Superdiversiteit in New York

Foto: Reuters
Toen onze dochter twee jaar geleden in Manhattan naar high school ging leek haar klas op een vergadering van de Verenigde Naties. De ouders of grootouders van de kinderen kwamen uit de hele wereld. De vertrouwde wereld van deze kinderen was niet de eigen etnische groep. Zij vormden op school vriendschappen op basis van muziek, sport of andere onderscheidende kenmerken van hun jeugdcultuur. Volgens onze dochter waren alle kinderen in haar vriendengroep op een leuke manier een beetje gek. Dat was wat haar vriendengroep verbond. Omdat ik nog van het oude denken ben, vroeg ik aan mijn dochter waar haar beste vriendin vandaan kwam. Dat wist zij niet precies, zonder haar hoofd af te wenden van haar telefoon zei ze: ”Ik geloof dat zij Russisch is, maar haar vader is uit Egypte. Haar moeder is Joods, maar ze zijn niet gelovig. Haar vader is geloof ik moslim.” Het jongetje waar onze dochter heimelijk op verliefd was had een rode afro. Verder zijn we via onze dochter niet gekomen in het vaststellen van zijn etnische achtergrond. Onze dochter vond sowieso dat wij een beetje te veel geobsedeerd waren door al die vragen. Zij hadden het daar zelf in ieder geval nooit over.

Superdiversiteit is een nieuw concept om in grote steden de toenemende diversiteit in buurten en scholen aan te duiden. Daarbij gaat het niet alleen om de verscheidenheid in etnische groepen, maar ook om verschillen in leeftijd, generaties, inkomen, legale status of bijvoorbeeld religieuze overtuiging. Niet eerder waren onze steden zo divers. Ik was twee weken geleden in New York om daar over dit begrip te discussiëren met collega-wetenschappers. Mijn Amerikaanse collega’s beweren dat hun steden al tientallen jaren divers zijn en dat zij daarom geen nieuw begrip nodig hebben. Maar de diversiteit waar zij het over hebben is die van het oude soort: het mozaïek van de Russische, Chinese of Griekse buurten. Het is het idee dat je opgroeit in je eigen wijk en je optrekt aan je eigen groep. Dat is echter in veel New Yorkse wijken verleden tijd. In de beroemde wijk Astoria in Queens bijvoorbeeld zijn nog wel wat Griekse winkels, maar de bevolking is ondertussen een bonte mix van nationaliteiten. Die realiteit vraagt on een nieuwe manier van kijken.

Ik was vlak voor dat ik naar New York ging bezig met de analyses voor een groot onderzoek naar vmbo- en mbo-klassen in Amsterdam en Rotterdam. In een willekeurige klas van 24 leerlingen zijn 15 etnische groepen vertegenwoordigd. Een niet onaanzienlijk deel van de jongeren is afkomstig uit een gemengd huwelijk. Kinderen van Nederlandse afkomst vormen in de klassen een kleine minderheid. Voor onze kinderen is die werkelijkheid niet nieuw. Zij zijn er mee groot geworden. Wij, de ouders, hebben moeite die werkelijkheid te begrijpen. Misschien moeten we een voorbeeld nemen aan onze kinderen. Het is niet dat onze kinderen blind zijn voor verschillen, maar het boeit hen gewoon niet op dezelfde manier als onze generatie.

DELEN
Maurice Crul
Onderwijssocioloog. Hoogleraar Onderwijs en Diversiteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam.