Turkse verkiezingen: the day after

Foto: Reuters

Ik ben bepaald geen aanhanger van het beleid van Erdogan. De ontwikkelingen in Turkije en de uitslag van de verkiezingen van 24 juni verontrusten mij, zeker nu het presidentiële systeem in werking is getreden. Maar dat is wat mij betreft geen reden om paniekerig te doen over Nederlanders met een Turkse achtergrond (en paspoort). In de pers wederom angstverhalen over de lange arm van Ankara, de relatief grote aanhang voor Erdogan hier, de mislukte integratie van Turkse Nederlanders en zo meer. Als er in Nederland idioten rondlopen met een Amerikaans paspoort die op Trump stemmen hoor je niemand, maar als Turkse Nederlanders op straat iets vieren zijn het ‘toeter-Turken’.

Waarom is paniek misplaatst? Omdat de argumenten daarachter niet kloppen. Om te beginnen is de invloed van Erdogan op Turkse Nederlanders zo groot als zijn legitimiteit onder die groep. Je kunt hier druk uitoefenen en middelen inzetten, zowel echte druk als soft power, maar als niemand luistert, gebeurt er niets. En die legitimiteit (dat weet Erdogan zelf als geen ander) wordt steeds kleiner. Niet zozeer vanwege zijn beleid, maar simpelweg omdat een deel van de mensen met een Turkse achtergrond gewoon niet meer geïnteresseerd is in wat daar gebeurt. Juist daarom zie je de afgelopen jaren zo’n enorme activiteit van de Turkse staat richting de ‘buiten-Turken’ om die aanhang op peil te houden. Hier zie je dezelfde kortzichtigheid als bij de discussie over moskeefinanciering en buitenlandse invloed. Niemand neemt de moeite die invloed te analyseren en naar de situatie hier te kijken.

Vroeger was loyaliteit en oriëntatie op Turkije iets vanzelfsprekends onder migranten uit Turkije. Een groot deel van hun leven hadden ze in Turkije doorgebracht. Hun verblijf hier was van tijdelijke aard zo vond men. Banden met Turkije waren gebaseerd op concrete persoonlijke relaties zoals familie. Migranten waren mensen met een zwakke maatschappelijke positie, weinig opleiding en een rurale achtergrond. Ze maakten geen deel uit van de samenleving. Maar die tijd is al lang voorbij en de banden met Turkije zijn radicaal veranderd. Als je nu meedoet aan verkiezingen in een land waar je niet woont, is dat niet zonder meer een kwestie van gebrekkige integratie of invloed van de lange arm van de Turkse staat. Ten onrechte worden die factoren nog steeds gebruikt om de aanhang van Erdogan te verklaren, terwijl veel jonge aanhangers hier zijn geboren en getogen en zich op Nederland oriënteren. Dat is dus een gemakzuchtige conclusie, maar politici en journalisten blijven dat maar aanvoeren.

Waarom is Erdogans aanhang onder stemgerechtigden hier groter (ruim tweeënzeventig procent) dan in Turkije (ruim tweeënvijftig procent)? De slinkende aanhang voor de AKP in Turkije heeft ermee te maken dat men daar directer het effect van het regime ervaart, zoals de afkalvende vrijheid en verslechterde economische omstandigheden. Dat was juist één van de redenen voor het uitschrijven van vervroegde verkiezingen. Hier ‘ervaart’ men ‘op afstand’ een andere werkelijkheid. Erdogan profileert zich als een sterke regionale leider met grote ambities. Dat zal veel mensen aanspreken die het gevoel hebben hier nog steeds op je herkomst te worden uitgesloten, wat je ook doet.

Maar ook dat verklaart niet alles. Dat er een groep is die meedoet aan Turkse verkiezingen ‘op afstand’ en dat een deel op Erdogan stemt wordt te gemakkelijk afgedaan als een ‘negatieve’ keuze. Ik vind dat nogal kleinerend. Ik zou zeggen wen er ook maar aan dat mensen nu eenmaal keuzes maken die je niet zinnen. Dat doet wat mij betreft een meerderheid van de Nederlanders ook. Of hun motieven in de ogen van anderen niet deugen, mag geen rol spelen. Je ziet hier het effect van het eeuwige wantrouwen tegenover Turkse Nederlanders. Als zij iets vinden wordt dat uitsluitend langs de integratiemeetlat gezegd.

We hebben het over ruim tweeënzeventig procent van ongeveer de helft van de stemgerechtigden. Of het juist is dat je stemt in een land waar je niet woont, is een andere discussie. De andere helft gaat niet stemmen en dat is echt niet alleen een kwestie van reistijd. Uit langlopend onderzoek blijkt dat de oriëntatie van jonge Turkse Nederlanders wat betreft hun toekomst meer en meer bepaald wordt door factoren hier. Juist die veranderende oriëntatie verklaart waarom een (groeiend) percentage van de kiesgerechtigden niet gaat stemmen. En vergeet niet dat een (ook groeiend) aantal ‘Turken’ alleen nog een Nederlands paspoort heeft. Tegelijk maakt die oriëntatie op een toekomst hier mensen ook gevoeliger voor uitsluiting. Voor een ‘gastarbeider’ in Nederland in 1975 was uitgesloten worden een rotzorg, maar voor iemand die hier is geboren en getogen en hier zijn of haar toekomst ziet, ligt dat natuurlijk anders. Dus een oordeel op wat minder hoge toon lijkt me op zijn plaats.

DELEN
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.