Anonieme brievenschrijvers zijn van alle tijden. Het huidige Telegraaf-relletje rond het pseudoniem ‘K. Laheye’ staat in een lange traditie van verzonnen namen en schuilschrijvers, waarin één figuur boven iedereen uitsteekt: Junius.
Het mediacircus rond de mysterieuze Telegraaf-brievenschrijver ‘K. Laheye’ lijkt een typisch Nederlands relletje. De grootste krant van Nederland plaatste meer dan zeventig lezersbrieven van iemand die niet bestaat, columnist Sander Schimmelpenninck van de Volkskrant ruikt onraad en Telegraaf-hoofdredacteur Kamran Ullah wast zijn handen in onschuld.
Maar wie denkt dat anonieme polemiek een modern internetfenomeen is, vergist zich. Zo schreef Hans Wiegel in de jaren zestig, toen hij voorzitter van de liberale politieke jongerenorganisatie JOVD was, allerlei ingezonden brieven met onzinnige reactionaire meningen naar Nederlandse kranten. Ze waren ondertekend door de niet-bestaande Baron Tuyll van Swaeren. Veel kranten plaatsten zijn stukjes ook. Het was trollen avant la lettre.
Het beroemdste politieke pamflet uit de Nederlandse geschiedenis, Aan het Volk van Nederland, verscheen in 1781 anoniem. Meer dan honderd jaar later ontdekten wetenschappers dat niemand minder dan Joan Derk van der Capellen tot den Pol de auteur van deze brief was. Om de Nederlandse autoriteiten te misleiden deed Van der Capellen alsof hij uit het Belgische Oostende kwam, maar hij had zijn oproep geschreven in zijn kasteeltje in Appeltern, nabij Tiel in Gelderland.
Junius
Van der Capellen schreef zijn brief anoniem, niet onder een pseudoniem. De beroemdste briefschrijver uit de achttiende eeuw die niet onder zijn eigen naam publiceerde, was ‘Junius’. Tussen 1769 en 1772 verschenen in de Londense krant Public Advertiser een reeks brieven die de regering van koning George III tot op het bot fileerden. De auteur, die schreef onder zijn nom de plume Junius, was een meester in politieke retoriek. Zijn stijl was elegant, giftig, juridisch onderlegd en genadeloos. Junius’ brieven waren bedoeld om de publieke opinie te beïnvloeden en de machthebbers in hun hemd te zetten. Hij schreef onder andere over democratische verkiezingen, persvrijheid, burgerlijke vrijheden en grondwettelijke rechten. In 1770 moest de Britse premier aftreden nadat hij door Junius onder handen was genomen. Ook de koning zelf was niet veilig.
De anonimiteit van Junius was strategisch gekozen
De brieven hadden dus politieke gevolgen. Ze waren zo explosief dat verschillende uitgevers en drukkers werden vervolgd. Henry Sampson Woodfall, de uitgever van de Public Advertiser, werd in 1770 aangeklaagd wegens seditious libel, opruiende laster. De jury kwam tot de merkwaardige uitspraak ‘guilty of printing and publishing only’, waarna de rechter een mistrial uitriep. Woodfall ging daarop vrijuit, maar het signaal was duidelijk: Junius was gevaarlijk.
De anonimiteit van Junius was strategisch gekozen. Het was bedoeld om de macht te controleren zonder zelf kwetsbaar te worden. En zijn teksten werden massaal gelezen. Ze circuleerden in pamfletten, cafés, salons en zelfs in het parlement, waar ze gretig werden besproken en geciteerd.
De man achter de schuilnaam
Wie was deze Junius? Die vraag houdt historici al meer dan twee eeuwen bezig. In totaal zijn meer dan veertig namen geopperd: politici, pamflettisten, diplomaten, militairen, zelfs filosofen. De conservatieve politicus en schrijver Edmund Burke werd genoemd, maar ontkende fel. Ook de demagogische politicus John Wilkes werd een tijdlang verdacht. Een van Junius’ brieven bevatte echter zo’n vernietigende aanval op hem, dat die theorie snel sneuvelde.

De meest waarschijnlijke kandidaat is volgens de meeste moderne onderzoekers Sir Philip Francis, een Iers-Britse ambtenaar die later carrière zou maken in Brits-Indië. De overeenkomsten zijn opvallend. Ze deelden dezelfde politieke opvattingen en dezelfde persoonlijke vijanden. Philip Francis was aanwezig in Londen op de juiste momenten en zijn handschrift is nagenoeg identiek aan dat van Junius. Negentiende-eeuwse experts, zoals Charles Chabot, vergeleken de brieven van Junius met Francis’ eigen correspondentie en zagen een bijna perfecte match. In 1962 bevestigde een vroege computeranalyse dat het 30.000 keer waarschijnlijker was dat Francis de auteur was dan dat iemand anders dat was.
Junius wilde met zijn brieven de democratie versterken
Toch is het nooit sluitend bewezen. Francis ontkende, zijn familie zweeg en Junius zelf schreef ooit dat hij de voordelen van anonimiteit goed begreep. De identiteit van Junius is daarmee een van de hardnekkigste literaire mysteries uit de Britse geschiedenis.
Van Junius naar K. Laheye
Wat heeft dit achttiende-eeuwse verhaal te maken met de huidige Nederlandse mediarel? Meer dan je denkt.
Ook Junius schreef onder een pseudoniem. Ook zijn brieven werden gretig gepubliceerd door een krant die vooral blij was met de aandacht. Ook toen leidde anonimiteit tot speculatie, politieke ophef en rechtszaken. Maar er is wel een heel belangrijk verschil. Junius schreef tegen de macht en wilde met zijn brieven de democratie versterken.
Zijn onderwerpen, toon en verontwaardiging sluiten naadloos aan bij de redactionele lijn van De Telegraaf
De mysterieuze K. Laheye is volgens Telegraaf-lezers misschien lekker tegendraads, maar hij is een echo van de krant zelf. Zijn onderwerpen, toon en verontwaardiging sluiten naadloos aan bij de redactionele lijn van De Telegraaf. Het publiceren van zijn brieven is natuurlijk niet illegaal, maar wel problematisch uit journalistiek oogpunt. Want een krant die lezersbrieven presenteert als spontane volksstem, terwijl ze jarenlang afkomstig blijken van een onbekende figuur met een vals profiel, ondermijnt haar eigen geloofwaardigheid. Het wordt helemaal problematisch als deze briefschrijver zegt politiek geweld te begrijpen, in dit geval de aanslag op het D66-pand in Den Haag.
Het verhaal van Junius laat zien dat anonimiteit in het publieke debat zowel een zegen als een vloek kan zijn. Briefschrijvers die anoniem publiceren of onder een pseudoniem schrijven, kunnen de macht uitdagen, maar ze kunnen hun eigen macht ook misbruiken om verantwoordelijkheid te ontlopen. En kranten die hun brieven publiceren, zijn hiervoor mede verantwoordelijk.
Nu u hier toch bent...
Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berichtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.
Vertel mij meer!

