Ahlam Benali las Henna, het nieuwe boek van Abdelkader Benali. Ze begrijpt nu waar haar schaamte voor de traditionele huidversiering vandaan komt.
Toen Abdelkader Benali (geen familie) mij vroeg om vanuit mijn eigen perspectief over zijn nieuwe boek Henna te schrijven, zei ik direct dat ik het wilde doen. Maar ik wist nog niet hoe diep dit verhaal in mijn eigen vlees zou snijden. Ik ben een vrouw die verschrikkelijk trots is op haar identiteit. Ik draag mijn afkomst met opgeheven hoofd, maar toch was er altijd dat ene knagende punt: een onverklaarbaar gevoel van schaamte voor henna op mijn handen.
Ik herinner me de geur van verse henna, gemengd met de warme damp van muntthee in het keukentje van mijn moeder. De avond voor het Offerfeest smeerde mijn moeder met liefde mijn handen in met de donkergroene pasta, in ronde cirkels op mijn handpalmen. Vervolgens ging ik naar bed met mijn handen goed ingepakt in plastic en sokken. Een klein offer voor de schoonheid die de volgende ochtend zou verschijnen. Ik voelde me een prinses, maar de geur van de nacht werd gauw de angst van de dag.
Want zodra ik de volgende ochtend de witte wijk in liep waar we woonden, in Houtwijk in Den Haag, veranderde het gevoel van prinsesje zijn in een verlammende angst. Op het schoolplein waren de oranje rondjes op mijn handpalmen geen versiering, maar een pispaal. ‘Je bent vies en je stinkt’, zeiden de kinderen. Ik voelde me vreemd en anders, maar vooral een buitenstaander. Jarenlang heb ik me afgevraagd waar die diepe schaamte voor mijn oranjegekleurde handen toch vandaan kwam. Waarom voelde iets wat thuis zo liefdevol was, buiten als een teken van besmetting?
1492, de val van het Alhambra
Henna is geen droog geschiedenisboek. Het gaf me antwoorden waar ik onbewust mijn hele leven naar zocht. Benali neemt de lezer in zijn boek mee naar 1492, naar de val van het Alhambra. Hij beschrijft hoe de katholieke vorsten henna verboden en bestempelden als ketterij. Wie henna op de huid droeg, liet daarmee direct zien dat hij niet volledig was geassimileerd. Het was een gevaarlijk teken van verzet, en je riskeerde op de brandstapel gegooid te worden.
Wie henna op de huid droeg, liet daarmee direct zien dat hij niet volledig was geassimileerd
Tijdens het lezen van het boek besefte ik dat mijn schaamte op het schoolplein geen toeval was. Het was een trauma van eeuwen. Het was de nagalm van een geschiedenis waarin ik moest kiezen tussen mijn identiteit en mijn veiligheid. Die angst van het kind in de witte wijk was de angst van de Moren die hun tradities moesten verbergen om te overleven. Benali heeft niet alleen de geschiedenis van een plant geschreven, maar ook het verhaal van mijn eigen onverklaarbare pijn blootgelegd.
Want hij schrijft niet over henna als een simpele plant, maar als een levende geschiedenis die we op onze eigen huid dragen. Hij brengt de harde feiten over de Inquisitie tot leven en mengt die met de geur en betekenis van het ritueel zelf. Voor mij voelt dit boek als een eerbetoon aan onze overleving. Hij laat zien dat die oranje vlekken geen fouten zijn, maar een vorm van stille weerstand die we al die eeuwen, ondanks alles, hebben bewaard.
Nu ik de diepte van mijn trauma begrijp, zie ik henna ook als mijn bevrijding. Door het boek krijgt mijn eigen levensloop een nieuwe betekenis. In de donkerste periode van mijn leven, waarin ik vastliep en verstikt raakte in een huwelijk zonder perspectief, greep ik terug naar diezelfde henna. Benali citeerde Baruch Spinoza: ‘Het lichaam is tot meer in staat dan je denkt.’ Precies, mijn lichaam weigerde op te geven.

Ik besloot een cursus te volgen om te leren hoe ik professioneel bruidshenna kon zetten. Wat ooit mijn schaamte was, werd mijn uitweg. Ik mocht op mijn moeders handen oefenen. Het maakte voor haar niet uit hoe het eruitzag, als ik maar de vrijheid voelde om creatief met de pasta om te gaan. Ik werd steeds beter.
Handen van bruidjes
Benali beschrijft aan het begin van zijn boek hoe het ritueel van henna vrouwen samenbrengt in een eigen besloten wereld. Dat is precies wat ik ervaarde. Door later de handen van bruidjes te versieren, vond ik mijn weg terug naar de gemeenschap van vrouwen. Ik noemde mezelf HennaDreams, en ik kan me nog herinneren dat ik mijn eerste bruidje in Rotterdam had. Tussen de vrouwen, omringd door hun verhalen, dromen en de geur van de pasta, vond ik de geborgenheid die ik een aantal jaren kwijt was geweest. Het gaf me later de onafhankelijkheid en innerlijke kracht om de deur van mijn slechte huwelijk achter me dicht te trekken. De henna was niet langer een teken van ketterij of uitsluiting, maar van persoonlijke groei, verzet en vrijheid.
De avond voor het Offerfeest smeerde mijn moeder met liefde mijn handen in met de donkergroene pasta
Vandaag de dag sta ik als moeder voor een keuze. Ik wil graag het ritueel doorgeven aan mijn kinderen. Maar de angst dat zij diezelfde reacties op het schoolplein zullen krijgen, zit nog steeds in mijn systeem.
Aan het einde van deze maand vieren we opnieuw het Offerfeest, waarbij henna een belangrijke rol speelt. En nu ik door het boek Henna de wortels van mijn eigen angst begrijp, zal ik opnieuw kiezen voor verzet. Want als ik stop uit angst of schaamte, geef ik de mensen uit 1492 alsnog precies wat ze wilden: dat onze tradities uitsterven. Ik weiger dat te laten gebeuren.
Daarom zal ik – net als mijn moeder vroeger – de handjes van mijn dochtertjes insmeren met de donkergroene pasta. Ik neem nu de plek in van mijn moeder, maar dit keer zonder de schaamte die mij vroeger verlamde. Ik begrijp nu de betekenis van de trots die mijn moeder altijd al uitstraalde.
Abdelkader Benali, Henna, uitgeverij Oevers, 96 blz., € 17,50
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

