Brengt Istanbul Erdogans einde?

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Betekent de zege van Ekrem Imamoglu bij de burgemeestersverkiezingen in Istanbul voor Turkije een keerpunt? Wordt aan de alsmaar uitdijende macht van Recep Tayyip Erdogan en diens toenemende autocratische neigingen eindelijk een halt toegeroepen? De Turkse president had immers bij deze verkiezingen zeer zwaar geschut ingezet: wie Istanbul had, zo heette het, had Turkije. Wel, de uitslag laat er geen twijfel over bestaan: Erdogan heeft Istanbul niet meer.

En met zijn geslaagde poging om de eerdere burgemeestersverkiezingen, die nog maar in een zeer nipte zege voor Imamoglu hadden geresulteerd, ongeldig te laten verklaren, is hij in zijn eigen zwaard gevallen. Imamoglu’s zege bleek, anders dan door sommigen van zijn aanhangers gevreesd, zelfs nog beduidend groter, ondanks doorzichtige pogingen van de regering om een hoge opkomst onder zijn kiezers tegen te werken. Ook een deel van zijn eigen AKP-achterban bleek, uit boosheid over deze opzichtige manipulatiepogingen van Erdogan, nu naar de tegenpartij te zijn overgelopen. De overwinning van Imamoglu was zo groot dat de AKP-tegenkandidaat Binali Yildirim en ook Erdogan er niet aan ontkwamen om nog op de verkiezingsavond zelf hun verlies te erkennen.

Daarin onderscheidt de situatie in Turkije zich in elk geval positief van die in Indonesië. Daar tekende de uitdager van de zittende president Joko Widodo, generaal Probowo Subianto, bij een soortgelijk afgetekende uitslag – 55 tegen 45 procent bij de verkiezingen van 17 april jongstleden – wél bij het hooggerechtshof protest aan. Subianto deed alles, tot geweld aan toe, om alsnog de macht te veroveren. Om maar te zwijgen van een land als Rusland, waar Poetin de verkiezingen altijd zal winnen, of Egypte, waar Sisi dat zelfs met Noord-Koreaanse meerderheden doet. Van grootscheepse stembusmanipulatie is in Turkije geen sprake en ondanks zijn bijna-monopolie in de media komt Erdogans AKP ook landelijk keer op keer maar net op de helft van de zetels uit.

Deze uitslag demonstreert weer wat ik al eens eerder heb verkondigd: net als in Oekraïne, en anders dan in Rusland en Egypte waar die weinig voorstelt, is in Turkije de civil society te sterk ontwikkeld om nu een echte dictatuur mogelijk te maken, waarvan Erdogan ongetwijfeld droomt. Poetin en Sisi zouden zo’n debacle als hem nu in Istanbul overkomen is, hebben weten te voorkomen, daarover kan weinig twijfel bestaan. Tegelijk is de civil society in Turkije, net als die in Oekraïne, te zwak om echt een succesvolle democratie van de grond te krijgen. Daarvoor heeft een appèl op gezagsgetrouwheid en volgzaamheid om het vaderland te redden, onder verwijzing naar vermeende binnenlandse vijfde colonnes en dito buitenlandse complotten, tegelijk nog bij grote delen van het electoraat veel te veel effect.

In Turkije is de civil society te sterk ontwikkeld om nu een echte dictatuur mogelijk te maken

Daarbij moet opgemerkt worden dat in deze tijd ook het internationale politieke klimaat niet meewerkt. Anders dan in de optimistische jaren negentig na de val van de Muur en de opruiming van een aantal laatste Latijns-Amerikaanse dictaturen, zit de democratische gedachte nu wereldwijd in het defensief. In Amerika regeert een president die een duidelijke voorkeur voor autocraten aan de de dag legt, en het met een macho-mannetjesputter als de Braziliaanse president Jair Bolsonaro, en zelfs met diens Noord-Koreaanse collega Kim Jong-un, beter lijkt te kunnen vinden dan met Angela Merkel of Theresa May. In Europa is de kandidatuur van Frans Timmermans voor het commissievoorzitterschap mede stuk gelopen op het verzet van autoritaire leiders als Matteo Salvini en Viktor Orban, voor wie Timmermans een obstakel vormde bij de door hen beoogde afbraak van de rechtsstaat in eigen land.

Zeker in dat licht is de uitkomst van de burgemeestersverkiezingen in Istanbul – en al eerder in Ankara en Izmir – een zeer positieve, mede gezien het volstrekt ongelijke speelveld en de reusachtige mediavoorsprong van de AKP-kandidaten die hier bestonden. Maar een gewonnen slag is nog geen gewonnen oorlog. Erdogan heeft dankzij een eerder (weliswaar krap) gewonnen referendum zijn positie als president enorm weten te verstevigen en zijn bevoegdheden flink uitgebreid. Hij zit er nog tot 2023 – geen sprake van dat hij nu, zoals de Griekse premier Alexis Tsipras na verloren Europese verkiezingen, plotseling verkiezingen gaat uitschrijven en zo zijn eigen positie in de waagschaal gaat stellen.

En juist uit hoofde van die grote presidentiële macht beschikt Erdogan over tal van mogelijkheden om de burgemeesters van de grote steden fors tegen te werken, bijvoorbeeld door hun bevoegdheden en financiële middelen in te perken. Een truc die hij overigens van de Britten zou kunnen afkijken, waar in 1974 rond de grote steden een aantal krachtige agglomeratiebesturen waren gecreëerd, die vervolgens – omdat Labour hier altijd de meerderheid behaalde – in 1986 door de Tory’s van Margaret Thatcher ontmanteld, dan wel krachteloos werden gemaakt. Wat dat betreft staat Erdogan vast nog een forse trukendoos ter beschikking om te verhinderen dat wie Istanbul heeft straks ook Turkije heeft.

Cruciaal zou daarbij wel eens kunnen zijn in hoeverre dat dan door iedereen binnen de AKP wordt gepikt. Dat er binnen delen van deze partij bezwaren bestaan tegen de wijze waarop Erdogan de afgelopen jaren stelselmatig democratie en rechtsstaat heeft onttakeld, is bekend. Alleen bleven die bezwaren marginaal, zolang die politiek door de kiezer werden beloond, en dus de banencarrousel voor Erdogan-getrouwen dankzij verkiezingszeges bleef draaien. Als die door het uitblijven daarvan begint te haperen – en dat heeft deze draaimolen nu in elk geval een keer op een moment gedaan – wordt het mogelijk andere koek. Het zou wel eens tot cruciale afsplitsingen kunnen komen.

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here