Wat je niet ziet

Trudy Coenen
Trudy Coenen
Docent Nederlands op het Montessori College Oost, een 'zwarte' vmbo-school in Amsterdam. Leraar van het Jaar 2010. Auteur van het boek 'Spijbelen doe je maar thuis: verhalen van een docent op het vmbo' (2013).

Lees meer

Tijd voor overdenking, tijd om de ‘balans op te maken’ hebben we op school eigenlijk nauwelijks. De tijd raast aan ons voorbij; je kent de kinderen net en dan hebben ze hun examen ineens gehaald. Toch is het einde van het jaar wel een moment waarop we even stilstaan. Traditiegetrouw sluiten we het jaar af met een klassenontbijt. Iedere leerling neemt iets mee wat hij/zij of de ouders hebben gemaakt. Dat eten we dan in een sfeervol verlichte klas (kaarsjes!) op. Het is een nogal onconventioneel ontbijt voor mij: kip en bami, rijst, couscous met cola en Fanta. Maar gezellig is het zeker. Een voordeel van zo’n ontbijt is dat je de rest van de dag niet meer hoeft te eten.

‘Jongens, ruimen jullie de borden even op, iedereen neemt wat van de restjes mee’, zei ik na het ontbijt. Osko snoof. ‘Meidenwerk’, zei hij minachtend. Nou, dan moet hij niet bij de meiden uit mijn klas zijn. ‘Nee, jij moet net zo goed opruimen’, riep Suraya. ‘Je hebt toch ook ontbeten?’ Een aantal jaar geleden was dat toch anders gegaan. Toen bestond ‘meidenwerk’ nog gewoon, maar die tijden zijn kennelijk voorbij. Kleine stapjes, maar we gaan vooruit.

Ik keek naar Suraya. Een kind dat voor zichzelf op kan komen, weet wat ze wil en zich niets laat zeggen. Assertief. Ik zie aan haar wat ze vindt en wat ze wil. Sommige kinderen zijn een open boek.

Drama queen Farida vraagt van alle kanten aandacht. Neemt haar boeken niet mee, maakt huiswerk niet, hangt liever op de gang in de techniekstraat rond, is ineens weg omdat ze iets bij haar mentor moet halen, enzovoort. Kort gezegd overtreedt ze voortdurend de regels, maar daar is volgens haar altijd een ‘reden’ voor. Iets zegt me dat die reden vooral ligt in het feit dat ze ervan geniet om licht manipulatief vooral heel erg te doen wat ze zelf wil. Ik had haar mededeling dat ze een afspraak had bij de dokter – voor de zoveelste keer afwezig – niet geaccepteerd en daar was haar zus het niet mee eens. Ik kreeg een mail. ‘Ik zou graag met u in gesprek willen gaan over hetgeen zich de afgelopen periode met Farida heeft voorgedaan.’ De mail las als een pleidooi in de rechtbank, zus lichtte alle ‘incidenten’ van de afgelopen tijd toe. Een juridische opleiding verraadt zich onmiddellijk. ‘Als zulke incidenten zich voordoen lijkt het mij ook goed om het gesprek aan te gaan en alle mogelijke verwarring, spanning en onduidelijkheden op te klaren en gezamenlijk duidelijke afspraken te maken voor in het vervolg.’

Nu is er voor het bespreken van ‘incidenten’ of andere zaken op school een ouderavond waarop ouders met docenten kunnen spreken. Daarom deelde ik de zus mee dat een gesprek tussentijds niet nodig was. Farida is slim, ze kan school met gemak halen. Haar werkhouding is fout en dat valt met geen oudergesprek weg te poetsen, vrees ik. Het resultaat is in ieder geval dat ze zich in mijn klas gedeisd houdt. Bij mijn collega’s – zo hoor ik – is dat niet altijd het geval.

Zo oorverdovend als Farida zich laat horen, zo stil is Gaby. Ze valt niet op, ze zegt niet veel, ze zit in de klas, onbewogen, vertrekt geen spier. Wat gaat er in haar om? Laatst werd er een tipje van de sluier opgelicht. Een Syrische leerling vertelde over haar tocht naar Nederland samen met haar broer. Een reis vol gevaar, waarbij ze van alles kwijt was geraakt, bedreigd en beroofd was. Na twee jaar was ze herenigd met haar ouders. Het greep de kinderen aan, er waren tranen. ‘Wat zitten jullie toch te janken’, zei Gaby ineens hard. Ze haalde haar schouders op en keek uit het raam.

De les erna nam ik haar even apart. ‘Je mag praten hoor’, zei ik. Geen enkel kind hoeft iets te zeggen als het dat niet wil. Maar soms lucht het op. Mijn vermoeden dat er heel wat te bepraten viel klopte. Op straat gezworven. Geen geld. Geen vader. Een nauwelijks voorstelbaar bestaan zonder basis. En niemand die het wist. Wie zou ze het ook vertellen?

Wat kon ik eraan toevoegen? Ze zat in de klas, ze klaagde niet, ze ging door. Ik zag haar weglopen in de gang, tas over de schouder, op weg naar het tijdelijke onderkomen waar zij en haar moeder zaten. ‘Over een week krijgen we een huis.’

De volgende les met Gaby leek er niets veranderd, maar na de les bleef ze even treuzelen. Alle leerlingen waren al weg. Gaby stond bij de deur. ‘Bedankt juf’, zei ze zonder me aan te kijken. En toen was ze alweer weg.

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here