Moslimprivilege

Foto: Reuters

Bestaat moslimprivilege? In het debat over privileges dat sinds jaar en dag woedt, is die vraag waarschijnlijk niet vaak gesteld. Wanneer we hebben over privilege gaat het vooral over ‘wit’ privilege, mannelijke privilege of het privilege van de heteroseksueel. Het debat gaat dus vooral over de privileges van de dominante groepen in de samenleving, minder om die van minderheden.

Op zich is dat niet zo gek, want privilege is iets voor dominante groepen die historisch en cultureel gezien bepaalde privileges genieten die andere groepen niet hebben. Desalniettemin zou het een vergissing zijn te denken dat wanneer je tot een minderheid behoort, je geen privileges kunt hebben. Dan gaat het niet om zaken als intelligentie, uiterlijk of gezondheid, allemaal dingen die mensen ook als privilege kunnen ervaren, maar om privileges die specifiek gelden voor een bepaalde minderheid, bijvoorbeeld ten opzichte van andere minderheden of binnen de groep zelf.

Wanneer we van daaruit gaan kijken naar in hoeverre sprake is van een moslimprivilege in Nederland zien we dat de soennitische, heteroseksuele man toch wel bepaalde privileges geniet ten opzichte van andere moslims, onder wie moslima’s, islamitische LHBTI en sjiieten. De soennitische man is dominant binnen islamitisch Nederland en al zijn instituties. Dat is iets wat veel moslima’s, islamitische LHBTI en sjiieten regelmatig ervaren.

Een tweede vorm van privilege zien we bij moslims ten opzichte van ex-moslims. In islamitische hoek ben je geprivilegieerd wanneer je moslim bent, jezelf ook als dusdanig identificeert en zo gezien en erkend wordt door andere moslims. In tegenstelling tot veel ex-moslims hoeft een moslim zich in een islamitisch gezelschap niet anders voor te doen dan hij of zij is. Een moslim hoeft zich veel minder snel zorgen te maken over uitsluiting of verstoting dan een ex-moslim. Een moslim behoort ook hier tot de dominante groep.

Een derde vorm van privilege zien we ten slotte in het publieke debat. Voor alle duidelijkheid, de vaststelling van dit privilege impliceert geen ontkenning van alle negativiteit waaraan moslims dagelijks blootgesteld worden in het publieke debat. Maar tegelijk met die negativiteit die vanuit diverse lagen van de samenleving komt zijn er ook groepen die dermate beïnvloed zijn door identiteitspolitiek dat ze welhaast automatisch aan iemand die moslim is een bepaalde vorm van autoriteit toekennen op bepaalde terreinen. Niet vanwege iemands kennis of prestaties dus, maar vanwege wie hij of zij is.

Wanneer een moslim het woord neemt in discussies over onderwerpen zoals integratie, islam, radicalisering, discriminatie en populisme, dan is hij of zij in de ogen van sommigen vrijwel automatisch een autoriteit. Deze vorm van erkenning hangt samen met het zogenaamde racism of low expectations. Want ‘wat goed dat een moslim hierover opspreekt, deze persoon is zo mondig en goed geïntegreerd’, is een manier van denken die terug te vinden is in bepaalde lagen van de samenleving. Ondanks dat een vorm van racisme daaraan ten grondslag ligt, kunnen we de gevolgen ervan wel degelijk zien als een vorm van privilege, omdat aan personen autoriteit wordt toegekend op basis van hun (islamitische) identiteit.

Moslimprivilege bestaat dus wel degelijk. Tegelijkertijd is het de vraag in hoeverre dit privilege net zo zwaar weegt in de samenleving als bepaalde andere vormen van privilege. Ook kunnen we ons afvragen of gezien de soms ook nadelige aspecten van het ‘moslim zijn’ in de samenleving, het bestrijden van deze vorm van privilege op dit moment noodzakelijk is. Het is van belang dat we ons als samenleving als geheel in het algemeen en de personen die dit privilege bezitten in het bijzonder, bewust zijn van het bestaan van dit privilege. En dan vooral ook van het bestaan van diegenen die dit privilege niet bezitten.

DELEN
Gert Jan Geling
Publicist. Kernlid van de denktank Liberales. Onderzoeker aan het Leids Universitair Centrum voor de Studie van Islam en Samenleving dat verbonden is aan de Universiteit Leiden.