Wie is het volk?

Foto: Reuters

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart heeft de publieke omroep besloten het programma Het lagerhuis weer uit de mottenballen te halen. Het programma, dat van 1997 tot 2005 is uitgezonden, liet onder leiding van Paul Witteman een ‘dwarsdoorsnee’ van de bevolking met elkaar debatteren over actuele thema’s. Net als voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 zullen er op de maandag tijdens De wereld draait door weer een aantal debatten plaatsvinden.

 Ik was al flink op weg toen ik onlangs de eerste uitzending zag; daardoor kreeg deze column een andere wending. Ik heb een aantal van die oude uitzendingen eens bekeken en hoewel veel hetzelfde is, zijn er toch ook heel opmerkelijke verschillen die goed in beeld brengen hoe het politieke debat met de opkomst van het populisme aan het verschuiven is. Wat bijvoorbeeld opvalt, is hoe vaak wordt verwezen naar ‘de bevolking’, ‘het volk’, ‘wij’ en ‘ons’. Veel meer dan twintig jaar geleden.

Geert Wilders en zijn trawanten beweren, net als Donald Trump, Marine Le Pen en al die andere volksmenners, dat zij opkomen voor de belangen van een overgrote meerderheid van de bevolking die genegeerd wordt door de politieke elite. Zij claimen dat die meerderheid ‘de bevolking’ is. De PVV-leus van dienst is ‘Nederland weer van ons’. In Duitsland werd de slogan wir sind das Volk de lijfspreuk van de DDR-bevolking die in 1989 de Berlijnse Muur omver haalde. Jaren later eigende de anti-islam-beweging Pegida zich de leus toe, maar nu om Duitse moslims buiten de samenleving te plaatsen.

‘Ik vertolk wat het overgrote deel van de bevolking vindt, maar dat de elite negeert.’ Die populistische babbeltruc kennen we van Wilders en zijn geestverwanten elders in Europa, maar het wordt dus steeds meer de discussiestrategie van heel veel politici. De hedendaagse politicus verdedigt niet een beleid of een programma, maar vertegenwoordigt de stem van ‘het niet-gehoorde volk’. De moderne politicus als ‘stemwijzerspreekbuis’. Dat gaat heel ongemerkt; sommige politici maken meer dan anderen gebruik van die truc. En vooral maar niet uitsluitend ter rechterzijde. In zijn ‘doe effe normaal’-brief een paar weken geleden was duidelijk wie Mark Rutte uitsloot, maar wie dan wel tot ‘het normale deel’ der natie behoort, bleef uitermate vaag. Zelfs de op het oog verzoenende taal van Lodewijk Asscher als het gaat om ‘onze basiswaarden’ verwijst naar een categorie mensen met een gedeelde overtuiging, maar wie vallen daaronder? En wat delen zij dan eigenlijk?

Politici verwijzen naar een denkbeeldige groep mensen die zij een stem willen geven. Dat klinkt misschien nobel, maar ik vind het een bedenkelijke ontwikkeling om een aantal redenen. Wie is ‘het volk’ eigenlijk? Wat wordt daarmee bedoeld? Wie er niet bij hoort, is altijd direct helder, maar wie dan wel? Juist de volstrekte vaagheid en de veerkracht van dat ‘wij’, maakt het tot een effectief fact-free politiek instrument. Door de grenzen ervan vaag te houden werkt het. En dan heb ik het niet alleen over de PVV, 50Plus en het ‘wij’ dat Denk hanteert; vrijwel alle politici doen het. Zij hebben het overgenomen van de populisten, die de uitvinders van het ongrijpbare ‘volk’ zijn.

Het succes van populisten is voor een belangrijk deel te danken aan hun vaagheid over wie zij nu eigenlijk voor ogen hebben met ‘het volk’ en de verbeelding die daar onlosmakelijk mee verbonden is. Het is duidelijk wie zij als hun tegenstanders beschouwen (‘de elite’, ‘de migranten’, ‘de moslims’), maar wie zijn ‘wij’? Enige tijd geleden waren het ‘de boze witte mannen’, maar daar hoor je nu weer wat minder over. Zijn het de laagopgeleiden? Wordt het volk gedomineerd door een hoogopgeleide elite? Ook wordt er wel verwezen naar de ‘gewone mensen’. Kortom vaagheid alom. Daar zit het probleem. Als ‘wij’ met zijn allen iets vinden of ergens zorgen over hebben, dan kan dat niet anders dan serieus worden genomen want ‘wij’ zijn in de meerderheid, per definitie. Doordat ‘wij’ een steeds heen en weer schuivende categorie is naar gelang de waan van de dag, kun je als politiek strateeg met kracht van argument sommige groepen buiten de deur zetten. Als je ‘wij’ echter precies zou definiëren, verliest de strategie onmiddellijk aan overtuigingskracht.

Wellicht dat sommige lezers dit allemaal allang weten, maar veel reacties op de mogelijke winst van populisten in Europa gaan toch vooral over wie zij uitsluiten en niet over namens wie zij dan wél spreken. Het zou mooi zijn als die vaagheid wordt doorgeprikt en aan de kaak wordt gesteld.

DELEN
Thijl Sunier
Antropoloog. Hoogleraar Islam in Europese Samenlevingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voorzitter van de Netherlands Interuniversity School for Islamic Studies.