar te zwijgen. Doodeng.
Toch kom ik nog steeds mensen tegen die geloven dat het allemaal wel meevalt in ons oh zo tolerante landje. Die al die online en offline agressie verklaren door vergoelijkend te wijzen naar de ‘bezorgde burger’ die zich zorgen maakt over vrouw en kinderen. ‘Echte vluchtelingen? Die zijn gewoon welkom hoor. Maar dat mensen niet zitten te wachten op een azc in hun wijk, vanwege de veiligheid, dat snap ik best.’ Dat de meest onveilige plek voor vrouwen en kinderen nog steeds hun eigen huis is, dat vergeten ze blijkbaar maar even voor het gemak.
Zijn we werkelijk zo afgestompt dat we niet eens meer schrikken van openlijke vreemdelingenhaat? Dat het blijkbaar normaal geworden is dat de NOS de reacties moet uitschakelen onder een bericht over nota bene een buurtmaaltijd, vanwege een stortvloed aan haatdragende commentaren? Het ergste is: dit lijkt misschien een incident, maar het is allang een patroon. Dehumaniseren, provoceren, escaleren en vervolgens relativeren. En elke keer schuift het nieuwe normaal weer een stukje verder naar rechts. Zo ver zelfs, dat een boel mensen zich steeds minder thuis voelen in ons land. Mensen zoals mijn eigen man, die hier niet is geboren, voor de liefde naar Nederland kwam (sorry habibi..) en is geschrokken van de schaamteloosheid waarmee sommige Nederlanders hun onderbuik laten spreken. Maar vooral van de oorverdovende stilte van veel mensen in het midden. En hij is lang niet de enige.
Veel van onze vrienden denken inmiddels hardop na over een plan B
Steeds vaker hoor ik van mensen met een migratieachtergrond dat ze twijfelen of ze hier nog een toekomst hebben. Of ze nog welkom zijn in een land dat niet oorlog of klimaat, maar migratie als grootste bedreiging ziet, zoals recent gepubliceerd onderzoek van The Hague Centre for Strategic Studies liet zien. Dat ze zich afvragen hoe hun buren, collega’s of ploeggenoten er eigenlijk over denken. Of dit straks nog wel het land is van hun kinderen. Het land dat hun grootouders hebben helpen bouwen, maar dat nu steeds vaker ‘eigen volk eerst’ roept, zonder blikken of blozen. Steeds vaker duiken stickers met Nederlandse vlaggen op, ook in onze wijk. Extreemrechtse leuzen op muren en bankjes. Vuurwerk en vernielingen bij moskeeën en synagogen. Dat zijn geen microagressies meer, maar traumatische ervaringen. En dat alles blijft niet zonder gevolgen: veel van onze vrienden denken inmiddels hardop na over een plan B.
Toen mijn man en ik ruim tien jaar geleden voor de keuze stonden waar wij ons samen zouden vestigen, kon ik niet vermoeden dat ik mij ooit zo zou schamen voor mijn land. Zwarte Piet was in de meeste steden uit het straatbeeld verdwenen, Forum bestond nog niet en het OM vervolgde Wilders voor zijn Minder Marokkanen-uitspraak. En kijk eens hoe we er nu voor staan. Kamerleden die zonder blikken of blozen omvolkingscomplotten staan te verspreiden, partijkantoren die worden aangevallen door demonstranten met nazivlaggen, terwijl azc’s letterlijk in de vuurlinie liggen.
Het roept bij mij de prangende vraag op: wie mag er in ons land vandaag de dag een bezorgde burger zijn? Mogen mijn man, onze vrienden en al die andere Nederlanders en nieuwkomers die zich niet herkennen in het huidige klimaat hun zorgen hardop delen? En kunnen die zorgen dan ook rekenen op aandacht, begrip en empathie? Of is dat recht tegenwoordig voorbehouden aan boze, bange mannen en vrouwen die met vuisten en vlaggen zwaaien?
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

