Mensen vragen me soms hoe ik mijn activisme volhoud. Waar ik mijn kracht en inspiratie vandaan haal? Afgelopen twee weken kreeg ik het antwoord. Op de plekken waar ik het niet had verwacht. Niet achter mijn laptop of op een podium, maar naast mijn lieve ouders. Allebei apart in een theaterzaal en een concertzaal.
Ik nam ze mee naar de plekken waaruit ik zelf mijn kracht haal. Niet om hun iets uit te willen leggen, maar omdat ik voelde dat het tijd was om mijn eigen wereld en netwerk met ze te delen. Ik ging eerst met mijn vader naar Nasrdin Dchar en zijn voorstelling Wat Als. Het was niet zomaar een avondje theater. Het was een voorstelling waarin iemand eindelijk de moed had om te vertellen wat mensen zoals mijn vader en ik dagelijks meemaken en wat al zo lang verschrikkelijk op ons drukt. Die diepe pijn, het verdriet en de machteloosheid over de onderdrukking van de Palestijnen. Maar ook tegelijkertijd de angst en de verstikkende stilte die we hier dagelijks in Nederland om ons heen voelen. De voorstelling gaf een stem aan onze realiteit, maar hield vooral een spiegel voor aan de ander. Aan de mensen die onze pijn niet kennen, niet voelen en vaak niet willen zien.
Dchar stelde die avond met twee woorden de allerbelangrijkste vraag: Wat Als? De twee woorden die de mijne werden. Want wat als mijn ouders in de Rif waren gebleven en daar de kans kregen om te studeren en te werken? Wat als ik nooit had hoeven leren hoe ik aan de wereld uitleg wie ik ben, voordat die me al heeft ingekaderd, nog voordat ik mijn mond open doe? Of beter gezegd: wat als wij hier in Nederland wel gelijkwaardig waren behandeld? Wat als ik nooit had hoeven vechten tegen de discriminatie die ons hier dagelijks klein probeert te houden? Hoe zag dan ons leven eruit?
Halverwege de voorstelling keek ik naar mijn vader. Hij zat aandachtig te luisteren, zijn armen over elkaar en zijn ogen op het podium gericht. Ik zag een glimlach van herkenning en een zacht knikkend hoofd. Ik zag vooral een man die alles heeft achtergelaten en die jarenlang zijn gemis en pijn stil heeft gedragen. Dit omdat doorgaan de enige weg was die hij kende. Die avond hoefde hij dat even niet. Hij werd gezien. Eindelijk, na al die jaren.
Ik wist het meteen: zij denkt nu aan haar eigen moeder
Een paar dagen later nam ik mijn moeder mee naar het vredesconcert van Marcel Khalife. Een paar uur daarvoor stonden we nog bij de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs aan Anja Meulenbelt. Het voelde alsof die ook voor mijn moeder was. Mijn moeder leerde mij als feminist dat het belangrijker is om jezelf eerst te onderwijzen in zelfredzaamheid en onafhankelijkheid voordat je aan een huwelijk denkt. Een les die ik als tienermeisje nooit heb begrepen. Maar waar ik nu eigenlijk niet anders meer over denk. Ik eis nu ook voor mijn dochters die onvoorwaardelijke vrijheid. En met die strijdbare energie nog in ons lijf namen we plaats in de zaal. Marcel Khalife zingt niet alleen. Hij getuigt over Palestina, Libanon, ballingschap en over het verlangen naar een thuis dat er niet meer is. Voordat hij zijn Midden-Oosterse luit (oud) aanraakte, zei hij zacht: ‘Mogen deze snaren mij vergeven, want ik leg er een zware druk aan emoties op.’ Vervolgens zong hij het lied Oumie. Over een moeder. Over het missen van haar brood, haar koffie en haar aanraking.
Ik zag mijn moeder langzaam rechtop gaan zitten en met het ritme meebewegen met haar hoofd en zachtjes klappen in haar handen. Ik keek naar haar gezicht en ik wist het meteen: zij denkt nu aan haar eigen moeder. Want mijn moeder was negen jaar oud toen ze haar moeder verloor. Ze slikte die pijn in, maakte er kracht van en bouwde later hier een leven op met mijn vader. Ver van alles wat voor haar vertrouwd was. Ze leerde mij: ‘Blijf dromen, anders sterf je.’ En precies die avond zweefden die woorden opnieuw door mijn hoofd. Ik legde mijn hand op haar knie. Ze beantwoordde mijn aanraking met haar hand op de mijne. We aaiden elkaar even. Heel kort en heel stil.
Op dat moment ging de hele wereld door me heen. Het verdriet van dat kleine meisje van negen. De kinderen in Palestina en Libanon die hun moeders roepen. De vrouw naast me, die al die pijn heeft gedragen en toch iets van het leven heeft gemaakt. Die mij heeft geleerd dat je niet buigt. Niet voor verlies en niet voor onrecht. Het vuur dat in haar brandt, is het vuur dat nu in mij brandt.
Dus als mensen me opnieuw vragen hoe ik mijn activisme volhoud en waar ik mijn kracht vandaan haal, dan is het antwoord eigenlijk heel simpel. Wat als mijn ouders niet waren vertrokken? Wat als ze niet hadden geleerd rechtop te staan zonder hun eigen moeder? En wat als mijn moeder niet bleef dromen?
Wat als, is niet zomaar een vraag van Nasrdin Dchar. Het is verzet. En mijn ouders zijn het antwoord.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

