Ontmasker slachtoffernarratieven

Foto: Reuters

In de polariserende samenleving waarin we vandaag de dag leven zijn er veel zaken die potentieel verschillende groepen in de samenleving tegenover elkaar kunnen zetten. De politiek bijvoorbeeld of de beeldvorming in de media. Ontwikkelingen op het gebied van migratie, of omtrent religie. Sociaal-economische tegenstellingen en culturele diversiteit. Veel van deze tegenstellingen zijn gebaseerd op in-group en out-group perspectieven en vertrekken vanuit een wij-zij denken.

Onder deze tegenstellingen gaan vaak bepaalde narratieven verborgen. Narratieven die in het geheugen van een bepaalde groep een dominante rol kunnen spelen en sterk kunnen beïnvloeden hoe er binnen een bepaalde groep gedacht wordt. Dergelijke narratieven ontstaan door bepaalde ontwikkelingen, structurele of politieke, maar blijven voortleven ondanks dat de tijden soms veranderd zijn en de situatie er anders uitziet. Ze kunnen ook over generaties overgedragen worden en bij een nieuwe generatie misschien nog wel sterker voortleven dan bij de voortgaande.

De narratieven waar ik het hier over heb zijn slachtoffernarratieven. Slachtoffernarratieven definieer ik hier als verhalen, ideeën en gedachten die gevormd worden door de onderbuik en voortleven in het collectieve geheugen van een bepaalde groep, van waaruit ze overgedragen worden van individu op individu en generatie op generatie. Centraal bij slachtoffernarratieven staat het idee van het slachtofferschap, het idee dat een bepaalde groep om een bepaalde reden slachtoffer is, als gevolg van bepaalde ontwikkelingen die toe te schrijven zijn aan het handelen van een andere groep.

Deze slachtoffernarratieven nemen verschillende vormen aan. Een voorbeeld is de gedachte die onder sommige kinderen van gastarbeiders leeft, dat hun ouders massaal naar West-Europa waren gehaald om het vuile werk op te knappen voor de Europeanen om als dank vervolgens werkloos afgedankt te worden. Onder een deel van de autochtone bevolking leeft daartegenover het slachtoffernarratief dat gastarbeiders en hun kinderen dankzij de autochtonen hiernaartoe konden komen en volop kansen hebben gekregen waarvoor ze dankbaar zouden moeten zijn. Echter, in realiteit krijgt men vooral ondankbaarheid en zelfs misdraging, over zich heen.

Andere slachtoffernarratieven vindt men rondom de komst van vluchtelingen. In autochtone hoek leeft het idee dat in Europa vanuit de gedachte van gastvrijheid het land wordt opengesteld voor vluchtelingen: vluchtelingen krijgen hier kansen en moeten zich daarom aanpassen aan ons, maar doen dat zelden of nooit, maar sterker nog, veel vluchtelingen zijn juist werkloos, profiteren van de voorzieningen hier en proberen hun familie hierheen te halen. Onder sommige vluchtelingen leeft daarentegen de gedachte dat ze moesten vluchten als gevolg van de acties en misdaden van westerse overheden en legers en daarom recht hebben op hun deel van de taart die het Westen heet. Ze vinden dat westerlingen hun moeten accepteren, maar dat niet doen, omdat ze racistisch zijn.

Slachtoffernarratieven bevinden zich op verscheidene breuklijnen, zoals allochtoon-autochtoon, oudkomer-nieuwkomer, zwart-wit, belastingbetaler-uitkeringsgerechtigde, links-rechts en religieus-seculier. Ze nestelen zich in het collectieve geheugen van bepaalde groepen. Ze zijn meestal in hun geheel niet kloppend en het resultaat van een selectief geheugen of selectief denken, maar ze zijn vaak voor een deel wel gebaseerd op feiten of reële gebeurtenissen. In veel gevallen zijn ze voor een groot deel gebaseerd op aannames, generalisaties en oversimplificaties.

Slachtoffernarratieven zijn improductief en niet constructief. Ze dragen niet bij aan een betere samenleving of aan het goed samenleven van verschillende bevolkingsgroepen. Ze beïnvloeden het doen en laten van een deel van de bevolking op negatieve wijze en kunnen op die manier weer anderen eveneens negatief beïnvloeden en zo nieuwe slachtoffernarratieven creëren. Een ontwikkeling richting een vicieuze cirkel is daarbij reëel aanwezig. Het is dan ook zaak dat we slachtoffernarratieven niet alleen benoemen en leren herkennen, maar dat we ze ook bestrijden, door ze te ontmaskeren, weerspreken en weerleggen. Weerleggen met feiten, waarbij negativiteit tegengegaan wordt met positieve feiten en voorbeelden. Alleen op die manier kunnen we voorkomen dat slachtoffernarratieven te lang blijven bestaan en als resultaat daarvan schade toebrengen aan de maatschappij, doordat ze een blijvend negatieve invloed uitoefenen op huidige en toekomstige generaties. Juist in een steeds verder polariserende samenleving als de hedendaagse is dat wel het laatste waar we nu behoefte aan hebben.

DELEN
Gert Jan Geling
Publicist. Kernlid van de denktank Liberales. Onderzoeker aan het Leids Universitair Centrum voor de Studie van Islam en Samenleving dat verbonden is aan de Universiteit Leiden.