Corona-hectiek zorgt ook voor weldadige rust

Thomas von der Dunk
Thomas von der Dunk
Publicist. Cultuurhistoricus.

Lees meer

Nu door de coronapandemie ieders wereld veel kleiner wordt, nu het nabije buitenland plots onbereikbaar ver is, nu we niet meer even de trein nemen als dat niet heel erg vreselijk ontzettend strikt noodzakelijk is, nu zelfs een fietstocht door de eigen stad als gewaagde expeditie geldt en elke afwijking van de kortste route naar de supermarkt als overtreding voelt, is het misschien tijd voor enige bezinning.

Het Grote Inburgeringsvraagstuk van het handen-schudden, ijkpunt van het ware Nederlanderschap en westerse burgerschap: dat is nu even opgelost. Omgekeerd is die uit het Oosten overgenomen verplichting om ook vage bekenden te omarmen, zo niet te zoenen (Ruttes voorganger schijnt ooit nog eens wat tips te hebben gekregen hoe hij dit bij Arafat moest ontlopen), eveneens voorlopig van de baan.

De aanleiding is natuurlijk vreselijk, en ik heb uiteraard te doen met de cultuur- en horeca-sector, waar velen een faillissement boven het hoofd hangt. Het moet ook geen maanden gaan duren. Maar dat het nu bij mij, in de Amsterdamse binnenstad, even wat rustiger op straat is: dat is eigenlijk best wel prettig. En ik heb intussen genoeg mensen gesproken – telefonisch, dus vóór u nu de Dienst Handhaving belt – die er eender over denken.

Die hele kermis van kotsende Britse vrijgezellenpartygangers, dan wel hun soortgenoten uit de Nederlandse provincie: ik zal er niet rouwig om zijn als ze die activiteiten voortaan in hun eigen negorij gaan beoefenen. Dat wereldwijde permanente partyfestival van de 24-uurs-uitgaanseconomie: misschien toch maar eens wat minder.

We hoeven niet allemaal een Delirious New York te worden, en zo denken ze er in het uitgestorven New York zelf intussen mogelijk ook over. Afgelopen zaterdag was ik op de Dam: een unieke kans om, voor het eerst in veertig jaar, eens fatsoenlijke foto’s van het Paleis te maken zonder dat er duizend toeristen door het beeld heen denderen.

Zónder de gangbare herrie en mét dat prachtige weer valt je – in het uurtje dat je je dus schuldbewust naar buiten waagt – op hoe prachtig de oude Nederlandse binnensteden nog zijn. Er ligt een weldadige stilte over de stad, die herinnert aan de zondagen van vroeger.

Voor de jongere lezers: dat was in de Oude Steentijd – toen de koopzondag nog niet bovenaan de lijst van basale mensenrechten prijkte – een onderbreking van de winkelweek waardoor je tijdelijk niet naar de meubelboulevard kon en dat schrijnende gemis ook niet door Drie Dwaze Dagen in de Bijenkorf werd gecompenseerd. Alleen met hevige sneeuwval, als die al het verkeer stremt, lag Amsterdam er de afgelopen decennia wel eens kortstondig even vredig bij, maar de kans daarop is met de klimaatverandering niet toegenomen.

Zeg mij wat u hamstert, en ik zeg u wie u bent

Hans de Boer, die elke extra vrije dag als een economische ramp beschouwt, zal bij de suggestie vast een hartverzakking krijgen. Maar wat mij betreft starten we straks niet opnieuw weer onverkort het jachtige leven op.

Concreet: ik wil dan niet de koopzondag, maar de koopvrije zondag terug, in elk geval een keer per maand. Het hoeft niet helemaal op z’n Staphorst-achtig doods – uitzonderingen voor levensmiddelenzaken om bezoekers niet te laten verhongeren zijn prima – maar veel aankopen kunnen best een dagje wachten. Zo zijn we van veel massale invasies af.

De coronacrisis legt in elk geval interessante cultuurverschillen tussen de getroffen landen bloot, waarmee antropologen nog jarenlang voort zullen kunnen. Die ‘anarchistische’ Italianen, die zich nooit aan regels heten te houden: die bleken heel wat gezeglijker dan de Nederlanders, Die reageren zelfs in hoge nood bij tal van aanwijzingen met: dat maak ik zelf wel uit.

Welke winkels moeten per se open blijven, omdat hun aanbod eerste levensbehoeftes betreft? In ik meen Frankrijk bleek daaronder ook de wijnhandel te vallen. Zeg mij wat u hamstert, en ik zeg u wie u bent. In Nederland waren dat chips voor bij de tv, pasta voor tussendoor en pleerollen voor naderhand, en volgde een run op de coffeeshops – in Amerika eentje op de wapenwinkels.

Nu u hier toch bent...

Goede journalistiek kost geld. Leden en donaties maken onze gebalanceerde berchtgeving over biculturaliteit, zingeving en vrijheid mogelijk. Steun ons daarom als u ons werk belangrijk vindt.

Vertel mij meer!

- Advertentie -